Recensie

Prettig mild Indiaas – en na 40 jaar nog steeds even hoffelijk

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.

Foto Simon Trel

Ooit was Balraj, het oudste Indiase restaurant van Amsterdam, gevestigd in een zijstraatje van de Haarlemmerdijk, toen allesbehalve hip. Wel happening, want de junks, alcoholisten en daklozen hingen bij bosjes in de portieken van de dichtgetimmerde panden. Het was kortom een louche buurt, iets wat je je nu niet meer voor kunt stellen. Ik herinner me nog dat je beneden kon afhalen en op de eerste verdieping van het smalle pandje kon eten in een huiskamer met bloemetjesbehang aan de muren. Het had toen al een onweerstaanbare aantrekkingskracht. En behalve dat was het er spotgoedkoop.

Dit jaar bestaat Balraj veertig jaar, het zit inmiddels al lang in een groter pand aan de dijk, maar de eigenaar van toen, het echtpaar Atwal, zwaait nog steeds de scepter. Jasbir Atwal, de gastheer, is een vriendelijke man die houdt van een grapje, alles goed in de gaten houdt en de voorkomendheid heeft die je tegenwoordig zelden treft. Hij bezoekt alle tafels, loopt mee met de bediening en maakt een praatje met de gasten, veelal habitués en toeristen. Het is een verademing: niet een jong meisje dat vraagt „weten jullie hoe het hier werkt”, om vervolgens over shared dining te beginnen, maar ouderwetse kennis van zaken gepaard met hoffelijkheid. De kaart van Balraj is vanouds groot en vol met klassieke curry’s, tandoori en vegetarische gerechten, er wordt vooraf gewaarschuwd: „Onze keuken is gebaseerd op de manier waarop in India thuis wordt gegeten, minder pittig dan in veel andere restaurants”. Daarmee is geen woord te veel gezegd: mild is hier écht mild. Maar gasten kunnen wel aangeven of ze het liever pittiger willen. Eerlijk gezegd zijn wij wel blij met mild. De keren dat wij ook met bluswater de smaakpapillen niet meer kalm kregen, staan nog scherp in ons geheugen gegrift.

Alsof we kinderen in een snoepwinkel zijn bestellen we meteen te veel: papadam (1,25), naan, gewone en met knoflook (2,50 en 2,75), samosa (4,75), raita (2,75) en als hoofdgerechten shahi korma met lam (16,75) en butter chicken (15,75). Bij de hoofdgerechten komt basmatirijst, chapati en dal, we drinken Indiaas bier (Kingfisher, 3,50), witte wijn (3,50) en een grote fles Spa (5,75).

De naan, het Indiase brood, is heerlijk: vers, warm en knapperig, vooral die met knoflook staat ons aan. Ook de papadam, krokante pannenkoekjes met pittige dip, zijn zo op. De samosa, gefrituurd bladerdeeg gevuld met groenten en kikkererwten, is heet (als in warm) en pittig (als in heet). De raita, yoghurt met komkommer en tomaat, is fris en fijn gesneden, prima.

De curry van lamsvlees komt in een zoetige, milde saus van kokos, cashewnoten, kardemom, kerrie en kruiden en is zo’n pleaser dat je alleen maar wil dooreten

Na die opwekkende starters zakken we in een vriendelijk, mild en zelfs zoet bad. De curry van lamsvlees, zacht en botermals, komt in een zoetige, milde saus van kokos, cashewnoten, kardemom, kerrie en kruiden en is zo’n pleaser dat je alleen maar wil dooreten. De butter chicken die bereid is in de tandoor (klei-oven) heeft een lichtzoete tomatenchutneysaus, met onder meer room, fenegriek en cashewnoten. Hier slaat het zoet een tikkie te veel door, het moet geen kindereten worden. De basmatirijst is stomend en aromatisch, de dal (een brij van linzen) is lekker en mooi hoog op smaak. Ten slotte delen we een toetje: kheer, Indiase rijstpudding (4,50) met een paar druppels bloesemwater, een gerechtje dat de tafelgenoot de uitspraak ontlokt: „Het lijkt wel of er Dreft inzit”.

We zitten tussen wanden met donkerbruine lambrisering, behang met bloemen en Indiase taferelen, zoals vrouwen in klederdracht en olifanten. Het eten komt in roestvrij stalen bakjes, de bediening loopt met een houten wagentje met warmhoudplaatjes. Alles voelt vertrouwd, er is in die veertig jaar weinig veranderd en dat is maar goed ook. Balraj is ouderwets in de goede zin van het woord.