Waar plastic op Spitsbergse stranden vandaan komt

Plastic afval

Nederlanders brengen in kaart waar het plastic afval op Spitsbergen vandaan komt. Daarna pas kun je aan oplossingen werken.

Walrussen tussen het afval Foto W.J. Strietman

Visnetten, touwen, boeien. Plastic zakken, doppen, cosmeticaverpakkingen. En vooral eindeloze hoeveelheden onherkenbaar plastic, grotendeels uit elkaar gevallen. Dat vonden Nederlandse wetenschappers de afgelopen drie weken op stranden in het noordpoolgebied. Op Jan Mayen, een klein eiland midden tussen Groenland, IJsland en Spitsbergen, lagen 575 stukken afval per honderd meter; op één strand op Spitsbergen maar liefst 876.

„Echt schokkend”, zegt onderzoeker Wouter Jan Strietman van Wageningen UR, die mee was. „Er waren plekken waar elke vijf à tien centimeter wel iets lag.”

De onvoorstelbare hoeveelheid plastic in de oceanen is de laatste tijd veel in het nieuws. In wetenschappelijk tijdschrift PNAS stond in mei dat er op het piepkleine Henderson Island, middenin de Stille Oceaan, 37,7 miljoen stukken plastic liggen, bij elkaar zo’n 17,6 ton. En in april stond in PNAS dat er in de Noordelijke IJszee 300 miljard plasticdeeltjes ronddrijven van het formaat rijstkorrel. Maar hoeveel afval er op de Noordpoolstranden aanspoelt, en waar het vandaan komt, was nog niet onderzocht.

De Nederlandse expeditie was een initiatief van Strietman samen met Eelco Leemans, adviseur voor de Clean Arctic Alliance, een groep natuurorganisaties die zich inzetten voor het noordpoolgebied. Zij mochten meevaren met een schip van reisorganisatie Oceanwide Expeditions. Die houdt soms opruimacties op de stranden van Spitsbergen. „Daardoor wisten we al dát er veel afval ligt, maar nog niet precies wat en waar het vandaan komt”, zegt Strietman. „Pas als je dat weet, kun je aan oplossingen werken.”

Oceanwide zette de onderzoekers af op plekken waar nauwelijks toeristen komen. Daar telden en categoriseerden ze het afval met een internationale standaardmethode: wat telt als een net, wat geldt als restafval?

De methode dient niet om stranden onderling te vergelijken, zegt Strietman, want ieder strand is anders opgebouwd en heeft dus zijn eigen aanspoelpatroon. Wel kun je op die manier stranden over langere tijd volgen. Zelf willen ze dat ook doen.

Oesterkweekbak

Op Jan Mayen vonden de onderzoekers een plastic bak van een Zuid-Europese oesterkwekerij, ruim 3.000 kilometer verderop. Die is waarschijnlijk meegevoerd door de warme Golfstroom. Ook komt er plastic met de Arctische zeestroming vanuit Siberië.

Op Spitsbergen lag een kluwen vistuig zo zwaar dat drie mannen het niet konden optillen. Dergelijk vistuig komt waarschijnlijk uit de regio zelf, denken de onderzoekers. Samen met Noorse collega’s gaan ze dat uitzoeken en met de betrokken partijen praten.

Als dat niet helpt, willen ze aan de bel trekken bij nationale overheden. „Heel confronterend om walrussen tussen het afval te zien liggen”, zegt Leemans. Strietman: „Of op een spiegelgladde zee te varen, tussen de ijsschotsen, in de laatste ongerepte wildernis, en dan ineens een plastic zak te zien drijven.”

Naar aanleiding van dit artikel stuurde poolonderzoeker Paul W.J. de Groot op 26 juni dit bericht: “Ik kan u het volgende uit eigen waarneming vertellen. Regelmatig sterven er rendieren op Spitsbergen doordat ze verstrikt raken in visnetten die op het strand aanspoelen. Bij rendieren dragen zowel het mannetje als het vrouwtje een gewei. Dat maakt de kans op een ongeluk nog groter. Misschien heb ik nog wel een dia van een rendierschedel met gewei, verstrikt achtergebleven op het strand.”