Doodrijder peuter weer cel in, ontloopt behandeling

De man die 27 april vorig jaar met te hoge snelheid een driejarige peuter doodreed in Breda moet een half jaar terug de gevangenis in.

Foto Maricmedia/ANP

Elias A. (27), die op Koningsdag vorig jaar in Breda een driejarige peuter doodreed door veel te hard door een woonwijk te rijden en wegliep uit de inrichting die hem behandelde, moet weer zes maanden de cel in. Dat bepaalde de rechtbank in Breda donderdag. Hij hield zich niet aan de voorwaarden van zijn voorwaardelijke straf.

Vanwege het ongeluk kreeg A. in november achttien maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk. Een van die voorwaarden was een klinische behandeling vanwege psychische problemen bij de zwakzinnige A.. Nadat hij na zijn celstraf in een kliniek terechtkwam, liep hij echter weg. Hij wil zich niet laten behandelen.

“Na drie dagen dacht ik: ik wil hier niet zijn. Als ik moet kiezen, zit ik liever in de gevangenis”, zei hij bij de behandeling van de zaak, twee weken geleden. Iets waar de rechtbank het niet mee eens was. “Frustrerend dat ik geen behandeling kan afdwingen”, zei de officier.

Verdachte is licht zwakzinnig

De 3-jarige Nassim werd op 27 april van dit jaar aangereden toen hij tussen twee geparkeerde auto’s de weg overstak. De verdachte reed binnen de bebouwde kom zeker 80 kilometer per uur waar slechts 30 km was toegestaan. De peuter overleed ter plekke. A. reed na de aanrijding door en meldde zich pas ‘s avonds bij de politie, terwijl hij “wist of in ieder geval kon vermoeden wat er gebeurd was”, aldus de rechtbank bij zijn veroordeling in november 2016.

De rechter oordeelt dat de verdachte zeer onvoorzichtig, onachtzaam en onnadenkend rijgedrag heeft vertoond en daarmee onherstelbaar leed heeft veroorzaakt bij de nabestaanden. “Nassim had nog een heel leven voor zich, maar is door het gedrag van de verdachte uit het leven weggerukt”, aldus de rechter in het proces.

“De rechtbank beseft dat geen enkele straf, in welke vorm of mate dan ook, het verlies van Nassim goed zal kunnen maken en het leed van de nabestaanden zal kunnen wegnemen.”

De rechtbank komt tot een lagere strafeis dan het OM vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat A. verstandelijk en sociaal emotioneel minder ontwikkeld is. Hij is licht zwakzinnig en lijdt aan een morbide obesitas (ziekelijk overgewicht).

Tijdens de zitting betuigde de verdachte spijt van zijn gedrag. Na de aanrijding liep hij een posttraumatische stressstoornis op. De rechtbank heeft ondanks zijn ontwikkelingsachterstand wel het volwassenenstrafrecht toegepast, omdat dit meer mogelijkheden bood voor behandeling. De rechter zei dat het risico op herhaling groot is. A. is eerder gestraft voor rijden zonder rijbewijs.