Met bijna 350 per uur in het donker tussen de bomen door

24 Uur van Le Mans

Zaterdagmiddag gaat Jan Lammers (61) voor de 23ste keer van start in de 24 Uur van Le Mans. Hij is nog altijd gefascineerd door de fameuze uithoudingsrace. En hij is niet de enige. Coureurs als hij vinden zichzelf in Le Mans als racer terug.

De Japanner Yuji Kunimoto in een Toyota gaat een aantal collega’s voor tijdens een trainingsdag op Le Mans, begin juni. Hierboven maakt de Braziliaanse coureur Tony Kanaan een selfie met voornamelijk landgenoten, onder wie Rubens Barrichello, in de gele overall. Uiterst links is nog net zijn Nederlandse teamgenoot Frits van Eerd zichtbaar. Foto Jean-François Monier/AFP

Le Mans is het kroonjuweel van de lange-afstandsracerij. Alleen al dankzij de lange historie – de eerste editie vond plaats in 1923 – kan de race bogen op een enorm prestige. Ieder zichzelf serieus nemend automerk is in Le Mans geweest om er nieuwe uitvindingen uit te proberen (koplampen, ruitenwissers, schijfremmen) of zijn sportieve elan te etaleren.

Ooit reden de azen uit de Formule 1 regelmatig mee, nu houdt de F1 zijn rijders stevig in de greep. De deelname van Nico Hülkenberg, twee jaar geleden, was een uitzondering. Wel duiken er veel ex-Formule 1-coureurs op in Le Mans. Vaak halen deze coureurs, die in de koningsklasse de top net niet bereikten, in Le Mans opgelucht adem. Le Mans heeft weliswaar dezelfde glamour en media-aandacht als een grand prix, maar zonder de druk, de hectiek en de politiek van het F1-circus vinden ze in Le Mans weer het plezier in het racen.

Zo ziet het er in de cockpit uit:

„Het was best even wennen”, bekende Sébastien Buemi in 2015 in het Britse blad Motorsport. In 2011 werd de Zwitser door Formule 1-team Toro Rosso aan de kant geschoven, waarna hij de overstap maakte naar het lange-afstandsracen. Aanvankelijk wilde de gekrenkte Buemi vooral zichzelf bewijzen. Maar in Le Mans deel je je auto met twee teamgenoten. „In de Formule 1 krijg je buikpijn als je teamgenoot goed presteert. Hier in Le Mans is het anders. Je moet samenwerken, elkaar vooruit helpen.” Komend weekend is Buemi met zijn Toyota-maten favoriet voor de eindzege in de race.

Kermis

Le Mans is echter veel meer dan een race. De Fransen spreken graag van een ‘événement sociologique’. Het is een kermis, een festival waar de race als een hartslag doorheen loopt. De 24 Uur van Le Mans duurt eigenlijk een week. Voor coureurs die net uit de Formule 1 komen is dat veel te lang. Maar toch: nu vinden ze tijd om contact te maken, met de omgeving, met het publiek en de pers. Er is een openbare keuring van de auto’s in de binnenstad, er zijn interviews, handtekeningensessies, en als de meeste fans gearriveerd zijn, is er op vrijdagavond een uitbundige rijdersparade door de stad.

Le Mans is een grote race, die je echt kunt aanraken. Ook de coureurs genieten daarvan. „Het is een hele week feest”, zegt Jeroen Bleekemolen, die zaterdag aan zijn twaalfde Le Mans begint. „Als coureur krijg je dat echt mee. Dat maakt het bijzonder.”

Respect

Voor het publiek gaat het festivalgevoel tijdens de race gewoon door, dankzij de kermis langs de baan, de concerten, de hot-dogs en de slenterende massa’s. Zodra de avond valt krijgt het spektakel een betoverende charme. Voorbij de vangrail raast de wedstrijd intussen genadeloos voort, de nacht in. Het rijden door de nacht beschrijven veel coureurs als een bijzondere ervaring. Met snelheden tegen de 350 tussen de bomen door jagen over een baan die de rest van jaar gewoon openbare weg is, geeft een kick.

„Je moet wel respect tonen”, waarschuwt Tom Kristensen. De Deen klopte jaren vergeefs op de deur van de Formule 1, tot hij Le Mans ontdekte. Hij startte achttien keer en boekte een recordaantal van negen eindzeges. „Je moet de baan naar je toe laten komen, dan komen vanzelf ook de snelle rondetijden”, zegt Kristensen. „Als alles goed loopt, kom je in een mooi ritme en kun je lang op de limiet rijden. Dan wordt het tunnel en droom, een echte mind-flow.” Is dat het geheime recept? „Nee, er is geen recept. Elk jaar is weer anders. Reken op het onberekenbare.”

Oergevoel van snelheid

Voor Jan Lammers is Le Mans helemaal een terugkeer naar het oergevoel van snelheid. Als veertienjarig jochie was hij met Rob Slotemaker op de set van Steve McQueens film Le Mans. Daar kreeg hij op een middag zomaar een lift in een Porsche 917. Met dik 300 per uur denderde deze inmiddels archetypische Le Mans-auto over het rechte eind. „Als ergens de beslissing viel, dan was het daar”, beseft Lammers.

De trailer van de film Le Mans:

Na een paar moeizame F1-avonturen begon ook Lammers aan een indrukwekkende Le Mans-carrière. Hij won in 1988, met Jaguar, een zege die werd overschaduwd door de prestaties van het Nederlands elftal, dat Europees kampioen werd.

Bijna dertig jaar later gaat Lammers niet voor de overwinning. Hij rijdt in de LMP2-klasse, met Frits van Eerd van supermarktketen Jumbo en de Braziliaanse oud-F1-coureur Rubens Barrichello. Meedoen is belangrijker dan winnen. Lammers: „De eerste keer dat ik weer het rechte stuk voor de tribunes oprij is altijd emotioneel. Ik ben er nog, denk ik dan.”