De economie floreert, maar waarom stijgen de lonen niet?

Lonen

De Nederlandse economie maakt een groeispurt door. De werkloosheid daalt hard. Maar de lonen stijgen niet mee. Hoe kan dat?

Het restaurant van La Place in het voormalige pand van V&D aan het Rokin in Amsterdam gaat weer open. Foto: REMKO DE WAAL/ANP

De economie warmt lekker op, maar de lonen lijken wel ijsklompen. Koud, hard en geen beweging in te krijgen. ‘Signalen op groen. Lonen blijven achter’ zette het Centraal Planbureau (CPB) woensdag boven zijn ramingen voor dit jaar en volgend jaar. „De loongroei mag wel wat hoger”, zei directeur Job Swank maandag bij de publicatie van de prognoses van De Nederlandsche Bank (DNB).

En de FNV vindt dat het tijd wordt dat een groter deel van de winsten van het bedrijfsleven ten goede komt aan werknemers.

Het goede nieuws is de groeisprint. Dat heeft economen verrast, gezien de eerder opgeworpen onzekerheden en risico’s (Brexit, populisme, protectionisme, lage rente). De Nederlandsche Bank raamt voor dit jaar 2,5 procent groei, een cijfer dat sinds 2007 niet meer is gerealiseerd. Het CPB zet in op 2,4 procent.

Groei voedt groei: meer banen, meer besteedbare inkomens, meer consumptie, meer groei. De ultralage rente die de Europese Centrale Bank orkestreert, stimuleert de huizenprijzen. Ondernemingen gebruiken hun gestegen winsten om meer geld te investeren, ook in uitbreiding van hun productiepark. Recente voorbeelden zijn de expansie van autofabriek Nedcar, maar ook die van de restaurants van La Place.

En dan is er nog een cruciale impuls uit het buitenland: de Duitse economie. Duitsland is onze belangrijkste handelspartner. De economische piek daar leidt tot meer banen en een spectaculair dalende werkloosheid hier. Van 7,4 procent van de beroepsbevolking in 2014 naar 6 procent vorig jaar en 4,7 procent in 2018 (CPB) en 4,4 procent in 2019 (DNB).

Arbeidsmarkt wordt krapper

De meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) illustreren dat. Maar die cijfers laten ook zien dat het voordeel van de dalende werkloosheid ongelijk is verdeeld. In april was de werkloosheid 5,1 procent. Maar in de leeftijdscategorie 15-25 jaar was het nog 9,5 procent, terwijl de werkloosheid in de meest gewilde leeftijdscategorie, die van werknemers tussen 25 en 45 jaar, al onder de 4 procent was gezakt. In april was dat 3,7 procent. Van de werknemers ouder dan 45 jaar was 4,7 procent werkloos.

Het slechte nieuws voor werknemers én voor de centrale banken is dat de groei zich maar niet wil vertalen in stevige loonstijgingen. De Europese Centrale Bank en in haar kielzog De Nederlandsche Bank streven naar een hogere inflatie. Op middellange termijn moet dat zo’n 2 procent zijn. Nu is de Europese inflatie 1,4 procent, maar de verwachtingen zijn naar beneden bijgesteld.

Wat gaat er mis?

De centrale banken hopen dat de ultralage rente de economie stimuleert (wat nu gebeurt). Dat de groeiende economie de werkloosheid dempt (wat ook gebeurt). En dat de lagere werkloosheid vervolgens tot hogere lonen leidt, zodat de inflatie stijgt. En dat gebeurt dus niet.

Waarom niet? De Nederlandsche Bank zoekt de verklaring in conventionele argumenten: er is nog een stuwmeer van mensen die willen werken. Zij komen nu de arbeidsmarkt op. Hun gretigheid houdt de loongroei laag.

Toch noteert De Nederlandsche Bank ook een lichtpuntje. De loonstijgingen zijn wel laag, maar de inflatie was vorig jaar bijna niks: 0,1 procent. Dankzij deze bijna nullijn becijfert de centrale bank een reële stijging van de cao-lonen in 2016 van 1,5 procent. Dat maakt 2016 een van de drie jaren met de sterkste reële stijging van de contractlonen in de laatste veertig jaar.

Het CPB voert als ‘mogelijke’ verklaring ook het ‘onbenutte potentieel’ van mensen aan, samen met de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt. Dat laatste snijdt meer hout. De economische crisis die in 2008 uitbrak heeft de fragmentatie van de arbeidsmarkt verder versterkt. Naast het dominante vaste arbeidscontract is een hele reeks van flexibele en los-vaste arbeidsrelaties gekomen. Soms worden die ook fiscaal begunstigd, zoals de zelfstandige ondernemer met en zonder personeel. Deze robuuste trend heeft de onderhandelingspositie van vakbonden verzwakt. Hun ledenaantallen stagneren of dalen ook nog eens. Werkgevers hebben zelf meer keus bij het afsluiten van de voor hen voordeligste contracten. En sommige beantwoorden stakingsacties van vakbonden met escalatie.

De centrale banken die zo graag de inflatie willen aanwakkeren, stuiten hier op een weerbarstige realiteit die zij zelf bepleit hebben. Zij ijverden jarenlang voor liberalisering van deelmarkten, waaronder die voor financiële diensten en arbeid.

Praten helpt niet

Op de arbeidsmarkt leggen liberalisering en flexibilisering de beslissingen over lonen, arbeidskwaliteit en omstandigheden in handen van tienduizenden, of wellicht wel honderdduizenden beslissers. Beleidsmakers, zoals het CPB en DNB, en gegevensverzamelaars als het CBS weten niet wat zich afspeelt op die nieuwe arbeidsmarkt. Of ze krijgen de cijfers met ernstige vertraging. Maar zij willen wel graag beleid ontwerpen. Bijvoorbeeld om die lonen en de inflatie omhoog te krijgen. De dereguleringsdrift van de centrale banken bijt in z’n staart. De lonen omhoog praten werkt niet. Vakbondsacties helpen een beetje. Maar als De Nederlandsche Bank serieus werk wil maken van die hogere lonen, is het tijd voor een ommezwaai in de visie op de arbeidsmarkt. Minder vrijheid, blijheid, flex. Maar wel nieuwe kaders om vaste arbeidscontracten te bevorderen.