Column

Lege stoel in Den Haag is teken van de Oost-West-spanning

Er is nog geen teken van détente tussen Oost en West, schrijft Michel Kerres na een gesprek met de secretaris-generaal van de OVSE. Het zit muurvast.

De fraaie stijlkamer aan in het statige Haagse pand staat al sinds vorige zomer leeg. Normaal werkt hier de Hoge Commissaris voor de Nationale Minderheden van de OVSE. De hoge commissaris is een van drie topfuncties van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa die de 57 lidstaten maar niet vervuld krijgen. En als deze landen niet snel tot elkaar komen, is op 1 juli ook de stoel van de secretaris-generaal vacant.

De lege stoel in Den Haag is een symbool van de spanningen tussen Oost en West. De OVSE werkt op basis van consensus en die is steeds vaker zoek. Zelfs powerhouse Duitsland, dat vorig jaar voorzitter was van de OVSE, had het er moeilijk mee. Toen de Duitsers het stokje doorgaven aan Oostenrijk was er veel unfinished business: geen mandaat voor veldwerk, geen begroting, open vacatures in de top. De Oostenrijkers hebben begin deze maand voor een begroting gezorgd, maar de benoemingen zitten nog vast.

In de ongebruikte Haagse kamer neemt de scheidend secretaris-generaal van de OVSE, de Italiaan Lamberto Zannier, de stand van zaken tussen Oost en West door. Tijdens een vorige bezoek aan Den Haag, begin november, schetste hij een gitzwart beeld. Toen zei hij dat „de wereld gevangen zit in de logica van escalatie en confrontatie”. En nu?

De zon schijnt, er is een tuinborrel en Zannier heeft net een koninklijke onderscheiding gekregen, maar zijn diagnose is er niet vrolijker op geworden. „De situatie is helaas niet minder zwart. Rusland voelt zich bedreigd door de NAVO, de Baltische staten voelen zich bedreigd door Rusland, de bewapening aan beide kanten stijgt. Er is geen de-escalatie, er is nauwelijks dialoog.”

Het Westen wil zijn grenzen beschermen, Rusland wil invloedsferen beschermen

De situatie langs de Oost-West grens kan zomaar uit de hand lopen en dan is er geen structureel mechanisme om de situatie snel onder controle te krijgen. „Stel, een vliegtuig raakt per ongeluk een schip, zeg in Baltische Zee of de Zwarte Zee, dan is er geen mechanisme om snel met elkaar om tafel te gaan zitten.” Zo’n overlegstructuur is dringend nodig, zegt Zannier, evenals afspraken die ongelukken kunnen voorkomen.

De zaak tussen Oost en West zit muurvast. Eén oorzaak is de patstelling rond de Krim en Oekraïne. Het Westen heeft de Russische agressie beantwoord met bewapening van de NAVO-oostflank en sancties. Elke poging tot dialoog wordt uitgelegd als handreiking aan Rusland, als indirecte goedkeuring van de agressie, als het gedogen van de annexatie. Krim en Oekraïne illustreren ook een diepgaand verschil van inzicht tussen Rusland en het Westen. Het Westen wil zijn grenzen beschermen, Rusland wil invloedsferen beschermen en wil dus niet dat het Westen uitbreidt in oostelijke richting, door Kiev aan de borst te drukken of, zoals deze maand, Montenegro lid te maken van de NAVO.

De nieuwe Amerikaanse president maakt het er ook niet eenvoudiger op. Zannier weet nog steeds niet wat de Amerikanen willen en of ze fora als de OVSE überhaupt willen gebruiken.

Hoe komt Europa uit deze gevaarlijke impasse? Binnen de OVSE hebben de Duitsers behoedzaam informeel overleg gestart, onder andere over militaire oefeningen en bewapening, maar uiteindelijk is er maar één oplossing, zegt Zannier: leiderschap. In oktober was hij in Reykjavik om de dertigste verjaardag te vieren van de top tussen Reagan en Gorbatsjov. De top wordt gezien als belangrijke stap op weg naar ontwapening en ontspanning. „Op het gebied van veiligheidsvraagstukken is het nu écht tijd voor een groots initiatief.” Een tweede Reykjavik – maar of de supermachten daar op dit moment het geschikte personeel voor hebben?