Column

Handje

Voor het NOS-gebouw op het Mediapark stond de acteur Peter Faber een sigaret te roken. Grappig, die had ik als kind ooit een handje gegeven. Het gebeurde op de brug bij Deventer. We waren er met de hele klas van de WigWam naartoe gebracht om te figureren in de film A Bridge too Far. Tien gulden per kind per uur, er waren nul ouders die daar bezwaar tegen hadden. Er werd gezegd dat de wereldberoemde regisseur Richard Attenborough het liefst met kinderen uit Arnhem en omgeving werkte omdat die de Slag om Arnhem het best konden invoelen. Ik sjokte heel natuurlijk in mijn lompjes achter een handkar met huisraad over die brug, er kon ook toen al geen glimlachje te veel vanaf.

„Echt de mimiek van een vluchtelingenkind”, werd er tegen me gezegd. Het was bedoeld als compliment.

Peter Faber speelde Arie Bestebreurtje, een assistent van generaal Gavin en ergens moeten we elkaar toen hebben ontmoet, want ik werd er nog jaren aan herinnerd dat ik hem toen een handje heb gegeven.

Het werd op verjaardagen altijd aangehaald.

„Dat is Marcel, de oudste”, zei mijn vader dan. „Die heeft Peter Faber nog een handje gegeven.”

Als Peter Faber op televisie was, en dat was toen altijd want hij zat in alle Nederlandse films en series, werd het ook altijd gezegd.

„Die heb jij nog een handje gegeven.”

Er waren momenten, het zal in de puberteit geweest zijn, dat ik dacht dat ik mijn hoogtepunt al achter me had. Dat was geweest op de dag dat ik Peter Faber een handje had gegeven.

Peter Faber die door Radio 1 Vandaag was ingehuurd om voor 125 euro de optimist van de dag te zijn herinnerde zich hier natuurlijk niets van, maar ik kon het niet nalaten om hem nogmaals een handje te geven.

„O”, zei hij, „heb jij ook over die brug gelopen?”

-„Ja”, zei ik, „en daarna schoten ze de hele stad kapot.”

Hij had op die brug destijds ook Richard Attenborough, James Caan, Sean Connery en Pieter van Vollenhoven een handje gegeven en wist zeker dat alleen Pieter van Vollenhoven zich dat nog herinnerde.

Hij was tegenwoordig wat minder gevraagd als acteur en leefde van spreekbeurten aan bedrijven. De kern van zijn boodschap was: ‘Je lichaam is je Ferrari, je hoofd is de tomtom.’

Hij gooide zijn sigaret weg en liep door de schuifdeuren het NOS-gebouw binnen.

Tijdens het eten vertelde ik ’s avonds dat ik Peter Faber was tegengekomen en dat ik die als kind op de brug bij Deventer een handje had gegeven.

Het maakte nul indruk.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz en vervangt haar tijdens haar vakantie.