Recensie

Zineb van Charlie Hebdo, dwarse heldin

Zap

Zineb El Rhazoui in ‘Nothing Is Forgiven’ (2DOC/EO).

Documentairemakers die iemand met een goed verhaal langere tijd volgt, kunnen wel eens geluk hebben. Het overkwam Vincent Coen en Guillaume Vandenberghe die voor de Waalse RTBF al sinds 2011 Zineb volgden, de Marokkaans-Franse redacteur van Charlie Hebdo. Het resultaat is de documentaire Nothing Is Forgiven (2DOC/EO).

Die titel verwijst naar de cover van de eerste Charlie Hebdo, die verscheen na de moordaanslag op de redactie in januari 2015. De profeet Mohammed wordt daar de woorden in de mond gelegd: „Tout est pardonné” (Alles is vergeven). Redacteur Zineb El Rhazoui (Casablanca, 1982) was op reportage toen de aanslag werd uitgevoerd. Maar kort daarvoor werd ze gefilmd bij een redactievergadering van Charlie Hebdo. Ze waarschuwt voor „een salafist” die beneden onder het raam aan zijn fiets staat te morrelen: „Straks komt hij naar boven, en dan is het boem!” De redactie reageert een beetje lacherig, ze wordt niet erg serieus genomen.

Het zou in de nasleep van de aanslag al snel niet meer boteren tussen de resterende redactie en de aan een levensgroot survivor syndrome lijdende Zineb. Tot overmaat van ramp werd de tweet #killzinebelrhazoui zevenduizend keer overgenomen. Ze noemde het een fatwa 2.0 en kreeg dag en nacht persoonsbeveiliging.

De film laat haar ontwikkeling zien vanaf 2011, toen ze het atheïstische en seculiere boegbeeld werd van de Marokkaanse burgerrechtenbeweging, onderdeel van de Arabische Lente. Ze studeerde godsdienstsociologie om de invloed van de islam beter te kunnen begrijpen, maakte reclame voor abortuspillen en organiseerde een picknick tijdens de ramadan.

We zien haar roken en drinken, terwijl ze zegt: „Ik rook en ik drink, en ik doe nog veel meer. Wen er maar aan.” Ze besloot niet langer een dubbelleven te leiden, zoals de meeste vrouwen van haar generatie. Maar toen ook in Rabat de Arabische Lente struikelde, moest ze uitwijken, eerst naar Slovenië en daarna naar Frankrijk, het land van haar moeder.

Nu is ze daar de best bewaakte vrouw van de republiek. De filmmakers laten haar woede en verbittering zien, en tegelijkertijd haar veerkracht in het blijven uitdagen van de vijand, ook al heeft die een zware slag toegebracht. Maar wie is die vijand dan precies?

Ze is daar duidelijk over: „Het is niet de islam, en zelfs niet IS. Het is een ideologie, die je alleen kunt bestrijden met verlichting en onderwijs. Bombardementen werken averechts. Zoals terroristen onze ideologie niet kunnen vernietigen, zo kunnen wij die van hen niet met wapens uit de wereld helpen.”

De filmers filmen met grote vasthoudendheid juist de dode momenten in Zinebs bestaan, ook tijdens haar zwangerschap: „Er is hier echt niets te zien, hoor! Een griet die een sapje drinkt. Nou, interessant.”

Maar juist die nadruk op het gewone leven, op een gezicht dat door de gebeurtenissen getekend raakt, completeert het portret. Wie niet of nauwelijks in beeld verschijnen zijn haar echtgenoot en haar bewakers, over wie ze wel grapjes maakt. Ze runnen haar leven, reuze makkelijk eigenlijk. De aanblik van haar bestaan is in de film feministischer dan misschien in werkelijkheid het geval is.

Zineb is een tegendraadse heldin, die werkelijk niets en niemand naar de mond praat. Haar radicale secularisme maakt haar tot de meest onwaarschijnlijke hoofdpersoon ooit van een door de EO uitgezonden documentaire.