Gordon Parks: humanist met een camera

Tentoonstelling De Afro-Amerikaanse Gordon Parks legde in de jaren ’40 tot ’60 de verdeeldheid in de Amerikaanse samenleving vast. Foam in Amsterdam toont nu zijn werk.

Man en vrouw, zondagochtend, Detroit Michigan 1950. Foto Gordon Parks Courtesy en copyright The Gordon Parks Foundation

‘Ik ben zoals jij, starend in de spiegel van armoede en wanhoop, van opstand en vrijheid.” Het is een beroemde uitspraak van de Amerikaanse fotograaf Gordon Parks. Vanaf vrijdag is in fotografiemuseum Foam in Amsterdam zijn werk te zien op de tentoonstelling I Am You. Selected Works 1942-1978. Wie zijn foto’s bekijkt, ziet het werk van een geëngageerd man.

Als verslaggever – Parks was de eerste Afro-Amerikaanse fotograaf die ging werken bij het gerenommeerde tijdschrift Life – legde hij de verdeeldheid in de Amerikaanse samenleving vast. Maar hij was meer dan een voorvechter in de strijd voor gelijke rechten, hij was vooral een kunstenaar en een eigenzinnige man.

Als vijftiende kind (geboren in 1912) in een arm gezin in Kansas kocht Parks op jonge leeftijd een camera bij de lommerd. Na een tijdje als modefotograaf te hebben gewerkt kwam hij, zonder professionele opleiding, in Washington D.C. terecht bij de Farm Security Administration (FSA). FSA was het fotografisch project dat in 1935 door de overheid was opgezet om de armoede op het platteland in kaart te brengen. Daar werd Parks geconfronteerd met het feit dat hij als zwarte man met zijn camera nauwelijks toegang kreeg tot publieke ruimtes. Toch zette hij door. En met succes, want iets in zijn houding, zijn manier van doen, zijn stem, zorgde ervoor dat mensen hem vertrouwden. Of het nu ging om socialite Gloria Vanderbilt, actrice Marilyn Monroe of bendeleden in Harlem, telkens wist Parks tot hun wereld door te dringen. In de documentaire Half Past Autumn: The Life and Work of Gordon Parks (2000) zegt hij hierover: „De mensen voor de camera zijn het belangrijkste, niet de fotograaf, hoe heroïsch hij ook is. Als zij hun tijd niet aan je willen geven, heb jij geen verhaal.”

Die open houding leverde hem in 1948 een baan op bij Life. Daar concentreerde hij zich vooral op onderwerpen als segregatie, racisme en onrecht. Zo vertelde hij, via poëtische beelden, zijn eigen levensverhaal. Hij maakte foto’s bij de beroemde roman Invisible Man van Ralph Ellison – een verhaal over een zwarte hoofdfiguur die uit het zuiden van de VS naar Harlem reist en beseft dat hij onzichtbaar is voor zijn omgeving. En hij wist door te dringen tot de Nation of Islam, een separatistische Afro-Amerikaanse moslimorganisatie.

Aanhangers van de Black Panther-beweging. Watts California 1967. Gordon Parks Courtesy The Gordon Parks Foundation

Toch werd hij geen boegbeeld van de ‘zwarte zaak’. Toen hij in 1963 in contact kwam met Elijah Muhammad, de spirituele leider van de Nation of Islam, vroeg deze of hij een boek en een film over de moslimgemeenschapwilde maken. Parks weigerde, ondanks dat hij er een half miljoen dollar voor zou krijgen. Muhammad, die hem al verweet voor ‘the white devil’ te werken, gaf Parks desondanks toestemming om de Black Muslims te fotograferen. Het werd een van zijn baanbrekende reportages.

Parks maakte portretten van Malcolm X, fotografeerde biddende kinderen en maakte de, inmiddels beroemde, zwart-witfoto van moslimzuster Ethel Sharrieff, dochter van Elijah Muhammad, die vastberaden de camera inblikt.

Ondertussen zette Parks zijn camera ook bewust in om armoede en onderdrukking te bestrijden. In 1961 fotografeerde hij het jongetje Flavio met zijn familie in de sloppenwijken van Rio de Janeiro en in 1967 maakte hij een reportage over het noodlijdende gezin Fontenelle in Harlem. Met behulp van deze schokkende foto’s wist Life voor beide gezinnen geld in te zamelen. Zijn camera, aldus Parks, kon op deze manier de verdeeldheid in de samenleving overbruggen: „Er is iets in ons beiden dat dieper gaat dan bloed, zwart of wit. Dat is onze gezamenlijke zoektocht naar een beter leven, een betere wereld.”

