Recensie

Confronterend stuk van Saman Amini over racisme op Oerol

Oerol

Wanneer is het voorbij, ‘de clash van de culturen, de botsing met de buren’, rapt Saman Amini en hij gooit er een hiphop-‘hoo, hoo’ achteraan. Het is het begin van het ijzersterke A seat at the table van Likeminds, op een zelfs voor Oerol bizarre plek: onder een strandtent, tussen betonnen pilaren. Het publiek zit op half in het zand ingegraven tuinstoelen.

Over die botsing gaat het in de reeks anekdotes die vier acteurs vertellen: allemaal pijnlijke incidenten, waarin ze persoonlijk te maken hadden met discriminatie. Saman Amini, van Iraanse afkomst, en de zwarte mannen Yannick Jozefzoon en Werner Kolf ondervonden het aan den lijve. En de blanke Vlaming Ward Kerremans zag hoe het klasgenoten en vrienden overkwam. Zoals bij een leraar Nederlands die een ‘moeilijke naam’, want ‘buitenlands’, jaren verkeerd uitsprak.

Tussen de anekdotes door wordt in fragmenten gespeeld hoe de succesvolle, zwarte advocaat Qwame ertoe kwam een witte man te slaan die hem alleen maar aankeek. Maar hem ‘verkeerd’ aankeek: „Hij keek neer”, zegt Qwame (gespeeld door Kolf), op hem en zijn blanke vriendin. Zijn motief keert vaker terug: wie elke dag als zwarte man anders bekeken en anders behandeld wordt en bijvoorbeeld zo maar als dief wordt aangehouden, verandert. „Ik sloeg hem omdat hij wit was.”

A seat at the table is een intimiderend patchwork van zulke redeneringen en laat zien hoe om te gaan met de eigen frustratie, de beledigingen, de grapjes.

Dat is voor elke man anders. Amini houdt van relativeren en problemen op afstand plaatsen, Jozefzoon laat het van zich afglijden en Kolf is trots en boos. Voor elke houding is veel te zeggen. Er is simpelweg geen uitweg voor hen. Het enige wat zou helpen is niet gediscrimineerd te worden.

Gezamenlijk werken ze een voorbeeld uit van ‘racial freeze’: hoe Jack Spijkerman Humberto Tan beledigde met: „Je bent niet alleen donker, je bent ook nog dom.” Het gaat vooral om hoe Tan, ‘het perfecte voorbeeld van integratie’, niet liet zien hoe gekwetst hij was, in drie fases: „Incasseren, entertainmentsmile en weer over tot de orde van de dag”, zegt Jozefzoon. En hij stelt de vraag: hadden witte presentatoren het ook over hun kant laten gaan?

A seat at the table geeft de toeschouwer, die veelal wit is, een boel om nog lang over na te denken. De kracht van deze voorstelling zit niet alleen in de confronterende verhalen, maar ook in de beeldende details, de veelheid van overwegingen en emoties, de rauwe liedjes van Amini en het gloedvolle, uitstekende acteren. A seat at the table is de voorstelling die je moet zien op Oerol. En anders een andere keer, ergens anders op een festival of in een theater.