Column

De risico’s van een Brits offshore-paradijs

Er is een, niet al te netjes, Engels woord voor wat de Britten zichzelf het afgelopen jaar hebben aangedaan: een zogenoemde clusterfuck. De dollemansrit dreigt nu, in zijn laatste episode, uit te draaien op een Conservatieve regering die afhankelijk is van Noord-Ierse Unionisten. En er is nog lang geen eind in zicht. Er wordt gezegd dat de Britse onderhandelingspositie ten aanzien van de EU behoorlijk is verslechterd. Dat zou een compliment zijn. Want is er überhaupt nog sprake van een Britse onderhandelingspositie?

Voor het continent is het aantal mogelijke scenario’s groot. Het kan dat het Verenigd Koninkrijk, na nóg een verkiezingsronde of een referendum, schoorvoetend van de Brexit terugkomt. Het andere uiterste is een keiharde Brexit, geboren uit verongelijktheid en gevoelde afwijzing waarbij, God zegene de greep, het VK een volledig solitair pad kiest.

Dat laatste klinkt misschien extreem. Maar het afgelopen jaar is één Britse parade van onwaarschijnlijke voorvallen.

Hoe ziet zo’n solitaire optie eruit? Als het land zich niet langer gehouden voelt aan Europese regels voor arbeid, kan er een laag gereguleerde arbeidsmarkt ontstaan, met soepele milieuregels, en uiterst vriendelijke financiële voorwaarden. George Osborne, de toenmalige Britse minister van Financiën, dreigde vorig jaar al de vennootschapsbelasting tot een minimum te verlagen als het VK er met het continent niet uit zou komen. Een Brits belastingparadijs is de volgende, logische stap. Dan liggen de Bahama’s plots voor de kust.

Er is hier al eerder gewezen op het risico dat een solitair VK de noodzaak zal voelen de regels voor de financiële sector, en het toezicht daarop, te versoepelen. De City, het financiële hart van Londen en het belangrijkste financiële centrum ter wereld, is voor het VK te kostbaar om niet te behouden.

Zo tekent zich het risico af van een offshore Britain, een eiland voor de Europese kust waar alles kan, en alles mag. Productie van goederen en diensten met soepele arbeids- en milieuregels, tegen ultralage belastingen. Noem het een ‘exclusieve economische zone’, naar Chinees voorbeeld. Maar dan dichtbij, aan de andere kant van het Kanaal.

Het is te hopen dat deze ultieme Britse overlevingsstrategie er niet van komt: de mogelijke tegenreactie van het continent zou wederzijds enorme welvaartsschade opleveren.

Hoe kan het continent zich hierop voorbereiden? Door de risico’s zo laag mogelijk te houden. Een voorbeeld: deze week werd bekend dat de Europese Commissie meer toezicht wil gaan houden op zogenoemde ‘clearing’ in de City van de handel in financiële derivaten in euro’s. Clearing is het garant staan voor betaling van handelende partijen, en cruciaal voor de financiële stabiliteit. Het feit dat deze bedrijvigheid in euroderivaten (met een omzet van zo’n 900 miljard dollar, of ruim 800 miljard euro per dag) zich buiten de eurozone afspeelt, was de Europese Centrale Bank al langer een doorn in het oog. Maar na een verloren rechtszaak om de euro-clearing naar het continent te halen, zag de ECB twee jaar geleden van een hoger beroep af.

Nu de City zich straks niet alleen buiten de eurozone, maar buiten de gehele EU begeeft, ontstaat er een nieuwe situatie. Brussel wil nu steviger toezicht op de City, en als dat niet kan, deze activiteit verplaatst zien naar het continent. Is dat hebberigheid? Misschien. Parijs staat te trappelen. Is het wraak voor de Brexit? Nauwelijks. Met een VK waarvan de koers volledig onvoorspelbaar is, zou het gekkenwerk zijn om een van de voor het systeem belangrijkste activiteiten in je eigen munt over te laten aan een land dat voor je het weet een offshore-centrum wordt. Waar alles kan en mag.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.