Een humanist was hij zeker, radicaal werd hij nooit. Toen activist Eldridge Cleaver, lid van de Afro-Amerikaanse politieke organisatie Black Panthers, hem in 1970 vroeg perswoordvoerder te worden, bedankte Parks voor de eer. In documentaire Half Past Autumn vertelt hij waarom hij de keuzes in zijn werk niet liet afhangen van het oordeel van de zwarte gemeenschap: „Ik heb daar geen tijd voor. Ik bepaal zelf wel wat goed is. Ik ben het racisme en de hypocrisie in Kansas ontvlucht, heb mijn strijd gestreden, en heb het recht om te doen wat ik wil doen.”

Gordon Parks. I Am You. Selected works 1942-1978. 16 juni t/m 6 september in Foam, foam.org. Het gelijknamige fotoboek is te koop in de boekwinkel van Foam (38 euro).

The Learning Tree, 1963

In 1969 debuteerde Parks met de speel film The Learning Tree, gebaseerd op zijn gelijknamige autobiografische roman (1963). De film en het boek gaan over de zwarte hoofdpersoon Newt Winger, in het fictieve plaatsje Cherokee Flats, die strijdt tegen onderdrukking en racisme.

Foto Gordon Parks Courtesy and copyright The Gordon Parks Foundation

Om de roman te promoten, publiceerde Parks in 1963 in Life het artikel ‘How It Feels to Be Black’. Passages uit de roman werden afgewisseld met een serie kleurenfoto’s die Parks had gemaakt in Kansas. Het zijn geënsceneerde, dromerige beelden, die de herinneringen uit zijn jeugd weergeven.

Mars door Washington D.C., 1963

Op 28 augustus 1963 werd de ‘March on Washington for Jobs and Freedom’ in Washington D.C. gehouden.Vanaf de trappen van het Lincoln Memorial hield Martin Luther King zijn beroemde ‘I Have a Dream’-toespraak. Gordon Parks was voor het tijdschrift Life aanwezig.

Foto Gordon Parks Courtesy and copyright The Gordon Parks Foundation

Toen King in 1968 werd vermoord, schreef Parks in Life een woedend en bitter artikel, getiteld ‘A man Who Tried to Love Somebody’. Later zei Parks hierover: „Dat was het moment waarop mijn woede zich bijna omzette in haat.”

Segregatie in het zuiden, 1956

De camera als wapen is een motto dat Parks zijn hele leven hanteerde . Zo ook toen hij samen met verslaggever Sam Yette voor Life naar het plaatsje Mobile in Alabama ging om daar de raciale spanningen vast te leggen.

Hij kwam in contact met de familie Causey, een Afro-Amerikaans gezin met vijf kinderen. Gedurende enkele weken fotografeerde Parks de familie en liet zien met welke vormen van racisme de Causeys in die tijd werden geconfronteerd.

Foto Gordon Parks Courtesy and copyright The Gordon Parks Foundation

Nadat het verhaal in 1956 in Life was verschenen, kreeg de familie te maken met wraakacties. Ze raakten hun bezittingen en huis kwijt. Life zorgde ervoor dat ze een vergoeding kregen van 25.000 dollar.

Foto Gordon Parks Courtesy and copyright The Gordon Parks Foundation

Ella Watson, 1942

In 1942 was Gordon Parks bij fotoproject FSA leerling onder econoom en fotograaf Roy Stryker. Als Afro-Amerikaan werd hij in Washington D.C. geweigerd in restaurants, de bioscoop en niet geholpen in warenhuizen. Gefrustreerd door deze situatie bedacht hij American Gothic (genoemd naar het schilderij van Grant Wood met de titel American Gothic).

Op de foto is een zwarte vrouw te zien, Ella Watson, die in de schoonmaakploeg van het FSA-gebouw werkte. Parks liet haar poseren voor een Amerikaanse vlag, met een bezem in de ene hand en een zwabber in de andere.

Toen hij de foto aan Stryker liet zien zei deze: „Mijn god. Je beheerst het vak, maar straks worden we nog allemaal ontslagen.”