Venezuela sterft af door ‘het dieet van Maduro’

Crisis Venezuela Correspondent Nina Jurna keerde na een jaar terug naar een arm gezin in Caracas. Wat ze aantrof was schokkend.

De 13-jarige Wilfredo Hernandez heeft een zware vorm van autisme en is extreem ondervoed. Hij weegt nog maar 15 kilo. Foto Gabriel Osorio

Niets voelt meer hetzelfde in het kleine, stenen huisje in de uitgestrekte sloppenwijk Petare waar Paula Navas (49) met haar zeven dochters woont. Een jaar geleden, tijdens een eerder bezoek, vocht deze alleenstaande moeder met dochters van 13 tot 23 jaar, als een leeuw om het hoofd boven water te houden.

Door de enorme economische crisis in Venezuela, de hyperinflatie en extreme voedseltekorten bestond een maaltijd in huize Navas soms alleen uit een glas water of wat arepas, maisbroodjes. Ondanks deze penibele situatie hield de warmhartige Paula moed: haar dochters deden het goed op school, één was zelfs toegelaten op de universiteit en zou als eerste van een generatie ongeschoolde en straatarme familieleden gaan studeren.

Maar nu, een jaar later, is Paula’s wereld ingestort. Haar dochter Alnedy (22), de op een na oudste, overleed vorige maand in het ziekenhuis, een gevolg van het schrijnende tekort aan medicijnen en falende gezondheidszorg. Alnedy had suikerziekte en was met spoed opgenomen. Er was geen insuline te vinden. „Ik ging zelf op zoek en vond uiteindelijk een klein beetje insuline voor heel veel geld, waar ze van opknapte”, zegt Paula. „Toen ze opnieuw insuline nodig had en er niets meer was, diende een onbekwame overheidsarts haar een totaal verkeerd medicijn toe. Ze kreeg een zware allergische reactie, raakte in coma en is overleden.”

Paula Navas (tweede van links) met haar dochters en kleinkind.Foto Gabriel Osorio.

Ontroostbaar

Paula huilt onafgebroken, ze is ontroostbaar. Haar andere dochters staren wezenloos voor zich uit in het kleine huisje. Buiten in de vallei tussen honderden andere opeengestapelde stenen hutjes hangt een dikgebouwde mist. Sofia, het driejarige dochtertje van de gestorven Alnedy, speelt met een mobiele telefoon en zingt luid een kinderliedje mee op YouTube. „Ze beseft nog niet dat haar moeder er niet meer is en ze geeft ons afleiding”, glimlacht Paula door haar tranen heen.

Paula’s drama is exemplarisch voor de tergende en almaar aftakelende humanitaire situatie in Venezuela. Volgens farmaceuten is 85 procent van de medicijnen niet meer te krijgen in de apotheek, zelfs paracetamol is schaars. In ziekenhuizen sterven patiënten door een gebrek aan medicatie en slechte gezondheidszorg.

En er is extreme honger: een onderzoek van verschillende universiteiten toont aan dat bijna tien miljoen Venezolanen slechts twee of minder maaltijden per dag nuttigen. ‘Het dieet van Maduro’ heet het in de volksmond. Veel mensen verliezen gewicht, het afgelopen jaar vielen Venezolanen gemiddeld bijna negen kilo af.

De autoritaire president Maduro ontkent de humanitaire ramp.

Het lijkt ondenkbaar in een land met zoveel natuurlijke rijkdommen, vruchtbare grond en de grootste aantoonbare oliereserves ter wereld. De levenstandaard lag hier jarenlang hoger dan in omliggende Latijns-Amerikaanse landen. Er was een omvangrijke eigen productiesector en er werd volop voedsel verbouwd. Maar toen de linkse leider Hugo Chávez in 1999 aan de macht kwam en met zijn Bolivariaanse revolutie Venezuela omvormde tot een socialistisch land naar Cubaans model, veranderde alles.

Chávez beloofde de rijkdommen weer terug te geven aan het volk en begon op grote schaal bedrijven te nationaliseren en landbouwgronden te onteigenen. „Zo werd de overheid producent, voedselverwerker én distributeur”, zegt landbouwexpert Carlos Machado. „Boerderijen werden gesloten en grootgrondbezitters van hun land verjaagd. Maar na verloop van tijd stortte de hele productiesector en voedselketen in door mismanagement, bureaucratie en onkunde, want de staat had geen ervaring in het verbouwen van voedsel op grote schaal.”

