Interview

Waarom ze in die Libische cel zat, is haar een raadsel

Yvonne Snitjer, Nederlandse hulpverlener

Ook nadat ze in een ‘prima’ cel belandde in Tripoli, houdt hulpverlener Snitjer vol dat het goed gaat in Libië. „Gevaarlijk? Waar?”

Na ruim twee weken in een Libische cel weet de Nederlandse hulpverlener Yvonne Snitjer (48) nog altijd niet waarom ze nu eigenlijk werd gearresteerd. Evenmin is haar duidelijk waarom ze een reeks dikke rode stempels in haar paspoort kreeg, die betekenen dat ze voorlopig niet terug kan naar het land waaraan ze verknocht is geraakt.

„Niemand heeft me dat al die tijd verteld”, zegt ze. De Libische autoriteiten niet, maar ook de Nederlandse diplomatieke staf die zich met haar zaak bezighield niet „Ik ben niet blij”, zucht ze op de bank bij een vriendin in Den Haag die haar zojuist van Schiphol heeft opgehaald.

Als een van de laatste westerse hulpverleners in het door tribale twisten verscheurde Libië bleef Snitjer de bevolking bijstaan met de door haar opgerichte onderwijsinstelling Al-Eureka in de hoofdstad Tripoli. Die is er erop gericht de Libiërs via trainingen zelfbewuster te maken van hun kwaliteiten om zo de samenhang in het land te bevorderen.

Idealistisch

Ga toch weg, zeiden vrienden, het is veel te gevaarlijk. Maar de idealistische Snitjer, die eerder jaren voor het Nederlandse Rode Kruis werkte en Libische vluchtelingen in Nederland hielp, negeerde hun advies en bleef.

Op 26 mei, de eerste dag van de vastenmaand ramadan, begon het eerste bedrijf van het surrealistische stuk waarin ze terecht was gekomen.

„Vlak voor ik ’s avonds naar huis zou gaan uit een café, stopte ik even op een plek, waar de internetverbinding beter is. Daar kwam een groepje politie-agenten op me af. Ze zeiden: wat moet je hier? Ze wilden mijn papieren en mijn computer zien.”

Gevechtshandelingen

Snitjer ontkent dat ze gevechtshandelingen zou hebben gefilmd, zoals afgelopen weken in enkele Nederlandse media werd gesuggereerd. Er waren op dat moment geen gevechten, zegt ze. Maar na een kort verblijf op een politiebureau, werd ze door agenten van de Rada, die een groot deel van het politiewerk in Tripoli voor hun rekening nemen, meegenomen. „Ik werd geblinddoekt en ze brachten me naar een andere locatie. Toen ik binnen was, dacht ik: ik geloof dat ik in de gevangenis zit.”

Het bleef haar echter onduidelijk waarom ze werd vastgehouden. Eerst zou het een paar dagen duren, werd haar verteld, om een en ander te controleren. Misschien dachten ze dat ik een spion was. In paniek raakte Snitjer niet. „Ik ben geen moment bang geweest. Ik dacht: het komt wel goed. Ik vond het een prima cel en ik kreeg er goed te drinken en te eten. Het ging allemaal heel correct.”

Ik ben geen moment bang geweest. Ik dacht: het komt wel goed

Zondagavond kreeg ze te horen dat ze zou worden vrijgelaten, nadat eerder een drietal medewerkers van de naar Tunesië uitgeweken Nederlandse ambassade op bezoek bij haar waren geweest. Maar toen een Libische begeleider haar inderdaad kwam ophalen uit de gevangenis, kreeg ze tot haar ontsteltenis te horen dat ze direct met het vliegtuig naar Amsterdam zou vliegen en niet eens langs haar appartement in Tripoli mocht om wat spullen op te halen.

Snitjer vindt het spijtig dat ook door deze zaak de indruk wordt gewekt dat Libië zo gevaarlijk is.

„Dan vraag ik altijd: waar dan? Libië is een heel groot land en als er 1.000 kilometer verderop iets gebeurt, betekent dat toch niet dat het hele land gevaarlijk is?”

Ten bewijze toont ze op haar computer door haar genomen foto’s van kalme boulevards, een vuilniswagen in bedrijf en een ontspannen concert in de open lucht.

Onverantwoordelijk

Schandelijk vindt ze het dat de internationale gemeenschap Libië aan zijn lot overlaat. „Ik vind het juist onverantwoordelijk nu niet in Libië te zitten. Het lijkt wel of men zit te wachten tot de ellende daar echt uitbreekt.”

Ondanks de gevechten die sinds de val van kolonel Moammar Gaddafi in 2011 periodiek losbarsten blijft Snitjer hoopvol over de toekomst. „Het gaat al goed. Je moet niet wachten tot de regering sterk is, maar bouwen op de kracht van de samenleving. Ik heb gezien hoe bewoners zelf geld collecteren om een straat opnieuw te asfalteren. Vrijwilligers hebben ook in de wijk waar ik woon helemaal schoongemaakt, van straatverlichting voorzien en plantenbakken neergezet.”

Zo snel mogelijk wil Snitjer naar Tunesië om te onderzoeken hoe ze terug kan naar haar geliefde Libië.