Column

We zien de dingen zoals we zelf zijn

De prestigieuze NRC Cultuur Top 100 lag afgelopen week onder vuur. Op sociale media regende het aan kritiek omdat de ranglijst – waar invloedrijke Nederlandse kunstenaars gevierd worden – ook dit jaar uit overwegend witte Nederlanders bestond. Creatievelingen met verschillende kleuren uit het pantoneschema waren er ‘gewoon niet’. De aloude repliek op de vraag naar pluriformiteit. Je zou het ook kunnen omdraaien en stellen dat ‘ze’ er wel zijn maar dat jij ze niet kan vinden of op waarde weet te schatten.

De cultuurlijst draait om kunstenaars met internationale invloed en bestaat uit klassieke kunstvormen met enkel dance als muziekgenre. Het is curieus dat populaire stromingen als pop, hiphop, soul en elektronisch niet in de vergelijking zitten. Ik mis popzangeres Natalie La Rose, die hitsingles in de VS heeft, Karima el Fillali, die de Arabische wereld verovert en Shishani Vranckx, die hetzelfde in zuidelijk Afrika doet. Maar ook kunstschilder Raquel van Haver, die vorig jaar Forbes’ ‘30 under 30’ haalde. Zij maakt indruk met levensgrote schilderijen uit lagen donkere verf die de beroering van onbekende werelden tonen. Prinses Beatrix bezit één van haar monumentale werken.

Bekijk de volledige NRC Cultuur Top 100 hier.

Ik kan eindeloos doorgaan maar doe het niet. Zij die schitteren, blijven dat doen, ongeacht of wij die schittering ontwaren. Zoals de aarde rond blijft en om de zon draait. Het geloof of ongeloof van derden is voor de voortzetting daarvan irrelevant. Toch pleiten velen voor een alternatieve cultuurlijst. Dat juich ik toe: representatie en erkenning zijn belangrijk. Maar crucialer vind ik de intrinsieke vragen die curatoren zichzelf moeten stellen bij de beoordeling van kunst. Wat heeft het voor zin dat ik u vertel wat de wereld te bieden heeft? Dan blijf je – zoals schrijver Toni Morrison stelt – als minderheid bezig met het leveren van bewijs om je ‘bestaan te verdedigen’. In plaats van simpelweg het bestaan te leiden.

Zij die schitteren, blijven dat doen, ongeacht of wij die schittering ontwaren

„We zien dingen niet zoals ze zijn, maar we zien ze zoals wij zijn.” Bekende woorden van de Franse essayist Anaïs Nin. Gedurende haar leven werd ze gehaat, geroemd en weer gehaat vanwege de erotische teksten die zij als vrouw durfde neer te pennen en haar onconventionele levensstijl. Ik lees in haar woorden dat de beschouwing van kunst vooral afhangt van de sympathieën van de beoordelaar en de omstandigheden waarin die zich bevindt.

In de tv-serie Ways of Seeing toont wijlen kunstcriticus John Berger ons hoe iemands gewoontes en achtergrond zijn kijk op kunst vormen. Als je enkel de Europese traditie kent, is het Rijksmuseum de ultieme uiting van cultuur. Hoe kan een curator zijn eigen oordeel vertrouwen, als hij altijd alleen maar beperkt lesmateriaal voorgeschoteld heeft gekregen? Hoe kun je zeker zijn van je vakmanschap, als je ideeën nooit ter discussie zijn gesteld? Het enige dat je dan levert, is meer van hetzelfde.

Veel van de kunstenaars die ik bewonder, zouden de cultuurlijst zoals die nu is waarschijnlijk niet halen. Zoals beeldend kunstenaar AiRich, die de traditie van haar Afrikaanse voorvaders als inspiratie gebruikt om een polychromatische toekomst voor te stellen.

De tragiek is niet alleen dat dergelijke artiesten in Nederland ondergewaardeerd blijven. De tragiek is dat Nederlanders zo nooit het genoegen krijgen om hen te waarderen en de monochrome wereld in te kleuren. En dat is zonder twijfel een nationaal verlies.