Cultuur

Interview

Forensen in een tram in de hoofdstad Pyongyang

Foto Ed Jones/AFP

Waarom iedereen dun is in Noord-Korea

Noord-Korea

Correspondent bracht een bezoek aan Noord-Korea. De stalinistische heilstaat is moderner dan verwacht, maar grote leider Kim Jong-un heeft de teugels stevig in handen. ‘Als je de ramen openzet, komen er ook strontvliegen binnen.’

Vaak heb ik langs de Yalu-rivier gestaan om, net als veel Chinese toeristen, met verrekijkers en telescopen – 10 renminbi per halve minuut – naar de magere soldaten en tanige boeren aan de overkant te gluren.

Het mysterie rond de stalinistische heilstaat Noord-Korea, dat met Zuid-Korea, Japan en de Verenigde Staten nog steeds in staat van oorlog verkeert, werd bij iedere crisis over de laatste ballistische of nucleaire test voor mij alleen maar groter. Bij ieder nieuw VN-besluit over het uitbreiden van de sancties wilde ik nóg liever de grens over, maar iedere poging mislukte.

In het jaar Juche 106 (2017) in de vijfde maand – Noord-Korea heeft zijn eigen jaartelling – gaan de poorten van het domein van „grote leider” Kim Jong-un opeens wél open. Het aantal buitenlandse journalisten dat wordt toegelaten tot het omheinde, internetloze land groeit de laatste jaren. Het paranoïde regime wil laten zien dat het Noord-Koreaanse volk onder de briljante leiding van zijn „opperste leider” nooit zal buigen.

De uitnodiging om naar Noord-Korea te komen is afkomstig van het Koreaanse Vredescomité, een non-gouvernementele organisatie op zijn Noord-Koreaans. Het visum wordt verstrekt na betaling van buitenlandse deviezen, die de kosten van hotels en maaltijden ruimschoots dekken, en ik moet beloven de eer van het Noord-Koreaanse volk te respecteren.

Net als in het China van de 20ste eeuw mogen journalisten niet vrij rondreizen. Het programma dat drie collega’s en ik doorlopen, is opgesteld door onze schaduwen, Kim Jong-hun, de zachtaardige secretaris van het ‘vredescomité’ en Ri Chung-il, hardliner.

Deze dertigers zijn geboren, getogen en gehersenspoeld in de tijd van „eeuwige president Kim Il-sung en onze dierbare leider Kim Jong-il”. Schaduw 1 en Schaduw 2 bepalen wat wij zien en wie wij spreken, maar niet wat wij schrijven, lezen en horen van vluchtelingen.

En dat geldt ook voor de volgende dagboeknotities.

 

Juche 106, vijfde maand

Dinsdag

‘Toen ik vroeger in Noord-Korea kwam, werd ik vaak herinnerd aan de bittere armoede van mijn jeugd in het China van de Culturele Revolutie. Maar de laatste jaren is dat niet meer het geval, Noord-Korea is stiekem aan het moderniseren, de situatie is een beetje aan het verbeteren”, vertelde een Chinese Korea-expert mij onlangs.

Ik had gelezen dat de Russische Toepoelev’s van Air Koryo fungeerden als H.G. Wells-achtige tijdmachines die reizigers naar Noord-Korea het gevoel geven terug in de tijd te worden geplaatst. Dat valt mee. De nieuwe, compacte luchthaven lijkt op de nieuwste vliegvelden van China: veel licht, marmer, prijzige drankwinkels en veel uniformen.

Foto Oscar Garschagen

Paspoort- en bagagecontroles worden uitgevoerd met de nieuwste scan-apparatuur. Alleen de grondige inspecties van de foto-albums op smartphones en laptops, boeken en notitieblokken duiden op grote argwaan. Mijn iPad en Kindle met boeken over de goelags, de hongersnoden en artikelen over de moord op Kim Jong-nam, de halfbroer van de grote leider, zouden zeker in beslag zijn genomen, als ik die had meegenomen.

