‘Wethouder, misschien moet u zelf naakt op een poster staan’

Zoenposters Integratiewethouder Ronald Schneider ging donderdag in debat over de omstreden ‘zoenposters’ met moslima’s in Rotterdam. ‘Zoenen is een mensenrecht.’

Walter Herfst

De jonge moslima’s voor wie de omstreden „zoenposters” in de stad bedoeld zijn, zitten zelf niet bij het debat in de Hogeschool Rotterdam. Zij zitten donderdagmorgen dertig meter verderop in de kantine en de klaslokalen.

In het snikhete debatzaaltje gaat wethouder Ronald Schneider (Leefbaar Rotterdam) de discussie aan over de levensgrote posters met zoenende stellen. Hiermee wil de gemeente de discussie over huwelijksdwang een flinke zet geven.

Op de posters staat één moslima te zoenen met een jongen met een keppeltje, een ander met een witte jongen en een derde met een wit meisje, met op de achtergrond de Erasmusbrug. De begeleidende tekst: „In Nederland kies je je partner zelf”.

De posters leiden tot veel felle reacties van voor- en tegenstanders. Tegenstanders vinden de posters stigmatiserend voor vrouwen met een migratieachtergrond.

Schneider beaamt dat ook en zegt dat de campagne er is, omdat vrije partnerkeuze niet vanzelfsprekend is voor alle vrouwen.

Bij vrouwen van een bepaalde culturele achtergrond is die onvrijheid nog een graadje erger, stelt hij. Juist alle reacties bevestigen dat het „hartstikke noodzakelijk was om ze op te hangen”, vindt de wethouder.

Door de samenstelling van het publiek – veel sociaal werkers en raadsleden – is het weerwoord aanvankelijk mild. De gemeente heeft wel moeite gedaan om mensen die op social media in hoofdletters hebben gereageerd op de campagne, zowel voor- als tegenstanders, voor het debat uit te nodigen. Maar dat is niet gelukt. Mensen die vanachter hun scherm schreeuwende teksten typen, komen daar niet graag achter vandaan, moeten de organisatoren constateren.

Dus gaat het debat vooral over de wijze waaróp Leefbaar Rotterdam het thema ‘recht op vrije partnerkeuze’ onder de aandacht heeft gebracht. Want hoewel de campagne onder de vlag van de gehele gemeente is gelanceerd, is het duidelijk dat vooral integratiewethouder Schneider „een steen in de vijver” heeft willen gooien.

Een deel van het publiek vindt de „framing” van de posters ongelukkig. Als je alleen maar moslima’s, of in elk geval vrouwen met een migratie-achtergrond, afbeeldt, lijkt het net alsof het probleem alleen bij hen speelt.

Schneider vindt dat ook de belangrijkste doelgroep. Hij is zelf geboren in 1962, vertelt hij. In een tijd dat de pastoor zich nog met de huwelijkskeuze van stellen bemoeide en ook iets te zeggen had over aantallen kinderen die er moesten komen. „Dolle Mina’s hebben daarna een strijd gevoerd”, zegt de wethouder. Vrouwen hebben zich bevrijd. Nu herhalen die patronen zich. Dáár wil ik over in debat.”

‘Zij zijn gelukkig. Vier het!’

Maar is het wel nuttig om op deze manier een debat te voeren, vraagt iemand in het publiek zich af. „Met deze posters spreek je niet met de mensen waar dit over gaat. Die zijn hier namelijk niet. Je schreeuwt óver die mensen heen.”

Oktay Ünlü van de Gebiedscommissie Kralingen-Crooswijk: „Mensen met een bepaalde culturele achtergrond storen zich aan zulke openlijk zoenende stellen. Het zou u sieren als u met hén het debat aangaat.”

Dat gaat er bij de wethouder niet in: „Dit moet de normaalste zaak van de wereld zijn”, roept hij. Hij wijst naar de poster. „We kijken naar een fundamenteel mensenrecht. Ze zijn gelukkig. Fijn. Vier het!”

Ünlü: „Misschien is het een idee als u samen met de burgemeester naakt en hand in hand op een poster gaat staan.”

Aydin Peksert van de Rotterdamse partij Nida vindt het onderwerp van de campagne belangrijk, maar constateert ook dat het de mensen waarover het gaat, juist heeft afgestoten. „Je wil toch een probleem oplossen?” Peksert wijst erop dat juist dit college, waarin Leefbaar de grootste partij is, vrouwenstudio’s heeft gesloten waar bijvoorbeeld tegen hun zin uitgehuwelijkte vrouwen een zelfstandig kunnen opbouwen. „Hoe oprecht ben je dan?”

Leefbaar Rotterdam-raadslid Tanya Hoogwerf vindt het onzinnig om steeds maar te bespreken of de tóón van het debat (te hard) of de manier (via posters) wel de juiste is. „We moeten praten over waar het over gaat: dat mannen, vrouwen, homo’s, iedereen vrij is om de partner te kiezen die ze willen.”

En daarvoor is het nodig om de groep aan te spreken waar het om gaat, vindt ze. „Als ik vroeger thuiskwam met mijn Marokkaanse of Antilliaanse vriendje, dan keek mijn moeder een beetje raar, maar dat was het. Ik heb onlangs op de bank gezeten bij een meisje dat door haar broer in elkaar was geslagen vanwege haar vriendje.” Zij wordt bedreigd vanwege haar keuze, ik niet, is de boodschap van Hoogwerf.

Een verandering in denken, kost tijd, zegt PvdA-raadslid Fatima Talbi. We voeren al vijftien jaar gesprekken over dit onderwerp en we schuiven steeds iets op. „Deze campagne voegt daar niets aan toe.”

Een moeder (Koerdische achtergrond) in de zaal is het met haar eens. „Mijn ouders werden uitgehuwelijkt. Mijn huwelijk werd gearrangeerd. Ik ben overigens nog steeds gelukkig getrouwd, voegt ze eraan toe. „Mijn dochters mogen hun partner zelf kiezen.” Ze wil maar zeggen: het kost wat tijd.