Column

Frituurvet

Er was iets naars gebeurd in Velp. Mijn bejaarde moeder deed op de haar kenmerkende manier verslag. Eerst oeverloos inzoomen op totaal niet terzake doende details waardoor het lang onduidelijk bleef wat er was gebeurd. „Het is verschrikkelijk, de Hoofdstraat is afgezet. Mevrouw Sprengers is een van de gewonden.”

Eerste gedachte, het zal de tijdgeest zijn: een aanslag. Hoe langer ik daarover nadacht, hoe logischer ik het vond. Ik groeide op in Velp, goedbeschouwd was het een wonder dat ik toen zelf niet radicaliseerde.

„Wat is er gebeurd?”, vroeg ik.

„De ABN Amro-bank is voorlopig onbereikbaar”, zei ze, „geen idee hoe ik aan geld moet komen. En ik ga ook niet naar de Albert Heijn. Veel te gevaarlijk. De politie houdt iedereen tegen.”

Het was lang geleden dat ik zo geïnteresseerd was in wat mijn moeder te vertellen had. De sensatiezucht kwam hand in hand met de ijdelheid. Ik zag mezelf al naast schrijver Jan Siebelink in een televisiestudio zitten als Velp-deskundige om het dorp te duiden.

„Nou, mevrouw Sprengers reed er midden in. En die gaat hard, he? Op haar elektrische fiets. Daarom wilde ik nooit zo’n ding. Je vliegt echt onderuit …”

„Waarin?”

„In het frituurvet.”

Dat was dan het verhaal. Er was uit een bestelbusje honderd liter frituurolie gelekt en mevrouw Sprengers lag er midden in.

De teleurstelling moet aan mijn stem te horen zijn geweest want ze deed nog wel haar best om nog wat lucht in het verhaal te blazen.

„Omroep Gelderland is er ook, ze staan op de Kennedylaan te filmen … Ik blijf binnen, dan maar geen slavink vanavond.”

Ik informeerde voor de vorm naar het lot van mevrouw Sprengers, een vrouw die in mijn herinnering altijd met een boodschappentas met een stronk prei erin door onze straat liep.

„Niets gebroken”, zei mijn moeder, „maar er zit wel een slag in haar voorwiel. En haar jurk kan ze weggooien, frituurvet krijg je er nooit meer uit. Wie rijdt er nou rond met honderd liter frituurvet in z’n auto?”

Net als de rest van het dorp wees ik instinctief naar automatiek Bert Beursken, een snackbar die enige landelijke bekendheid geniet omdat zanger Frans Bauer na een optreden in Gelredome weleens heeft gezegd dat ze daar de lekkerste bamischijven van Nederland hebben.

„Komen jullie binnenkort nog naar Velp?”, vroeg mijn moeder, die zin had om haar kleinkinderen weer eens te zien.

„Voorlopig niet”, zei ik. „Veel te gevaarlijk.”

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz en vervangt haar tijdens haar vakantie.