Hoofdstad Pyongyang heet de luxueuze façade van het land te zijn. Ik associeer de metropool van ‘slechts’ twee miljoen inwoners eerder met een Chinese nieuwbouwwijk waar het nog naar verf ruikt. Wie gewend is aan de kakofonie van het Chinese straatleven met markten, winkels, eetstallen en reclame, valt vooral de rust op; de boulevards ogen leeg, verkeersopstoppingen en zware auto-ongelukken doen zich zelden voor.

Reclameborden ontbreken. Vertrouwd zijn de vele plaatsen waar nieuwe woontorens van dertig verdiepingen verrijzen. De balkons van de lichtpaars, helder blauw en kastanjebruin geschilderde flatgebouwen zijn versierd met kunstbloemen.

Foto Oscar Garschagen

Pyongyang oogt fris en groen dankzij de talloze parken en het ontbreken van Chinese luchtvervuiling. Op veel plaatsen worden nieuwe bomen geplant. Schaduw 2 legt uit: „Onze grote leider heeft gezegd dat de DPRK [de Democratic People’s Republic of Korea, red] een land met natuurschoon moet zijn, een land met veel bomen voor de volgende generatie.” In de dagen die volgen worden talloze wijsheden van de grote leider geciteerd.

Juche 106, vijfde maand

Dinsdagavond

Noord-Koreanen komen met gemak aan de 10.000 stappen per dag, de maatstaf van de American Heart Association voor dagelijkse fysieke inspanning. Bijna iedereen loopt, jogt of marcheert. Zwaarlijvigheid is, zo valt onmiddellijk op, zeldzaam. De enige dikkerds in het straatbeeld met standbeelden, posters en foto’s van Kim 1, Kim 2 en Kim 3 zijn de leiders zelf.

Als ik suggereer dat de jonge opperste maarschalk, die in China ‘Kim de Vette’ wordt genoemd, misschien wat vaker zou moeten bewegen, kijkt Schaduw 2 boos op. Schaduw 1 vindt het wél geestig: „Ja, dat stappen tellen is populair tegenwoordig, er is zelfs een speciaal tv-programma over. Doen jullie daar in China en Holland ook aan?”

Foto AFP

‘De periode van ontbering’, zoals de tijd van grote tekorten aan levensmiddelen, elektriciteit en medicijnen wordt genoemd, is volgens alle buitenlandse Korea-watchers voorbij. Maar de centrale stuurmannen van de economie slagen er niet in voldoende fietsen, brommers en motorfietsen te produceren. In alle Aziatische en Afrikaanse ontwikkelingslanden zit iedereen op de scooter of de motorfiets.

In Noord-Korea, waar huisvesting, onderwijs en zorg gratis zijn, lukt het niet eens om de bevolking een fiets te geven. Staal, aluminium en brandstoffen zijn daar te schaars voor en worden gebruikt voor andere doeleinden. Chinese importfietsen bieden geen soelaas: te duur. De goedkoopste in het Kwangbok-warenhuis kost 471 euro, vijftien keer het gemiddelde maandsalaris. Er is een plan voor de oprichting van een commercieel fietsenverhuurbedrijf, maar het enige experimentele en lege rek tegenover het warenhuis vertoont al sporen van roest.

Het Kim Il-sung-plein in Pyongyang, met grote portretten van grondlegger Il-sung en zijn zoon Jong-il (rechts)Foto Ed Jones/AFP

Juche 106, vijfde maand

Woensdagochtend

„Pyongyang is de modestad van Noord-Korea. De hakken worden hoger, de rokken korter. Zelfs stiletto’s van 12 centimeter zijn geen uitzondering meer”, aldus de Noord-Koreaanse vluchtelinge Je Son Lee op de website NK News.

Klopt, zo kan worden vastgesteld op kantoren, in restaurants en in de metro. Of op de twintigste Pyongyang Spring Festival Fair, waar vrouwen zich verdringen bij de verkopers van hippe, gekleurde schoenen en rekken met blouses, T-shirts, rokken en jurken.

