Opinie

Goede moslim kiest niet het Westen, maar IS als de vijand

Waarom voelen zo veel jongeren zich aangetrokken tot de totalitaire ideologie van IS? Zelfonderzoek naar dat gegeven is een islamitische plicht, schrijft , zo ook het uitdragen van democratische waarden en verdraagzaamheid.

Een soldaat van het Vrije Syrische Leger leest de Koran. Foto Alaa al-Faqir / Reuters

De meedogenloze aanslagen op onschuldige burgers in Londen en Manchester zijn de laatste in een reeks zinloze gewelddaden, gepleegd door de zogeheten Islamitische Staat, een groepering die geen andere aanduiding verdient dan het onmenselijkste criminele netwerk ter wereld. Alle moslims zouden de inlichtingen- en veiligheidsdiensten moeten helpen nieuwe aanslagen af te wenden en de levensaders ervan af te snijden. Sinds haar oprichting, uit de as van Al-Qaeda in Irak, houdt IS zich enkel bezig met bedrog en moord. Ondanks haar misleidende naam, representeert IS een verdraaiing van de islam. Haar kleding, vlaggen en leuzen kunnen niet verhullen hoe afschuwelijk ze de geest van de islam verraadt.

Zelfonderzoek is een islamitische, morele plicht.

Wat kunnen moslims hiertegen doen? Allereerst het doel steunen dat deze barbaarse groepering een geografische basis ontzegd wordt. Juist het idee van een ‘staat’ is propaganda. Maar de oplossing is niet alleen van militaire aard. Vanwege de belofte tot zingeving en saamhorigheid voelen vervreemde moslimjongeren zich aangetrokken tot IS haar totalitaire ideologie. Iets wat ze blijkbaar thuis missen en daarom is het ook van belang discriminatie in westerse gemeenschappen aan te pakken. Tegelijk hebben westerse regeringen de verantwoordelijkheid een ethischer buitenlands beleid te voeren. Moslimburgers kunnen en moeten in dit geheel van inspanningen hun steentje bijdragen, maar wij hebben ook nog een unieke rol in deze strijd. Bijvoorbeeld door het afweersysteem te versterken tegen extremisme. We moeten ons afvragen waarom er juist in onze gemeenschappen terroristen geworven worden. Ja, externe factoren moeten geadresseerd worden, maar we moeten ook naar binnen kijken.

Zelfonderzoek is een islamitische, morele plicht. Wij – ouders, leerkrachten, bestuurders, imams – kunnen veel doen om onze jongeren te helpen zichzelf te beschermen. Het is aan ons om de moordzuchtige extremisten te verslaan op het slagveld van de ideeën.

Een gangbare misvatting onder gewelddadige extremistische ideologen is om de leerstellingen van de Koran en de Profeet (vrede zij met hem) uit hun verband te halen en er zo’n draai aan geven dat ze bij hun vooropgezette bedoelingen aansluiten. Met momentopnamen uit het leven van de Profeet en zijn metgezellen rechtvaardigen deze ideologen hun misdaden.

Het tegengif is een religieus onderwijsprogramma waarin de traditie op holistische en contextuele manier wordt onderwezen. Om misleiding van radicale ideologen te weerstaan, moeten jonge moslims inzicht krijgen in de geest van hun heilige geschrift en de overkoepelende beginselen van het leven van hun profeet. We moeten onze jeugd het hele verhaal leren: hoe de profeet zijn samenleving van barbaarsheid verloste en morele normen bijbracht die door Abrahamitische religies worden gedeeld.

Moslims, help de inlichtingendiensten met hun strijd tegen terrorisme

Holistisch godsdienstonderwijs begint bij de overtuiging van de waardigheid van ieder mens als unieke schepping, ongeacht geloof. Als God zegt: ‘Wij hebben de zonen Adams eer bewezen’ (Koran 17:70), dan wordt eer bewezen aan de hele mensheid. Wie ook maar één onschuldige het leven beneemt, begaat volgens de Koran een misdaad tegen de hele mensheid (Koran 5:32). Zelfs in een gewettigde verdedigingsoorlog verbiedt de leer van de Profeet uitdrukkelijk geweld tegen allen die niet aan de strijd deelnemen, vooral vrouwen, kinderen en geestelijken. Het is een waandenkbeeld dat iemand in het paradijs kan komen door anderen te vermoorden.

Extremisten begaan nóg een misstap: religieuze uitspraken uit de Middeleeuwen verplaatsen zij naar de 21ste eeuw, en dan wordt politieke wedijver al gauw aangezien voor een godsdienstgeschil. De moslims van nu, echter, hebben de vrijheid om in democratische, seculiere landen hun godsdienst te belijden. De waarden van democratisch bestuur sluiten juist aan bij de islamitische idealen, zoals sociale gerechtigheid, rechtszekerheid, gezamenlijke besluitvorming en gelijkheid. Moslims moeten als aan de democratie bijdragende burgers leven.

We moeten positieve manieren ontwikkelen om in de maatschappelijke behoeften van onze jongeren te voorzien. Door jongeren te leren anderen te helpen, bijvoorbeeld, geven we hen het gevoel deel uit te maken van een zinvol geheel. Ook kunnen we ze aanmoedigen tot een gesprek met mensen van andere religies, tot wederzijds begrip en respect. Als moslims zijn we niet alleen lid van een geloofsgemeenschap, maar ook van de menselijke familie.

Sinds de jaren zeventig hebben de deelnemers van de sociale beweging Hizmet – het Turkse woord voor ‘dienen’ – in meer dan 150 landen meer dan 1000 seculiere scholen, ziekenhuizen en hulporganisaties opgericht. Door zich te richten op de betrokkenheid van studenten, docenten en begeleiders, bevorderen deze instellingen en hun netwerken een gevoel van identiteit, saamhorigheid, zingeving en emancipatie – uiteindelijk het beste tegengif tegen de valse beloften van extremisten. De Hizmet-instellingen verzorgen niet alleen onderwijs en culturele uitwisselingen, ze kweken ook een pluralistisch wereldbeeld, kritisch denk- en inlevingsvermogen.

Moslims bidden dagelijks tot God om hen ‘op het rechte pad’ te houden. In deze tijd betekent het rechte pad dat we ons verdiepen in de kernwaarden van ons geloof, hoe we die in ons dagelijks leven vormgeven en de weerstand van onze jeugd versterken tegen wat strijdig is met die waarden. Het is een godsdienstige én een menselijke verantwoordelijkheid om gewelddadige godsdienstfanaten te beletten de gruweldaden van Londen en Manchester ergens anders nog eens over te doen.

Dit artikel verscheen eerder op politico.eu