Column

Waar blijft de stem van Allah?

De posters van zoenende moslima’s hebben hun werk gedaan, vindt wethouder Ronald Schneider (Leefbaar Rotterdam): zoveel reacties, dat betekent dat het debat over vrije partnerkeuze op gang komt. Deze donderdagochtend voert hij het bijvoorbeeld, in een zaaltje van de Hogeschool.

Zo’n debat over integratie is toch altijd een beetje alsof je luistert naar artsen die overleggen over een patiënt. Hier blijken vooral vertegenwoordigers námens de betrokkenen aanwezig, stichtingen met het bekende vakjargon in hun slogans (‘intercultureel’, ‘dialoog’, ‘samenwerkend’). We missen de patiënt. Of zoals sommige debaters het zelf formuleren: „De doelgroep wordt niet bereikt.”

Dat is waar. Achter de glazen schuifwand zitten tientallen studentes met hoofddoeken achter pc’s. Anderzijds: die vertegenwoordigers vertellen hier wel degelijk dat de mensen met wie ze werken geschokt zijn door die posters. „Er wordt echt over gesproken,” zegt een vrouw van Stichting Wereldvrouwen Rotterdam. „De dialoog tussen moeders en die jongeren komt op gang.” Ook komen er schrijnende verhalen over onvrije vrouwen, die hier dus indirect een stem krijgen.

Welke er pas echt ontbreekt, merk ik pas als Shirin Musa het woord krijgt. Zij is van Femmes for Freedom, een van de partners van de postercampagne, en vertelt dat mannen haar vaak opbellen: „Jij zet onze vrouwen aan tot seks met joden!”

De patiënte kan zich prima door haar arts laten vertegenwoordigen, maar ik wil het virus wel eens horen. Schneider zegt zelf dat hij een bewust „een grote steen in de vijver wierp” in de hoop op reacties, die uiteindelijk als kleine golfjes de vrije partnerkeuze gaan verspreiden. Met alleen de slachtoffers ben je er dan niet.

Ik wil die bellers wel eens horen. Wie weet kunnen ze prima beargumenteren wat er mis is met seks met joden. Of waarom vrouwen minderwaardig zijn. En homo’s nog minder. Heus, ik ben niet ongevoelig voor goede argumenten. Ergens moeten er machtige instellingen en personen zijn die deze redeneertrant uitdragen, maar waar? Díe hadden door deze posterprovocatie uit hun tenten gelokt moeten worden. Díe had je willen horen schreeuwen: „Maar Allah wil dit niet!” Díe vormen de echte doelgroep van deze posters.

Hier is iedereen het best met elkaar eens. Nou ja, afgezien van wat PvdA-fractieleden dan. Die blijven maar klagen over ‘de vorm’: beledigend. „Waarin zit precies de belediging?” vraagt de gespreksleider steeds weer, wijzend naar de twee zoenende vrouwen. Het antwoord schalt in al onze hoofden: Allah wil geen homo’s! Maar de raadsleden praten er omslachtig om heen.

Aan de PvdA heeft Allah dus ook al niets.