Een gebouw dat is bezet door arme bewoners die geen huis hebben.
Foto Gabriel Osorio.

Intussen zwom de overheid wél in het geld: de olieprijzen waren tijdens Chávez’ presidentschap torenhoog. Om aan de grote vraag te voldoen begon de overheid met grootschalige import van producten en levensmiddelen, geld was er immers genoeg. Binnen mum van tijd dreef de hele voedselindustrie op import.

Met die oliedollars bouwde Chávez ook sociale woningen, gratis ziekenhuizen en universiteiten. Maar de corruptie nam ook schrikbarend toe: Chávez kocht politieke steun, bleef populair en tot zijn dood in 2013 stevig aan de macht. Maar toen vier jaar geleden onder Chávez’ opvolger Nicolás Maduro de oliemarkt verder instortte, was er niet meer genoeg geld om al het eten te importeren. Er ontstond schaarste, lange rijen voor supermarkten en een tierende inflatie die eind 2017 oploopt tot boven de 1.600 procent, zegt het IMF.

De autoritaire president Maduro ontkent de humanitaire ramp. Het zijn leugens die de rechtse oppositie en het kapitalistische westen verspreiden om zijn socialistische regering te kunnen afzetten. Een bezoek aan kinderziekenhuis J.M Los Rios geeft een inkijkje in de realiteit.

„Wil je straks even met de moeders praten? Ze zitten in de gang”, vraagt kinderarts en voedingsdeskundige Ingrid Soto die vandaag spreekuur heeft. Ze werkt al veertig jaar in het ziekenhuis, in de gloriedagen was dit een van de beste publieke kinderziekenhuizen van de stad. Nu is er nauwelijks nog medicatie, er is zelfs een tekort aan antibiotica. Het afgelopen jaar werden meer dan honderd kinderen met ondervoeding opgenomen – in 2015 waren dat er nog dertig.

„Het is uitzichtloos, we zijn nauwelijks in staat kinderlevens te redden, we hebben geen medicijnen en ook in het ziekenhuis is er een gebrek aan voedsel”, zucht Soto. Toen Venezuela er nog goed voorstond, behandelde ze vooral kinderen met obesitas. Nu komen voornamelijk zwaar ondervoede kinderen op haar spreekuur.

Lees ook: Per boot naar een beter leven in Curaçao, over Venezolaanse vluchtelingen

Eten op de vuilnisbelt

Wilfredo Hernánde, op schoot bij zijn moeder in het ziekenhuis. Foto Gabriel Osorio

In de halfdonkere gang zitten tien moeders met hun kind op schoot. Dionisia Amundarain (39) tilt haar zoontje Wilfredo (13) op en brengt hem naar de behandelkamer. Wilfredo heeft een zware vorm van autisme en is extreem ondervoed. Hij weegt nog maar vijftien kilo en stopt onophoudelijk een doek of zijn eigen hand in zijn mond waar hij hard op zuigt. „Hij heeft vreselijke honger, maar wat kan ik doen?” zegt Dionisia nerveus. „We eten nog maar een paar maaltijden per week, meer kan ik niet betalen.”

Wilfredo situatie is alarmerend, volgens kinderarts Soto. „Hij moet met spoed worden opgenomen, maar het is de vraag of hij het hier redt”, zegt ze somber. In april bezweken al drie kinderen in het ziekenhuis aan zware ondervoeding of gebrek aan medicatie. Volgens recentelijk gepubliceerde cijfers van het Venezolaanse ministerie van Volksgezondheid stierven sinds 2015 meer dan 11.000 baby’s door een tekort aan medicijnen en ondervoeding, een toename van 30 procent. Twee dagen nadat de minister van Volksgezondheid Antonieta Caporale deze schokkende cijfers publiceerde, werd ze zonder reden door Maduro ontslagen.

De humanitaire ramp wordt ook ingezet als wapen. Militairen, goed betaald door de regering, zijn verantwoordelijk voor de voedseldistributie. „Hierdoor krijgt het leger nog meer macht. Er wordt oorlog gevoerd met schaarste en voedsel, wat uiteindelijk nog meer slachtoffers kost”, zegt Julio Marquez, politicoloog en econoom aan de Centrale Universiteit van Caracas. Maar hoelang Maduro’s tactiek nog werkt, is de vraag. Steeds meer militairen, met name in de lagere rangen, lijden zelf ook honger en zien hoe hun familieleden lijden.

