Recensie

De ondergang van de olie-industrie in 64 stappen

Op de eerste dag van juni trok Donald Trump kleerscheuren in het klimaatakkoord van Parijs. Vorige week, op woensdag rond lunchtijd, haalde het Verenigd Koninkrijk voor het eerst meer elektriciteit uit duurzame energie dan uit kolen en gas. Diezelfde dag voer de eerste tanker met Amerikaans schaliegas de Rotterdamse haven binnen.

Dit is het moment om een eerste boek te lezen over de energietransitie, de overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. De Tesla-revolutie - Waarom de olie-industrie haar macht verliest is zo’n boek. Economisch journalist Willem Middelkoop en energie-onderzoeker Rembrandt Koppelaar leggen basale energie-kwesties uit in 64 overzichtelijke vragen. Is er wereldwijd nog genoeg steenkool? Wanneer bereikt de mondiale olieproductie de top? Hoeveel energie heeft de wereld nodig?

De premisse van Middelkoop en Koppelaar is dat de olie-industrie, inderdaad, zijn macht aan het verliezen is. Zij schreven er al eerder een boek over (De permanente oliecrisis, 2008), waarin ze, geven ze ruiterlijk toe, te pessimistisch waren. Ze voorspelden peak oil, het moment waarop de olieproductie niet verder toeneemt, toen uiterlijk in 2020.

In de Tesla-revolutie staan niet zulke harde voorspellingen, ook al suggereren ze van wel. „Ja, het omslagpunt voor groene energie is bereikt”, schrijven Middelkoop en Koppelaar in de inleiding. Al twee bladzijden verder nemen ze dat terug. Maar de auteurs geven wel inzicht in hoe zo’n energie-revolutie kan verlopen, en – belangrijk – wat de hordes zijn. Het betekent dat enorme voorraden goedkope steenkool in de bodem moeten blijven. Het opslaan van wind- en zonne-energie moet opgelost worden. Er moeten niet-fossiele brandstoffen komen voor scheep- en luchtvaart, enzovoort.

Het begint met elektrisch rijden, denken de twee. De olieprijzen zijn momenteel te laag om grote investeringen te doen in moeilijk winbare bronnen zoals teerzanden. De meeste grote olievelden zijn ontdekt. En de elektrische auto wint onmiskenbaar terrein. Tesla? Nee, de grootste bouwer van elektrische auto’s is Renault-Nissan – het staat in een tabel op pagina 53.

Dat Tesla en zijn topman, de geniale uitvinder/ondernemer Elon Musk, de helden zijn van dit verhaal zit het betoog soms wel in de weg. De eerste biografische hoofdstukken over Musk en zijn geestverwant Nikola Tesla, de in 1856 geboren uitvinder, lezen als een spreekbeurt. „Model S is een in 2012 gelanceerde luxe vijfpersoons sedan met een bereik van 390 kilometer per oplaadbeurt. Met eenzelfde actieradius als…” Et cetera.

Het boek had sowieso een betere redactie verdiend. Sommige informatie wordt bijna letterlijk twee keer opgediend. En ronduit ergerlijk is de liefdeloze omgang met de grafieken en tabellen. De Tesla-revolutie bevat een schat aan cijfermateriaal: over olie- en gasreserves, de elektrische auto-industrie enzovoort. De auteurs geven zelfs een heel welkom overzicht van het wereldwijde energieverbruik in 2015, uitgesplitst naar bron (steenkool, olie, enzovoort) en per gebruiker.

Het lezen van die tabel, over drie pagina’s, is een haast ondoenlijk gepuzzel: niemand heeft erop gelet om subcategorieën overzichtelijk weer te geven. En er staan grafieken in het boek in tien tinten grijs zonder legenda.

Het doet af aan het leesplezier, maar nauwelijks aan het nut van het boek. Koppelaar en Middelkoop bieden in kort bestek veel actuele cijfers en informatie over de energiesector. Voor iedereen die wil begrijpen waar die tanker met Amerikaans schaliegas ineens vandaan kwam.