Baas Intertrust vindt ook: scherper toezicht is nodig

Belastingontwijking

De topman van het grootste trustkantoor van Nederland erkent dat zelfregulering in trustsector „nog geen onverdeeld succes” is.

Dick Niezing, directeur Intertrust. Foto Jerry Lampen / ANP

„Boosheid? Absoluut. Voortrekkersrol? Absoluut. Maar ikkan de sector geen normen opleggen.” Aan het woord: Dick Niezing, directeur van Intertrust, een van de grootste trustkantoren van Nederland. Niezing is bovendien bestuurder van Holland Quaestor, de branchevereniging die een keurmerk heeft ontwikkeld om de integriteit van de sector te waarborgen.

In die hoedanigheden werd hij op de zesde dag van het parlementaire onderzoek naar de rol van Nederland in fiscale constructies gegrild over misstanden bij Nederlandse trustkantoren. Kan de sector zichzelf wel reguleren, wilde de mini-enquêtecommissie onder leiding van Henk Nijboer (PvdA) weten. En: zijn trustkantoren niet per definitie gespecialiseerd in belastingontwijking?

Kamerleden confronteerden Niezing woensdag met een recent rapport van De Nederlandsche Bank (DNB), waarin ze concludeerde dat drie op de vijf trustkantoren in Nederland „ernstige tekortkomingen” laat zien. Dat wil zeggen: ze hebben volgens DNB geen geloofwaardige controles om te voorkomen dat ze worden gebruikt om vermogens aan het zicht van de fiscus te onttrekken of dubieuze transacties te doen. Over dat risico kan Intertrust meepraten. Het bedrijf nam twee jaar geleden afscheid van een klant die betrokken bleek bij een FIFA-corruptieschandaal.

Ook het keurmerk van Quaestor overtuigt niet. Sterker nog, eerder dit jaar trok DNB nog een vergunning in van een partij die net het keurmerk had verworven, hield de commissie Niezing voor.

„Heel pijnlijk”, vond hij dat. Niezing erkende dan ook dat het keurmerk „nog niet heeft gebracht wat we er van verwacht hadden” en dat het „zeker naar een hoger plan getild” moet worden. Maar hóé dan precies, dat bleef onduidelijk. „Wij doen een moedige poging de norm te verspreiden, maar dat is nog geen onverdeeld succes gebleken”, aldus de Intertrust-directeur.

En dus, zo gaf hij toe na flink aandringen van Jan Paternotte (D66), is een „flinke verscherping” van het toezicht nodig op de Nederlandse trustsector. Die is op dit moment ongeveer 150 kantoren groot, maar zal volgens de Niezing flink kleiner worden als DNB strengere eisen gaat stellen aan controles en risicobeheersing.

Daar leken de Kamerleden niet al te rouwig om. Want moet Nederland wel blij zijn met al die trustkantoren? Die zijn er toch vooral om multinationals en rijke personen te helpen hun vermogens te stallen in belastingparadijzen, zoals de Kaaimaneilanden of Guernsey?

Niezing spreekt in dit verband liever van „belastingneutrale jurisdicties”. Goed, dat betekent inderdaad dat er geen inkomsten- en winstbelasting wordt geheven, maar deze landen zijn wél transparant. Een belastingparadijs is het pas volgens Niezing als er een rookgordijn om heen hangt.

Bovendien, zei hij, zijn trustkantoren als Intertrust er niet om belasting te ontwijken, maar om te vermijden dat een klant dubbel belasting betaalt. En daarvoor zijn oorden als de Kaaimaneilanden heel belangrijk, aldus Niezing. Daar stallen investeerders en grote bedrijven hun geld. Die betalen dan later belasting, als ze bijvoorbeeld uitkeren aan beleggers. Niezing: „Dat is volstrekt acceptabel.”

De commissie leek niet overtuigd. Chris van Dam (CDA) moest denken aan de reactie van zijn zoon als hij hem verbood alcohol te drinken. „Dan zei hij: nee, geen alcohol, alleen bier. In die sfeer praten we langs elkaar als we het hebben over een belastingparadijs.”