Iedere dag worden producten schaarser en duurder. Inmiddels kampen niet alleen arme mensen zoals Paula en haar dochters met problemen, maar ook de middenklasse. In Sabana Grande, een grote boulevard in het noordoosten van Caracas, is dat goed zichtbaar. De wijk met veel restaurants is het afgelopen jaar uitgegroeid tot een populaire locatie voor mensen die uit pure wanhoop zoeken naar voedselresten.

Elizabeth Marquez (52), medewerkster bij een opleidingsinstituut, buigt zich over een vuilnisbelt waar groente, fruit en vleesrestanten liggen. Haar dochter van 13 en een neefje helpen mee zoeken.Caracas, 11/5/17. ? Gabriel Osorio.

Elizabeth Marquez (52), medewerkster bij een opleidingsinstituut, zet haar bril recht en buigt zich over een vuilnisbelt waar groente, fruit en vleesrestanten liggen. Haar dochter van 13 en een neefje helpen mee zoeken. „Ik heb vandaag al tomaten gevonden en uien, we hebben straks in elk geval wat te eten thuis”, zegt Elizabeth. Ze begon zes maanden geleden, gedreven door honger, afvalbergen af te struinen. „De eerste keer nam een vriendin me mee, ze zocht al langer naar eten bij het afval. Ik had nooit gedacht dat ik mezelf zo zou moeten verlagen. Maar door de hyperinflatie is mijn salaris verre van voldoende om ervan te eten”, zegt Elizabeth.

Bij een shoarmazaak verderop vertelt de eigenaar dat er na sluitingstijd soms al rijen mensen staan als hij de vuilniszakken met vleesresten buiten zet. „Het geeft overlast, al die mensen die gaan graaien tussen het afval. We denken er zelfs over de vuilniszakken in een ander gedeelte van de stad te dumpen”, zegt hij.

Katholieke kerken deden via de media een oproep aan de Venezolanen om hun etensresten in aparte, gekleurde zakken te plaatsen, zodat ze op de vuilnisbelt voor de naar eten zoekende mensen onmiddellijk herkenbaar zijn. Grote bedrijven zoals Unilever en Shell zijn al gestart met het bijvoeden van hun personeel, omdat veel werknemers met honger op hun werk verschijnen.

Verderop vult Franklin, een 48-jarige constructiemedewerker, een plastic zak met resten van gegrilde kippenbouten. „Ik heb een uur gereisd om naar Sabana Grande te komen. Hier zijn de beste restaurants en meer kans om goed eten te vinden, ook al is het afval”, zegt hij en loopt zwijgend weg.

Mensen zoeken in vuilnis in Venezuela.
Foto Gabriel Osorio.
Mensen zoeken in vuilnis naar voedsel.
Foto Gabriel Osorio.

Wanhoop

Lange tijd leek de honger en schaarste de protesten tegen de regering van Maduro te onderdrukken: mensen waren te druk bezig met zoeken naar eten en stonden urenlang in rijen voor supermarkten en apotheken. Maar een optelsom van honger, de extreme criminaliteit, en toenemende onderdrukking van Maduro hebben de Venezolanen wanhopig gemaakt. Er lijkt geen uitzicht op verandering.

De guarda nacional, de nationale strijdkracht, treedt keihard op. Inmiddels zijn ruim zestig, vooral jonge Venezolanen, omgekomen tijdens de bloedige protesten. In juli, zo is de verwachting, zal Maduro zijn macht verder verstevigen met de installatie van de zogenoemde constituyente: een speciaal volksorgaan van voornamelijk regeringsgezinde burgers die een nieuwe grondwet gaat schrijven.

Ook Paula Navas doet fanatiek mee aan de protesten. Ze heeft na de dood van haar dochter haar vechtlust hervonden en zich aangesloten bij een vrouwengroep in de sloppenwijk die dagelijks de straat op gaat. „Mijn dochter krijg ik er niet mee terug, maar dit regime moet zo snel mogelijk het veld ruimen. Er zijn al genoeg doden gevallen door toedoen van Maduro. Het moet stoppen, hij moet weg.”