Parkeerkaart blijkt miljarden waard

Q-Park begon in de jaren negentig met een een parkeergarage onder het Vrijthof. Nu komt het bedrijf via een miljardendeal in handen van de Amerikaanse durfinvesteerder KKR.

Illustratie: Pepijn Barnard

Parkeren op het terrein nabij de lokale dierentuin kost de eerste 30 minuten 1 euro, iedereen die er maar 1 minuut langer staat betaalt onmiddellijk het dagtarief van 10 euro. „Een schandalig tarief”, briest raadslid Gunnar Bijlsma van Wakker Emmen – de grootste partij van de raad.

Zeker zo schandalig vindt hij de reactie van Q-Park toen de gemeente vroeg of er niet een klantvriendelijkere tariefstructuur kon worden ingevoerd. Niet alleen weigerde Q-Park dat, het parkeerbedrijf koos de aanval en eiste juist verhoging van de tarieven in de parkeergarages in gemeentebeheer onder het mom van oneerlijke concurrentie.

„Complete ondankbaarheid”, noemt het raadslid de opstelling van de parkeerreus. „De gemeente heeft een nieuwe toegangsweg aangelegd naar het parkeerterrein, de bermen worden gesnoeid en via bewegwijzeringsborden sturen we iedereen naar Q-Park. Daar hoeft men geen cent voor te betalen.”

In Veenendaal was onlangs ook heibel. Daar won Q-Park een zaak over oneerlijke concurrentie van de gemeente, die parkeren in haar garages op zaterdag gratis had gemaakt om het centrum een boost te geven.

Miljardenovername

Je groeit niet zomaar uit tot een van de marktleiders op de Europese parkeermarkt. En je wordt ook niet zomaar voor miljarden overgenomen. Woensdag werd bekend dat het van oorsprong Maastrichtse Q-Park (de Q staat voor quality) via een overname ter waarde van bijna 3 miljard euro in handen komt van het infrastructuurfonds van de Amerikaanse private-equityfirma KKR.

Verminder dat bedrag met schulden en er resteert zo’n 1,8 miljard euro voor de aandeelhouders: een gezelschap verzekeraars, pensioenfondsen en partijen die worden vertegenwoordigd door de man die Q-Park groot maakte: Ward Vleugels. Hoe groot hun klapper is wordt niet openbaar gemaakt, alleen van ambtenarenpensioenfonds ABP is bekend dat het vijftien jaar geleden een 20 procentsbelang kocht voor 80 miljoen euro.

Wat in de jaren negentig begon met een parkeergarage onder het Vrijthof en een joint venture tussen ING en de Maastrichtse vastgoedmiljonair Ger Ruijters, werd door Ruijters’ schoonzoon Vleugels uitgebouwd tot een parkeerconsortium met 870.000 parkeerplaatsen verdeeld over ruim 6.300 parkeergarages in tien Europese landen.

En als het aan KKR en Q-Park ligt, is dit nog maar het begin. Topman Frank De Moor zegt in een telefonisch gesprek met de financiële steun van KKR de komende jaren hard te willen groeien. „De Europese parkeermarkt is een bizar gefragmenteerde markt. De vijf grootse spelers hebben nog niet eens 20 procent marktaandeel.”

Nu nog zijn verreweg de meeste parkeergarages in handen van gemeenten, ook zijn er veel kleine private exploitanten. De Moor en KKR verwachten dat dit gaat veranderen. „In het verleden was er geen aanleiding voor consolidatie want toen draaide het om vastgoed en de beste plek hebben.” De toekomst draait om onderdeel te zijn van de ‘mobiliteitsketen’, zegt De Moor.

Dat betekent veel investeren in ICT zodat mensen bijvoorbeeld via hun smartphones naar beschikbare plekken gegidst worden, dat betekent samenwerken met autofabrikanten zodat die jouw interactieve parkeerdata in hun voertuigen verwerken. „Dat kun je niet als kleine speler.”

Onderhands gegund

Vijf procent van de parkeerplaatsen van Q-Park staan ook daadwerkelijk in parkeergarages die eigendom van Q-Park zijn. Vaak werkt het echter met langdurige leases en recht op exploitatie. Het bekendste voorbeeld daarvan ligt in Maastricht. In 2008 raakte Q-Park daar in opspraak omdat het volgens concurrent P1 in ruil voor de redding van voetbalclub MVV negen parkeergarages in Maastricht tegen bijzonder gunstige voorwaarden zou hebben gekregen van de gemeente. „Onwaar en smadelijk”, reageerde Q-Park destijds.

Een link met MVV is nooit bewezen, maar de rechter oordeelde wel dat de gemeente Q-Park inderdaad bevoordeeld had en in strijd met Europese regels de exploitatie van negen parkeergarages voor 30 jaar onderhands aan Q-Park had gegund. Het contract werd echter niet ontbonden.

De Moor zegt dat Q-Park zich in Europa wil richten op deals met gemeenten waarbij, vergelijkbaar met Maastricht, de parkeergarages in de hele stad worden overgenomen. Recent sloot Q-Park nog een deal met de Franse kuststad Toulon voor tien parkeergarages.

Dat de verzekeraars en pensioenfondsen – die graag langdurige veilige investeringen met een stabiele inkomstenstroom doen – ervoor kiezen hun belang te verkopen, is een teken dat Q-Park minder stabiel en veilig is dan op het oog wordt gedacht. Dat toont ook de recente geschiedenis. In 2013 en 2014 leed het bedrijf forse verliezen, mede vanwege afboekingen op vastgoed en goodwill. Inmiddels is het lek boven. Vorig jaar werd een omzet van 825 miljoen euro behaald en 129 miljoen euro winst: 39 cent per parkeerplek per dag.

KKR is anders

De nieuwe eigenaar KKR is geen onbekende in Nederland en haalde bijvoorbeeld eerder in een consortium Vendex (de holding achter onder andere HEMA, Bijenkort en V&D) van de beurs en verkocht de bedrijven vervolgens los door. Alleen al aan de verkoop van het vastgoed verdiende KKR zijn investering toen terug.

Bij private-equityfirma’s zoals KKR is het gebruikelijk dat ze hun investeringen binnen vijf tot zeven jaar met forse winst weer doorverkopen en bedrijven vaak een groot deel van de eigen overnamesom laten betalen. Maar volgens De Moor is dat hier niet aan de orde omdat Q-Park wordt gekocht door de infrastructuurtak van KKR die bijvoorbeeld ook investeert in glasvezel en „echt een langetermijninvesteerder” is.

Niet iedereen in de sector gelooft in een gouden toekomst voor grote parkeerexploitanten zoals Q-Park. Rob Ebbing van Spark, een consultant in parkeervraagstukken, verwacht een „steeds transparantere markt” met een opmars van ‘parkeerbrokers’ die parkeertijd opkopen en verhandelen en apps die consumenten real-time naar de goedkoopste plekken begeleiden, ook langs de openbare weg.

De Moor maakt zich geen zorgen. „Straatparkeren is onze grootste concurrent, maar komt in de steden waar wij actief zijn steeds meer in de verdrukking. Mensen willen meer terrasjes en bomen en straten worden niet breder..” Hij wijst op de interesse van investeerders. Naar verluidt meldden zich zo’n dertig potentiële kopers voor Q-Park. „Niemand gaat dit bedrag betalen als men er niet in gelooft.”