Recensie

Televisie moet nog meer van ingeblikt naar live

Zap

‘Opium op Oerol’ met Cornald Maas zorgt elk jaar voor een energie-injectie. Het programma laat zien wat lineaire tv nog kan toevoegen.

Cornald Maas ontvangt Matthijs van Nieuwkerk in ‘Opium op Oerol’ (AVRO-TROS).

Waarom zorgen de dagelijkse uitzendingen van Opium op Oerol (AVRO-TROS) elk jaar in juni weer voor een soort van energie-injectie? Inhoudelijk is het telkens in grote lijnen hetzelfde: Cornald Maas ontvangt tegen zonsondergang in een duinpan op Terschelling een omvangrijk festivalpubliek, een muzikale gast en een Bekende Nederlander die bekent nooit eerder het festival bezocht te hebben en dat zeer te betreuren.

Er zijn twee reportages van voorstellingen (waarvan een bezocht door de BN’er van dienst) en een duo kleinkunstenaars (dit jaar de rappende Dos Hermanos) levert commentaar op eigenaardigheden van deze jamboree van kunstliefhebbers van middelbare leeftijd.

Onveranderlijk is het een beetje winderig, bewolkt en soms zelfs nat tijdens de talkshow in de open lucht. Maar de stemming zit erin, alle aanwezigen zijn in een opperbest humeur en Maas is die week op Terschelling altijd nog scherper dan in zijn andere hoedanigheden: presentator van Volle Zalen, commentator bij het Eurovisie Songfestival, voorzitter van de jury bij de Musical Awards.

Zou het misschien komen door het vooruitzicht van de echte zomer, met een paar weken waarin er voor televisieprogramma’s slechts een zeer beperkte bijrol weggelegd is? Of is het heimwee naar de bloeiperiode van straattheater, Festival of Fools en grensverleggende voorstellingen waar menige toeschouwer in verwarring voortijdig vertrekt?

Ik denk dat het toch vooral die aanblik is van honderden mensen in windjacks, geschaard rond een houten tafel met louter staanplaatsen. Het roept associaties op met hagepreken, met heimelijke bijeenkomsten van protestanten die zich niet uit het veld laten slaan door de dictatuur van markt, kijkcijfers en andere aflaten.

Hier wordt cultuur gevierd, en is het nog een pre als je een voorstelling niet helemaal begrepen denkt te hebben. Matthijs van Nieuwkerk, die ver van zijn comfort zone liet doorschemeren zelfs te hebben gefietst en gezwommen op het eiland dat hij sinds zijn jeugd niet meer bezocht had, was onder de indruk van deze „studio”. Hij had genoten van de muziek van een voorstelling tegen racisme, maar had er het fijne niet helemaal van meegekregen.

Televisie ontdekt steeds vaker de voordelen van live-uitzendingen in plaats van ingeblikte programma’s uit voorraad, al dan niet in de zoveelste herhaling. Dat geeft opwinding en betrokkenheid, de laatste redmiddelen van lineaire televisie in een tijdperk dat we zelf wel beslissen op welk moment we onze favoriete oude meuk het liefst bekijken. Van diepvriesgroothandel naar verswinkel, het is even een omschakeling voor omroepen en zenders, maar er wordt deze zomer volop mee geëxperimenteerd.

Het moet zinderen door de ambiance en het door het scherm heen komende enthousiasme van het publiek, niet door lachbanden of opzwepende publieksopwarmers. En dan is zo’n weekje Oerol misschien wel het beste voorbeeld van hoe het ook zou kunnen: diehard cultuur door regen en wind en het positivisme van Cornald Maas, in een warm bad van babyboomers die besloten hebben het hoe dan ook leuk te gaan hebben.