Opinie

Waarom duurt de formatie zo lang? Omdat het kan

De kabinetsformatie schiet maar niet op, schrijven Wim Voermans en Geerten Waling, terwijl lokale politici (die ook nog een andere baan hebben) laten zien dat het veel sneller kan. „Het is een mentale kwestie.”

Foto ANP

Het is formatietijd: lang wachten, echt nieuws is er niet, de Tweede Kamer debatteert voor spek en bonen. Ergens op het Binnenhof, in het Catshuis en bij de informateur thuis wordt stilletjes en voetje voor voetje een nieuwe regering geformeerd. Maar waarom moet dat eigenlijk zo lang duren?

Vandaag, woensdag 14 juni, is dag 91 van de formatie. Dat is boven het gemiddelde van na de Tweede Wereldoorlog (72 dagen), maar voor Nederlandse begrippen toch niet echt lang. Eigenlijk duren ‘moeilijke’ formaties – als niet twee of drie dicht tegen elkaar liggende partijen met een flinke meerderheid in Tweede (en Eerste) Kamer elkaar eenvoudig kunnen vinden – gemiddeld zo rond de drie maanden of meer. Daar zitten we nu op. Naar het record, de 208 formatiedagen van het kabinet-Van Agt I (1977-1981), is het nog een eindje – pas half oktober gaan we daar overheen.

Lees alles over de formatie op het NRC-formatieblog

Duurt het zo lang vanwege de politieke fragmentatie? We hebben sinds de verkiezingen maar liefst 13 fracties in de Tweede Kamer. Daarvan hebben er maar twee twintig zetels of meer (VVD 33, PVV 20), vier partijen zitten tussen de tien en twintig (CDA en D66 19, en GroenLinks en SP 14), de PvdA heeft negen zetels en dan zijn er nog zes fracties met vijf zetels of minder (CU 5, Partij voor de Dieren 5, 50Plus 4, SGP 3, Denk 3, Forum voor Democratie 2). In zo’n landschap is de puzzel voor een meerderheidskabinet bijna onmogelijk te leggen. De grootste partij heeft maar 22% van de stemmen, de op een na grootste 13%. Een rekenkundige nachtmerrie. Dat wordt alleen maar erger nu alle partijen een van de grotere partijen (PVV) uitsluiten.

Formatie van colleges

Maar kijk eens naar de gemeenten. Lokale formaties gaan veel vlotter. In de afgelopen vijftien jaar lukte het in vrijwel alle van de bijna 400 gemeenten om binnen twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen een college te vormen, zelfs met vier of vijf partijen. Vaak was de klus al in een maand geklaard. Dit terwijl het politieke landschap in veel gemeenteraden zeker zo gecompliceerd en gefragmenteerd is als in de Tweede Kamer.

Waarom kunnen al die gemeenteraden dat zo snel? Is dat cultuur? Tot 2002 stelde de Gemeentewet termijnen aan collegevorming. Tot 1985 moest de formatie binnen 90 dagen zijn afgerond, tussen 1985 en 2002 werd de onderhandelaars nog maar 41 dagen gegund. Dat was erg streng en liet geen ruimte voor bemoeilijkende omstandigheden. Andere landen, zoals Griekenland, hanteren grondwettelijke deadlines voor hun formaties. Als binnen een bepaalde termijn geen regering kan worden gevormd, volgen nieuwe verkiezingen. Geen ideaal systeem: we hebben recent in Griekenland kunnen zien tot wat voor chaos en ontreddering dat kan leiden.

Ondanks de terechte afschaffing van termijnen zit er nog altijd vaart in lokale formaties. Zijn er op lokaal niveau minder omstreden dossiers? Zijn er minder breekpunten? Zijn de verantwoordelijkheden minder groot? Wellicht is dat zo, maar daar staat tegenover dat lokale politici hun raadslidmaatschap veelal in hun vrije tijd uitoefenen en nauwelijks professionele ondersteuning krijgen. Zij hebben het dus moeilijker in de formatie, terwijl zij zich minder formatietijd kunnen veroorloven.

‘Formeren is marineren’

En daar draait het om: dat kabinetsformaties zoveel langer duren is omdat de hoofdrolspelers menen dat ze zoveel tijd hebben. Het is een mentale kwestie. Formeren is marineren. Veel van de tijd wordt gebruikt om de politici, partijleden en kiezers te laten ‘wennen’ aan nieuwe mogelijkheden, compromissen en personen. Oneffenheden worden met tact en tijd weggemasseerd. Met de vaart van de trekschuit en de wetenschap er ‘nachtjes over te kunnen slapen’ doet de polder zijn werk. Informateur Edith Schippers nam herhaaldelijk adempauze en deze week, na het debacle met GroenLinks, laste haar opvolger Herman Tjeenk Willink wederom bezinningstijd in.

De politieke marinade is een mooie traditie, maar toch kunnen de onderhandelaars niet achterover leunen: de kiezers morren, zij willen een nieuw kabinet.