CPB: loonpeil blijft achter bij groei van de economie

Raming

Het Centraal Planbureau stelt zijn groeiprognose naar boven bij. Maar de lonen én de inflatie willen maar niet echt stijgen.

Met de Nederlandse economie gaat het uitstekend, maar de lonen én de inflatie blijven achter. Dat is de conclusie die het Centraal Planbureau (CPB) trekt uit zijn jaarlijkse juniraming. Het CPB voorziet een groei van het bruto binnenlands product (bbp) van 2,4 procent dit jaar. Dat is een stuk hoger dan de 2,1 procent waarvan het CPB in maart nog uitging. De verhoging is goeddeels het gevolg van de aantrekkende wereldhandel. Het CPB stelde ook zijn voorspelling van de groei in 2018 naar boven bij, van 1,8 naar 2,1 procent.

De prognose van het CPB komt in grote lijnen overeen met die van De Nederlandsche Bank (DNB) eerder deze week. De twee instituten merken ook dezelfde trend op: de economische groei gaat nauwelijks gepaard met loonstijgingen, hoewel de werkloosheid blijft dalen, naar 4,7 procent van de beroepsbevolking in 2018 volgens de CPB-prognose.

Meestal stijgen de lonen behoorlijk als de arbeidsmarkt krapper wordt. Ditmaal niet. „Mogelijke redenen voor de gematigde contractloonstijgingen zijn de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt en het onbenutte potentieel van mensen die nog buiten de arbeidsmarkt staan”, schrijft het CPB. De contractlonen in het bedrijfsleven groeien dit jaar met 1,7 procent en volgend jaar met 2,0 procent. Dat is laag, voor een fase van hoogconjunctuur en lage werkloosheid.

Mede doordat de lonen amper toenemen, is er ook weinig opwaartse druk op de prijzen. De inflatie blijft achter. Het CPB gaat uit van 1,4 procent inflatie dit jaar en volgend jaar, DNB van 1,1 procent in beide jaren. Dat is flink onder de streefwaarde van de Europese Centrale Bank (ECB) van vlak onder de 2 procent.

Het begrotingsoverschot valt volgend jaar iets lager uit dan het CPB eerder verwachtte: 0,7 procent in plaats van 0,8 procent. Het overschot voor dit jaar blijft gelijk, op 0,5 procent.