Dode vogels poseren voor onderzoek aan soortvorming

Een verzameling geconserveerde vogels van het natuurhistorisch museum van Louisiana State University in Baton Rouge (VS). Vooraan ligt de Darwinvink, de ster van de evolutietheorie.

Foto Eddy Perez, LSU

Deze geconserveerde dode vogels poseerden voor een fotosessie over het ontstaan van soorten. Helemaal vooraan ligt, goed gevonden, de ster van de evolutietheorie, een Darwinvink (Geospiza fortis) van de Galapagos Eilanden.

Daarachter zijn de museum-exemplaren gerangschikt op kleur en grootte. Zo belandde een goudkraagmanakin (Manacus vitellinus) uit Midden-Amerika naast een parkietje (‘cage bird’), die al sinds 1942 in de collectie zit van het natuurhistorisch museum van Louisiana State University in Baton Rouge (VS).

De fotosessie was al in 2014, maar de persdienst van de universiteit stuurde de vogelfoto dinsdag nog eens mee met een studie die op 30 mei was verschenen in PNAS. Biologen, de meeste van Louisiana State University, hadden een genetische analyse uitgevoerd van 173 soorten uit Noord- en Zuid-Amerika. Heel andere soorten dan op de foto: de roze met de lange snavel is een ‘noordelijke karmijnrode bijeneter’ uit Nigeria.

In PNAS testte het team een kwestie rond soortvorming. Hebben vogelsoorten waarbinnen grote genetische verschillen ontstaan, meer kans om zich tot nieuwe soorten te ontwikkelen? Dat lijkt logisch, maar studies spraken elkaar tegen.

De biologen van Louisiana State University pakten het groots aan en concluderen: dat verband bestaat.