Dat wil niet zeggen dat de Koreaanse Arbeiderspartij zich niet meer bemoeit met de kledingkeuzes van het volk. Strakke spijkerbroeken of ultrakorte shorts, zoals en vogue in China, zijn taboe, net als los, lang haar. Make-up mag tegenwoordig wel. Een Chinese handelaar op de jaarbeurs vertelt dat de verkoop van parfums van Chanel, lippenstift en shampoo bij hem in drie jaar is vertienvoudigd. Hij wijst naar een groep dames die met stapels dollars en Chinese renminbi’s afrekenen.

Juche 106, vijfde maand

Woensdagmiddag

Foto AFP

Maarschalk Kim Jong-un mag dan verplicht verafgood worden, de persoonsverheerlijking kent grenzen. De jonge Noord-Koreaanse man piekert er niet over om diens coiffure te imiteren. Dat leert een blik in de kapperszaak om de hoek van het Kim Il-sungplein, internationaal bekend om de hysterisch juichende menigtes en het vertoon van nieuw wapentuig. De kappers van het Openbare Diensten Comité hebben het vlak voor het weekend behoorlijk druk en niemand vraagt om een Kim-3-coup. De man die zich wil onderscheiden draagt een duurder horloge of een zonnebril van een internationaal merk. Of – het nieuwe statussymbool – een nette broek van een Italiaans stofje, een hippe polo en schoenen van echt leer. Het grijze of zwarte Mao-pak draagt hij alleen op de nationale feestdagen.

Juche 106, vijfde maand

Woensdagavond

Foto Oscar Garschagen

Waar kan ik die speldjes met de beeltenissen van Kim 1, 2 of 3 krijgen die iedereen op het revers draagt, vraag ik aan onze Schaduwen. Uiteraard gebruik ik de juiste aanspreektitels, die na een paar dagen al foutloos uit mijn mond rollen. „Die zijn niet te koop, want persoonlijk bezit en een bewijs van diep respect en loyaliteit aan onze leiders en de socialistische staat”, luidt het antwoord.

De enige die het sierspeldje niet draagt, is Kim Jong-un zelf. Dat is waarschijnlijk het ultieme bewijs van het feit dat hij ver verheven is boven het volk. Mijn voorstel aan Schaduw 2 om zijn speld te ruilen tegen een fles Koreaanse wodka, soju, wordt op verontwaardigde toon afgewezen. Het „dierbare sierraad” verliezen, verkopen of ruilen kan tot problemen op het werk leiden en zelfs onderwerp zijn van een zelf-kritiek-sessie.

Juche 106, vijfde maand

Donderdag

Mobieltjes zijn in opmars. Vijf miljoen van de 23 miljoen Noord- Koreanen hebben een draagbare telefoon die werkt op een verouderd 2G-systeem van het Egyptische Orascom. Ondanks de sancties op luxegoederen circuleren er zelfs Zuid-Koreaanse Samsung’s. Naar het buitenland bellen en internetten is onmogelijk: Noord-Korea heeft geen internet. Er zijn zelfs geen kieren in het digitale cordon. Prima plek dus om af te kicken van digitale verslavingen, opgedaan in internetgek China.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. De Kim Il-sung Universiteit bijvoorbeeld beschikt over een speciale zaal waar professoren en geselecteerde studenten het wereldwijde web op kunnen. Helaas laat het programma geen ruimte om daar even een kijkje te nemen.

Jongeren in PyongyangFoto Ed Jones/AFP

Juche 106, vijfde maand

Donderdagavond

Pyongyang wordt vroeg wakker en gaat vroeg naar bed: tegen tienen ’s avonds. Volgens kenners geldt dat voor heel Noord-Korea. Uitgaan is duur en daarom maken de meeste nieuwe restaurants, waar alle wijnen en sterke dranken van de wereld verkrijgbaar zijn, door de week een verlaten indruk. Er wordt thuis ontbeten en gegeten.

De militaire elite, zo blijkt op een warme zomermiddag, luncht graag in restaurant Okryo aan de rivier, een prachtig complex in traditionele stijl. Koude noedels worden weggespoeld met fris Koreaans bier of het veel verkochte Nederlandse Bavaria. Maar zo gezellig, luidruchtig en warm (renao in het Mandarijn) als in een Chinees restaurant wordt het niet. Je hoort weinig spontaan gelach.

