Trage intrigerende film en poëzie op Oerol

Oerol verslag #4

Het is dit jaar op Oerol helaas zoeken naar makers die geen traditioneel theater opvoeren, maar ze zijn er wel.

Filmstill Zvizdal Foto Berlin/Oerol

Op een theaterfestival als Oerol wordt ook gestoeid met andere vormen van theater maken. Dat is ook het hele idee van spelen in schuren, op weilanden, in de duinen en in het bos. Dit jaar is het helaas zoeken naar makers die geen traditioneel teksttoneel opvoeren, maar ze zijn er wel. De groep Berlin laat in Zvivdal gewoon een documentaire zien: een film op een filmdoek, over een hoogbejaard echtpaar dat alleen is achtergebleven in het vervallen dorpje Zvivdal, dat na de ramp in Tsjernobyl ontruimd werd.

Het is een traag, maar intrigerend en bijzonder portret van twee mensen die niets meer hebben: geen elektriciteit, geen buren, nauwelijks eten. De seizoenen trekken voorbij, en als het graatmagere paard en de koe sterven, is het einde nabij. De makers stelden onder het filmdoek drie schaalmodellen op van het dorp, maar de filmische interactie met die opstelling is minimaal en voegt nauwelijks iets toe.

Installatie voor één bezoeker

Ook film is Guilty Landscape #2 van Dries Verhoeven, maar de interactie is hier allesbepalend. De schok die Verhoeven de kijker bezorgt (het is een installatie voor één bezoeker tegelijk) is groot en de naweeën zijn dat ook. De term ‘schuldig landschap’ is gemunt door Armando en zijn methode doet denken aan een videowerk van Rashid Rana op de Biënnale van Venetië in 2015, maar Verhoeven weet er weer een hoogstpersoonlijke draai aan te geven. Momenteel is ook het sterke werk Phobiarama van Verhoeven te zien op het Holland Festival. Je kunt niet om hem heen deze maand.

In Revolutie van de mislukking voert Stephanie Louwrier een mix op van persoonlijk verhaal, muziek en humor; een mix die je cabaret zou kunnen noemen. Ze spreekt het publiek direct aan: dat ze een goed mens is en dat wij goede mensen zijn, maar dat wij toch worden voorbijgestreefd door opportunisten. Waarom toch? Hoe kan dat?

Op die vragen komt geen antwoord, want Louwrier gaat kopje onder in een hyperactief opkloppen van wie ze is en wat ze voelt. Voortdurend maakt ze grappen: “Ik bestel een croissant en een latte macchiato to go.” Dat herhaalt ze en zegt dan: “Ik moet echt iets met mijn talenknobbel gaan doen.” Met grappen van dat niveau kom je zelfs niet in de voorronde van willekeurig welk cabaretfestival.

Louwrier heeft wel een coole driemansband, die gierende gitaarmuziek maakt en de stemming erin houdt. Maar haar pseudo-poëtische teksten (lees de titel van de voorstelling) en haar aangezette acteren doen krampachtig aan.

Poëzie

Voor echte poëzie moet je zijn bij Kopland van Gouden Haas & PeerGroup. Er is geen plot, wel mime. Het is een voorstelling die zinnen, regels en gedichten van de dichter Rutger Kopland (1934-2012) opvoert, herhaalt en dan in echo laat weerklinken. Een oudere vrouw declameert en een jonge man maakt sierlijke gebaren, waarbij hij bijvoorbeeld het stromende water uit de gedichten uitbeeldt.

Net als Zvivdal is Kopland een melancholieke voorstelling over het verstrijken van de tijd, over het houvast van de herinnering en over de dood. Of de voortdurende herhaling bewerkstelligt dat we de teksten beter onthouden, betwijfel ik. Het magische weefsel tussen de woorden raakt zoek in deze methode en je houdt aforistische stellingen over, zoals de dichtregel: ‘Geluk is een herinnering.’

De gedichten draag je mee zolang de voorstelling duurt en dat is een aangename verpozing. Met uitzondering van één regel die blijft haken, omdat de makers hem als een reclamebord oprichten in het gras. Je kunt lezen: ‘Niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik.’ Met gevoel voor het belang van kleine zaken brengen de makers die komma na ‘jij’ aan.