Recensie

De miljoen dollar-mindset van Yung Nnelg

Best Kept Secret

Rapper Yung Nnelg doet deze festivalzomer Best Kept Secret, Woo Hah!, Solar en Appelsap aan. „Hiphopshows hebben een stigma, ik wil het tegendeel laten zien.”

Het eerste concert waar Glenn ‘Yung Nnelg’ Ascencion (22) naartoe ging, zette direct een torenhoge standaard. Hij zat nog op de middelbare school en reisde met klasgenoten naar het Watch The Throne-concert van Jay Z en Kanye West in Antwerpen. Het was een oogverblindende show van twee hiphopgiganten. Geweldige visuals en muziek. Immense lichtgevende kubussen die op en neer gingen. Twee toprappers met een onmiskenbare chemie. „Ik dacht: dit is het dus”, zegt Yung Nnelg in de studio in Amsterdam-West waar hij zijn muziek opneemt. „Wanneer je het zo aanpakt, kun je als rapper in het Sportpaleis staan.”

Yung Nnelg is een artiest die de lat bewust hoog legt. Hij heeft een million dollar mindset, rapt hij op single ‘Forrest Gump’ met Bokoesam. Jaren geleden rapte hij al dat hij ooit in de Ziggo Dome zal staan en die overtuiging heeft hij nog steeds. „Ik stippel de weg ernaartoe uit in mijn hoofd en weet zelfs de datum al.” Hij maakt een kop thee en zet zachtjes muziek van Sade op. „Ik wil grenzeloos denken in alles”, zegt hij. „Ik geloof echt in dingen gewoon zeggen en dat het dan ook uitkomt. Nu lachen mensen nog. Maar op de dag dat je mijn kaartjes voor de Ziggo Dome op Ticketswap tegenkomt, lach ik.”

De jonge rapper is deze festivalzomer regelmatig te zien. Komend weekend op Best Kept Secret en later ook op Woo Hah!, Solar en Appelsap. Nog niet met de droomproductie die hij voor ogen heeft – „met lasers, vuur en vlammen” – benadrukt hij. „Als ik dat nu al zou doen, kan ik geen muziek meer maken; dan kom ik niet rond. Maar ik wil wel iets extra’s bieden. In hoe ik klink, in hoe de muziek gemixt is, in mijn interactie met het publiek. Ik zet bij een optreden niet gewoon een mp3’tje aan.”

Gospelvibe

Yung Nnelg is een product van Amsterdam. De eerste performers van wie hij iets opstak, waren de zangers en voorgangers in de Ghanese kerk in Amsterdam-Zuidoost, waar hij opgroeide. „Daar heb je echt die gospelvibe zoals je in films ziet. Ik analyseerde wat om me heen gebeurde: oké, die man is nu de energie aan het opvoeren; die vrouw pakt nu deze toon.” Thuis stond Ghanese highlife-muziek op. „Dat zou je nu afrobeats noemen. Geen enkel drumpatroon klinkt voor mij gek. Dat helpt me bij het maken van apartere rijmschema’s.”

Hij hing als tiener rond in het centrum van de hoofdstad als onderdeel van een groep „hippe Amsterdamse kids”. Hij nam op in een grachtenpand waar veel muzikanten en kunstenaars over de vloer kwamen. En kwam geregeld in sneakerwinkel Patta aan de Zeedijk, waar hij rappers als Sef en Faberyayo van De Jeugd van Tegenwoordig ontmoette, die hem bij een eerste studiosessie „acht keer opnieuw lieten opnemen omdat ze vonden dat ik niet sterk genoeg kwam”.

Peer pressure heeft hem de artiest gemaakt die hij nu is, zegt Yung Nnelg: perfectionistisch en met oog voor detail. Dat levert muziek op die in stijl en benadering steeds verandert en die hij visueel ambitieus aan de man brengt; zo krijgt single ‘Tetsuo’ met Ray Fuego, die is geïnspireerd op anime-klassieker Akira, een anime-clip, en werkt de rapper live met een vj. „Zijn beelden lopen tijdens de show synchroon met mijn muziek. Het gaat om gevoel; om de kleuren die ik zie wanneer ik met mijn ogen dicht naar de muziek luister. Die genereren ook gevoel bij het publiek.”

In Antwerpen hoorde Yung Nnelg hoe toetsenist Mike Dean meespeelde met de beats van Kanye West en ze extra lading meegaf. Hij treedt nu zelf op met vj, dj ten toetsenist „zodat we ook echt performen, het is een hybride van live, beeld, muziek op tape. Hiphopshows hebben een stigma, ik wil het tegendeel laten zien.”

Hij praat anders over optredens dan de meeste rappers; theoretischer, en ook zoekend. Hij heeft het over „psychologische trucs” en de „33 mensen die je nodig hebt om er duizend te laten bewegen”. Bij zijn concerten richt hij zich direct op het publiek dat in de moshpit tegen elkaar op springt. „Ik noem ze de energie-crew. Die geeft de rest van de zaal ook energie.”

Maar een goede live-ervaring begint in de studio. Hier bereidt hij zich voor op de impact die de muziek straks live moet maken. „Ik beeld me in hoe een nummer zal overkomen, hoe ik mensen mee kan laten schreeuwen. Het is eenvoudig ‘1,2,3’ te roepen en dan een beat te droppen. Ik wil het avontuurlijker maken. Je kunt mensen laten bewegen met lage geluidsgolven die ze niet horen maar wel voelen; daar experimenteer ik mee. Ik wil net als dance-producers heel precies kijken naar het mixen van geluidsfrequenties. Hiphop verdient ook die aandacht; dat eindeloos slijpen van die ruwe diamant.”

Hij is nog steeds de liefhebber die naar Antwerpen trok om betoverd te worden. Wanneer Yung Nnelg zelf een artiest hoort of live ziet, „wil ik het gevoel hebben dat die is gegroeid. Als het weer dezelfde truc is, dezelfde flow, dan haak ik af. Dat geldt voor mijn eigen muziek ook: ik wil mezelf verbazen. Vroeger waren er zoveel platte formules in de hiphopscene; iedereen moest op een bepaalde manier klinken en eruitzien zoals op de covers van de bekende magazines. Er is nu veel meer vrijheid in de scene. Ik kan steeds meer mezelf zijn. Dat is tof. Mensen voelen mij om mij.”

Yung Nnelg is te zien op Best Kept Secret, Woo Hah!, Solar en Appelsap. Contra is nu uit.