Modern stadsmuseum zet monstransen naast hightech

Stedelijk Museum Breda

In Breda opent zaterdag een fusiemuseum. Het is uniek: stedelijk erfgoed verenigd met digitale kunst van nu.

Stedelijk Museum Breda

Kleine stadsmusea hebben het vaak moeilijk: weinig publiek, bezuinigingen. Ze hebben ook niet altijd een even overtuigend verhaal: de geschiedenis van de stad in oude schilderijen en curieuze voorwerpen, het stedelijk erfgoed.

Het Breda’s Museum was zo’n museum: een donker, slecht onderhouden gebouw, waar niet genoeg mensen naartoe kwamen om te voorkomen dat de gemeente erop ging bezuinigen. Waarna de negatieve spiraal nog doorzette.

Beter ging het met het Museum of the Image (MOTI), gespecialiseerd in digitale kunst. In 2008 werd het verzelfstandigd. Toch kwamen ook daar onvoldoende bezoekers (40.000) om te kunnen overleven.

Een fusie lag voor de hand, maar bleek nog lastig: twee jaar geleden struikelde het gemeentebestuur erover. Inzet: het nieuwe museale concept.

Zilveren monstrans met diamanten, vervaardigd door H.M. Brom in 1918. Collectie Stichting Bisschoppelijk Museum Breda

Wonderlijk weefsel. Beeld uit de video ‘Stratum’. Frederik Heyman

Maar nu is het fusiemuseum er dan toch, zaterdag opent het. Stedelijk Museum Breda is gehuisvest aan de Boschstraat, in het gebouw van MOTI. Er werken 24 mensen, de gemeente subsidieert het met 3,5 miljoen per jaar, er moeten straks 60.000 bezoekers komen.

En ja, het is een bijzonder concept geworden: stedelijk erfgoed verenigd met digitale kunst. Het is allemaal te zien in drie tentoonstellingen: Van kasteel tot station (over de geschiedenis van de stad), De Vrede van Breda en Wonderlijk Weefsel – mystiek in digitale en religieuze kunst. Je kunt ze apart bezoeken, en in willekeurige volgorde, maar eigenlijk lopen ze in elkaar over: van de door godsdiensttwisten getekende stadsgeschiedenis naar de macht van big data en algoritmes van nu.

Deze dinsdag loopt Dingeman Kuilman, directeur sinds oktober vorig jaar, in hemdsmouwen door de zalen. Vier dagen voor de opening wordt er nog gewerkt: bijschriften moeten aangebracht, licht wordt bijgesteld. Maar het meeste werk, zegt hij, zat het afgelopen half jaar „in het binnenstebuiten keren van de collectie” van het Breda’s Museum: „Hele dagen en halve nachten hebben we in het depot zitten uitzoeken: wat is er allemaal, wat hoort bij wat en wat is daarvan het verhaal.”

Het resultaat: schoongemaakt, gerestaureerd en opnieuw ingelijst werk, dat nu in ruime en lichte zalen hangt, vaak gecombineerd met voorwerpen: glaswerk van de adjudant van het turfschip, rijkelijk versierde monstransen. Maar ook de ‘regenboogtrui’ van de Bredase wielrenner Kees Pellenaars. En een op verzoek van het museum gemaakte film over het nieuwe station.

Ook voor ‘De Vrede van Breda’, deze zomer 350 jaar geleden, zijn opdrachten verleend: kunstenaars en striptekenaars van nu hebben een andere draai gegeven aan prenten van indertijd. Zo lijkt de overgang natuurlijk naar de derde tentoonstelling, waar het in elektrische pulsen omgezette geluid van opgenomen preken een hightech-installatie aandrijft.

‘Intocht van de Engelsen’. Detail van een nieuwsprent van Romeyn de Hooghe, opnieuw ingekleurd door Jorg de Vos. Jorg de Vos

Een modern stadsmuseum, zou je kunnen zeggen. Zullen er nu meer bezoekers komen? Dingeman Kuilman: „Ik denk het wel. Er is een soort dédain voor stadsmusea, maar als je goeie spullen hebt, en een goed verhaal, vertellen mensen dat aan elkaar door.”