‘Sociale media kunnen ons niet vervangen’

Ombudsmannen

Het vertrouwen in de media was nog nooit zo laag. Toch stuurt The New York Times zijn ombudsman weg. Hier is de functie juist populair.

Liz Spayd, de ombudsman van The New York Times, moest onlangs opstappen. Ze gaf in Amerikaanse nieuwsprogramma’s vaak commentaar op de invloedrijke krant.

Media worden niet meer vanzelfsprekend op hun woord geloofd. Sterker: wereldwijd daalde het vertrouwen in traditionele nieuwsorganisaties vorig jaar – volgens een in januari op het World Economic Forum in Davos gepresenteerd onderzoek – verder naar 43 procent. Lager dan ooit. Kranten en tv-netwerken worden door grote groepen als de vijand gezien, onderdeel van de elite, instanties met dubbele agenda’s.

Juist in die vertrouwenscrisis, en ook nog eens in het sterk gepolariseerde medialandschap van de VS, stuurde The New York Times begin deze maand de vertegenwoordiging van de lezers weg. Liz Spayd vervulde de functie van ombudsman (of public editor, zoals de functie heette) pas sinds vorige zomer.

Dat werk kan niet meer uitbesteed worden aan één persoon, schreef hoofdredacteur Dean Banquet in een interne memo. „Vandaag de dag zijn onze volgers op sociale media en onze lezers op internet samen één moderne waakhond, waakzamer en dringender dan één iemand ooit kan zijn.”

Kranten en tv-netwerken worden door grote groepen als de vijand gezien, onderdeel van de elite, instanties met dubbele agenda’s

Het ontslag verraste. Niet omdat Spayd zo geliefd was; ze kreeg kritiek en lag binnen de krant minder goed dan haar voorganger, Margaret Sullivan. Maar wel omdat zo abrupt afscheid werd genomen van de functie, met dít argument: sociale media en de reactiemogelijkheid onder artikelen nemen het wel over.

Sjoerd de Jong, ombudsman van NRC, vindt het „een beetje raar” als dat inderdaad de reden is. „Dan had je haar niet per direct hoeven te ontslaan. Want ze kwamen er niet opeens achter: hé, er zijn sociale media.” Hij vermoedt dat haar invulling van de functie meespeelde. „De Times staat op voet van oorlog met Trump, en zij banjerde daardoorheen, met soms voor de krant pijnlijke vragen.” Ook met de redenatie dat sociale media de rol kunnen overnemen, heeft hij moeite. „Je veronderstelt dan dat sociale media één stem hebben, terwijl ze zich juist opdelen in ideologisch gedreven voor- en tegenstanders. Bovendien is de ombudsman er óók om uit te leggen hoe dingen binnen een nieuwsorganisatie werken.”

Een rare job

Het is een beetje een „rare job”, zegt Tom Naegels, die de functie tot vorige zomer bekleedde bij de Vlaamse krant De Standaard. „Je vervult een brugfunctie tussen de kritische lezer en de nieuwsorganisatie. Dat is soms een moeilijk evenwicht.” Maar reacties op Facebook of onder artikelen zijn geen vervanging, meent hij. „Op sociale media wordt de mondige en kritische burger zichtbaar, wat goed kan zijn. Maar de ombudsman kan afwegen en filteren. Doorgaans doet de journalist ook iets meer moeite om zich tegenover de ombudsman te verantwoorden.”

Wordt de ombudsman nu met uitsterven bedreigd? Dat lijkt overdreven. In de VS hebben van de grote nieuwsorganisaties alleen radionetwerk NPR en sportnetwerk ESPN nog een ombudsman of een equivalent. Maar in Nederland en Vlaanderen is de situatie anders. Hoewel Naegels stopte bij De Standaard, is de krant wel van zins een nieuwe aan te stellen. VRT heeft er sinds zes weken een. NRC, de Volkskrant en Trouw hebben een ombudsman, net als De Limburger (sinds vorig jaar) en de NPO (sinds 1 januari).

Zij zeggen dat de ombudsman, door zijn onafhankelijke positie, klachten neutraler kan beoordelen dan hoofdredacties en journalisten. Die zullen eerder defensief worden als ze worden geconfronteerd met een boze lezer. „Het kan soms moeilijk zijn om door de toon heen te kijken”, zegt Annieke Kranenberg, de ombudsvrouw van de Volkskrant. „Vaak is een klacht politiek of ideologisch gemotiveerd. Maar dat betekent níét dat die niet gegrond kan zijn.”

Vaak is een klacht politiek of ideologisch gemotiveerd. Maar dat betekent níét dat die niet gegrond kan zijn

Tim Pauwels, in april bij de VRT aangesteld en dus „net uit de verpakking”, merkt ook dat klachten vaak „over iets anders gaan dan waar ze over gaan. Bijvoorbeeld dat een andere opbouw of vorm van een programma een misverstand al weg had kunnen nemen, zonder dat er iets aan de journalistieke inhoud zou hoeven te worden veranderd.” Kranenberg: „Ik heb wel geleerd dat er vaak een discrepantie is tussen wat de redactie bedoelde en hoe de lezer het interpreteerde. Dus je bent ook intermediair.”

Geen boeman

En wat doet het met een redactie, dat zo iemand rondloopt? „Ach, ze zullen achter mijn rug best eens gemopperd hebben”, zegt Naegels. Maar het effect van een ombudsman zou niet „een verstikkende deken van voorzichtigheid” moeten zijn, zegt Pauwels van de VRT. „En zelfs niet per se dat er totaal andere keuzes worden gemaakt. Maar wel dat er bewustere keuzes worden gemaakt.”

Adri Vermaat, die al veel langer bij Trouw werkzaam was voor hij ombudsman werd, weet dat het „niet altijd leidt tot het in stand houden van een goede verhouding. Ik ben geen boeman, maar ik ben ook niet meer een van hen. Dat merk ik wel. Van: o jee, Vermaat komt eraan.”