Mondain Pyongyang gaat naar de enige Italiaan in de stad, waar de muren zijn gedecoreerd met rode linten en foto’s van gerechten. De pasta puttanesca en de pizza’s blijken goede keuzes, net als de Georgische wijn.

Gasten worden door een koor van serveersters, begeleid door ingeblikte gitaren, getrakteerd op Noord-Koreaanse pop. Het verschil met Zuid-Koreaanse pop zit in de teksten; die gaan vooral over de heroïsche strijd tegen de Japanners. Het weerhoudt een groep jonge mannen er niet van om dronken te worden van Japanse Suntory Whiskey.

Juche 106, vijfde maand

Vrijdagochtend

De Chineestalige uitbaatsters van de kranten- en boekwinkel in het Pyongyang Potonggang Hotel lijken oprecht verbaasd als ik vraag of zij nog kranten hebben met het nieuws over de raadselachtige dood van Kim Jong-nam in februari op het vliegveld van Kuala Lumpur . „Wie is dat? Die naam ken ik helemaal niet”, zegt verkoopster Sun Jong-san. Het nieuws over de moord op de halfbroer van de grote leider is tot op de dag van vandaag geheim gehouden.

Warenhuis Kwangbok in Pyongyang
Foto Ed Jones/AFP
Toeristen op het Kim Il-sung-plein in Pyongyang
Foto AFP

Juche 106, vijfde maand

Zaterdag

„Niet fotograferen, niet fotograferen”, sist Schaduw 2 als wij, op de 200 kilometer lange weg naar Wonsan, de ene na de andere legertruck met panne passeren. Ik tel er op de rit over de slecht onderhouden snelweg twaalf. Bij een defect voertuig liggen jonge soldaten in ruim zittende tenues te slapen onder hun tentzeilen.

De reparatie gaat lang duren. Het imago van het Noord-Koreaanse leger is dat van een grote, moderne strijdkracht, de ijzeren vuist die Amerika zal verpulveren. Ik zie vooral soldaten die als koelies op het land worden ingezet of als bewakers van checkpoints, bruggen en spoorwegovergangen. Het zijn vaak magere jongens en meisjes die verschrikt opkijken als een buitenlander in slecht Koreaans hallo tegen hen zegt.

Juche 106, vijfde maand

Zaterdagmiddag

Instructief bezoek aan het Songdowon Internationale Schoolkinderkamp aan het witte, stille strand van de Zee van Japan. Of nee, de Oost-Koreaanse Zee.

We staan voor een gigantisch complex met aquaria, binnen- en buitenbaden en prachtige sportfaciliteiten. „Onze grote leider heeft gezegd dat kinderen moeten leren koken, daarom leren kinderen hier koken”, legt de gids gewichtig uit. Maar al snel blijkt dat dit ook een van de plekken is waar kinderen, ver van huis, lessen krijgen in de politieke Juche-theorie, de politieke godsdienst, en de geschiedenis van de volksrepubliek.

Dit is een van de plekken waar de toekomstige elite wordt opgeleid. Het Schoolkinderkamp is alleen toegankelijk voor scholieren met de hoogste cijfers, de beste sportprestaties en de hoogste moraliteit. Een groepje 7-jarige meisjes en jongens marcheert van de eetzaal naar het zwembad en zingt met strakke gezichtjes: „Wij houden meer van Kim Jong-un dan van onze papa en mama, wij houden meer van Kim Jong-un dan van onze papa en mama.”

Juche 106, vijfde maand

Zondag

„Onze grote leider Kim Jong-un wil zijn volk de hoogste vorm van beschaving schenken. Het Masikryong-skioord, waarvan hij de bouw persoonlijk heeft geleid, is een bron van spirituele kracht”, steekt Schaduw 2 meteen van wal als wij zijn aangekomen bij het wintersportcomplex. Het is een prachtig resort in een schitterend, ruig natuurgebied met tien pistes, nieuwe Oostenrijkse en Zwitserse sneeuwschuivers, Oostenrijkse liften, een ruim gesorteerde collectie Head, Atomic en Salomon-ski’s en skischoenen, een olympisch zwembad, sauna’s en kamers vanaf 200 dollar per nacht. Alles in het hotel ruikt nieuw.

