Tot aan zijn dood zette hij zich in voor de sport

Hein Verbruggen (1941-2017)

Via de wielersport werkte Hein Verbruggen zich op tot invloedrijk sportbestuurder. Tot aan zijn dood zette hij zich in voor de sport.

Strijdbaar tot zijn dood. Zelfs tussen de chemokuren door was Hein Verbruggen kortgeleden nog aanspreekbaar over bestuurlijke sportzaken. Vanaf zijn ziekbed in Leuven was hij vanwege schorheid amper te verstaan, maar hij sprak. Omdat Verbruggen vond dat zijn mening gehoord moest worden. Niet omdat hij zichzelf zo belangrijk vond, maar in het belang van de sport.

Verbruggen was een vechter, tegen de bloedziekte leukemie, die hem een week voor zijn 76ste verjaardag heeft geveld, maar vooral tegen onbehoorlijk sportbestuur. Eigenlijk was hij nooit gestopt met zijn werk als sportbestuurder, ook al was hij allang geen voorzitter meer van de internationale wielerunie UCI, ook al leidde hij niet langer SportAccord, de door hem opgerichte koepelorganisatie van internationale sportfederatie en ook al was hij sinds 2008 geen lid meer van het Internationaal Olympisch Comité (IOC).

Zelfs een doodzieke Verbruggen bleef op de achtergrond actief en mobiliseerde zijn geestverwanten om zaken verbeterd te krijgen. Hij bleef strijden voor een reorganisatie van het werelddopingagentschap WADA en voor een herschikking van de Olympische Spelen, waarvoor westerse landen een afnemende belangstelling toonden. De procedure voor kandidaatsteden moet ingrijpend veranderd worden, schreef hij twee maanden geleden nog op zijn blog.

Wielerbaas

Zijn ziekte stond zijn ambities in de weg. Verbruggen accepteerde de leukemie als een hinderlijke werkelijkheid. Wie er naar vroeg, kreeg antwoord, maar als je hem tegenkwam of als hij de telefoon opnam, sprak hij bij voorkeur over sportzaken, niet over zijn broze gezondheid. Hij consulteerde verschillende oncologen met als doel de kwaliteit van leven nog enigszins in stand te houden. Verbruggen verzette zich ook lange tijd tegen een stamceltransplantatie. Totdat een aantal artsen hem ervan overtuigde dat die ingreep onvermijdelijk was.

Zijn erfenis is een carrière als sportbestuurder met grote invloed. Verbruggen was er niet de man naar om in sportorganisaties als stemvee te dienen, hij wilde meepraten, besturen, invloed uitoefenen, anders had het leven in de sport geen zin. Na een opleiding aan de Nyenrode Business Universiteit en een carrière als manager bij Mars belandde de geboren Brabander (Helmond) in de wielersport. Verbruggen werkte zich via de Nederlandse KNWU op tot de hoogse functie in de wielersport.

Vanaf zijn verkiezing tot UCI-voorzitter in 1991 merkte de wielerwereld dat Verbruggen de baas was. De conservatieve sport moest gemoderniseerd, maar vooral gemondialiseerd worden, meende Verbruggen. Hij was de bedenker van de World Tour en verspreiding van koersen over de wereld. Zijn daadkracht verleidde in 1988 de Tourorganisatie tot het verzoek directeur van de Tour de France te worden als opvolger van de legendarische Felix Lévitan. Hij weigerde omdat die functie volgens hem aan een Fransman is voorbehouden.

De harde dopingwetten

Verbruggen werd in zijn rol als UCI-voorzitter keihard geconfronteerd met de harde dopingwetten van de wielersport. In de jaren negentig deed het eiwithormoon epo zijn intrede, een kwaad dat via rammelende controles amper bestreden kon worden. Verbruggen bedacht, met behulp van specialisten, de invoering van de hematocrietwaarde van 50 om te voorkomen dat wielrenners via een overdosis aan epo de dood werden ingejaagd.

De kritiek op die maatregel was niet mals. Verbruggen zou met die maatregel dopinggebruik legitimeren, zeiden tegenstanders.

Hij verzette zich fel tegen die beeldvorming en wees op het gebrek aan deugdelijke opsporingsmethoden. Hij kon niet anders, was zijn verweer. Later werd hem verweten deals te hebben gesloten met de machtige Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong. Verbruggens verweer was dat het altijd zakelijke afspraken betrof, ook al had zijn organisatie geld van Armstrong aangenomen voor de strijd tegen doping.

Eind jaren negentig zou hij nauw betrokken worden bij de oprichting van WADA, een organisatie die hij weer snel verliet na ruzies met de toenmalige Canadese voorzitter Dick Pound. Verbruggen verweet WADA tot zijn dood een lamentabele aanpak van doping. Een organisatie die vanuit een ivoren toren regels instelde, maar het probleem niet bij de wortel aanpakte, was zijn kritiek. Hij streed achter de schermen hard voor een reorganisatie van WADA, dat naast de regelgeving in zijn ogen ook de uitvoering en bestraffing voor zijn rekening moest nemen en die niet moest overlaten aan de bonden.

De sportbestuurder in Verbruggen kwam vooral tot wasdom na zijn intrede in het IOC in 1996. Als vertrouweling van de toenmalige Belgische voorzitter Jacques Rogge, ontwikkelde hij zich tot een invloedrijke bestuurder, die in de belangrijkste gremia van het IOC zijn invloed uitoefenen. Hij beleefde zijn finest hour ten tijde van de Olympische Spelen van Beijing in 2008. Verbruggen was als voorzitter van de coördinatiecommissie belast met de begeleiding van de lokale organisatie. Een zware job die hem was toevertrouwd door Rogge. Die Spelen waren vanwege de schending van mensenrechten zeer omstreden en het IOC wilde niet in die discussie worden meegesleept. Mede dankzij Verbruggen werden het geslaagde Spelen. Verbruggens inbreng werd vooral gewaardeerd door de Chinezen, die hem tot ereburger van Beijing benoemden.