Toch vervolging PowNed voor uitzending Hoes

Onno Hoes werd ontslagen na onthullingen van PowNed over privéafspraken die hij had met een jongere man.

Onno Hoes. Foto Remko de Waal/ANP

PowNed wordt toch vervolgd voor het uitzenden van zonder toestemming opgenomen beelden van voormalig burgemeester Onno Hoes. Dat maakte het gerechtshof in Amsterdam op donderdag bekend. In 2015 werd nog afgezien van vervolging door het Openbaar Ministerie.

Hoes spande toen een civiele zaak aan. De rechter besloot dat PowNed de beelden niet had mogen uitzenden: PowNed moest uiteindelijk een schadevergoeding betalen.

De voormalig burgemeester van Maastricht spande vervolgens een Artikel 12-procedure aan om de officier van justitie alsnog te dwingen tot strafrechtelijke vervolging. Met die eis heeft de rechtbank in Amsterdam nu ingestemd.

Inbreuk op privéleven

PowNed stuurde in 2014 een jongere man op pad om seksueel getinte privéafspraken die hij met Hoes had te filmen. De uitzending van deze beelden leidde direct tot het ontslag van Hoes. Hij na een eerder voorval afspraken gemaakt met de gemeente om controverses van een seksuele aard te vermijden. Hij diende een strafrechtelijke klacht in tegen de man en PowNed omdat zijn privacy geschonden zou zijn.

Hoes “stelde in de beklagprocedure dat de beklaagden door hun handelen inbreuk hebben gemaakt op zijn privé leven en dat zijn persoonlijke levenssfeer, zijn eer en goede naam onder het mom van persvrijheid zijn aangetast”, schrijft de rechtbank. PowNed bracht daar tegenin dat zij de onthullingen gerechtvaardigd vinden.

De rechtbank in Amsterdam oordeelde dat de zaak van Hoes kans van slagen heeft. “Er moet een belangenafweging gemaakt worden tussen de conflicterende grondrechten: het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op vrijheid van meningsuiting”, aldus de rechtbank. “Bij een botsing van deze grondrechten kan uit artikel 10 EVRM noch uit de jurisprudentie worden geconcludeerd dat het recht op vrijheid van meningsuiting altijd voorrang zou moeten krijgen.”

Bij de oorspronkelijke zaak besloot de rechtbank dat de jonge man bij de opnamen niet strafbaar had gehandeld omdat hij zelf ook betrokken was bij het gesprek. Daarom zou het uitzenden van de beelden ook niet strafbaar zijn geweest.