Het resort is in dertien maanden aangelegd, uiteraard dankzij de „zeer deskundige adviezen” van Kim 3, die zich heeft laten inspireren door zijn studententijd in Zwitserland. „We zeggen tegenwoordig dat een project, een nieuwe fabriek of een nieuw appartementengebouw met Masikryong-snelheid is opgeleverd”, vertelt Schaduw 1.

De werkelijkheid is dat duizenden soldaten/arbeiders en zelfs kinderen vaak met blote handen, houten karren en simpel gereedschap, de hellingen moesten egaliseren. Hoeveel arbeiders zijn omgekomen bij verschillende aardverschuivingen, is een staatsgeheim.

Masikryong is een opgestoken vinger naar de buitenwereld. Schaduw 2 maakt met zijn ringvinger het ‘fuck you’- gebaar. „Onze vijanden denken ons met hun verderfelijke sancties te kunnen verslaan. Onze grote leider heeft hen hier verpletterd, voor iedereen zichtbaar. Daarom willen wij deze plek graag laten zien”, zegt hij bloedserieus.

Een Oekraïense journalist, ook mee op de perstrip, filmde met zijn smartphone in ski-oord Masikryong:

Juche 106, vijfde maand

Maandag

Een faux-pas is snel begaan. Daags na een proef met de Pukguksong-2, een middellange afstandsraket, vraag ik in de boekwinkel van mijn hotel naar de Rodong Sinmun, de enige officiële krant, nog saaier dan het Chinese Volksdagblad. Na iedere, grote raketproef komt de krant uit met een speciale editie in oorlogsopmaak.

Onveranderlijk staat Kim Jong-un triomfantelijk op de voorpagina, omringd door serviel glimlachende opperofficieren.

De keurig gevouwen krant arriveert in een enveloppe en bevat veel foto’s van Kim 3. Als ik de krant uitpak, snel doorblader en vervolgens losjes oprol en in mijn jaszak steek, wordt de verkoopster woedend. Kranten met de opperste maarschalk op de voorpagina mogen niet opgerold worden, laat staan verkreukeld raken. De enige correcte manier van omgaan met het dagblad is hem na lezing voorzichtig dubbelvouwen. De vouw mag nooit door het gezicht van de grote leider lopen.

Al even gevoelig ligt het fotograferen van de talrijke beelden en mozaïeken met de beeltenissen van Kim 1, 2 en 3. Van opzij fotograferen is verboden, de heren moeten altijd precies in het midden in beeld staan, afsnijden is verboden. De foto-galerijen met beelden van de bezoeken van de Kims aan fabrieken, instellingen en modelboerderijen fungeren als altaren. Zelfs de stoelen en krukjes waar zij tijdens hun bezoeken op hebben gezeten, en de asbakken waarin zij hun sigaretten doofden, worden daar in vitrines geplaatst.

Foto Ed Jones/AFP

Juche 106, vijfde maand

Dinsdagavond

Met de Toepoelev-200 vlieg ik terug naar Beijing. Nu fungeert het Russische toestel wél als een tijdmachine. Wat een verademing om weer in China te zijn. Het land doet onvergelijkbaar rijker, luxueuzer en zelfs democratischer aan dan het paranoïde, bitterarme Noord-Korea.

Toen Deng Xiaoping in 1984 aan de „eeuwige president Kim Il-sung” vroeg waarom hij niet het Chinese voorbeeld volgde door de deuren naar de buitenwereld te openen, luidde het antwoord: „Als je de ramen openzet, komen er ook strontvliegen binnen.”

Ik vraag mij nu vooral af of de Noord-Koreanen niet massaal in opstand zouden komen als zij wisten dat Deng en zijn opvolger in amper 35 jaar meer dan een miljard Chinezen uit de armoede hebben getrokken. Maar de meesten op Planeet Pyongyang hebben geen idee over het leven buiten hun gevangenis.

Vorm Koen Smeets, Jacco Hupkens, Evy van der Sanden.