Column

Op zoek naar nieuw doel

De kunst is niet om uit te blinken, maar om te blijven uitblinken. Hoe doe je dat? Over dit thema zou ik zo’n soft, zweverig zelfhulpboek moeten schrijven, maar ik betwijfel of ik daarin zal uitblinken. Toch is het een reële vraag.

Ik kom erop dankzij Rafael Nadal, die na veel blessureleed op zijn eenendertigste jaar nog beter lijkt dan op zijn eenentwintigste. Hij volstaat niet meer met het verslaan van zijn tegenstanders; hij stuurt ze als beginners naar huis. Hij is zelfbewuster en fitter dan ooit tevoren. En vooral: gretiger. Wat drijft hem, wat wil hij nog bereiken? Om de spanning erin te houden, hoop ik dat in de slotregels te onthullen.

Voor het contrast moet ik nu iets kwijt over de Oekraïense balletdanser Sergei Polunin. Over hem is de documentaire Dancer gemaakt die ik iedereen kan aanraden. Polunin (nu 27) was een weergaloze danser die als 13-jarige van Oekraïne naar The Royal Ballet in Londen ging, waar hij zeven jaar later de jongste solist werd die ze daar ooit hadden gehad. Een schitterende carrière leek voor het grijpen, maar na twee succesvolle jaren hield hij het voor gezien.

Hij ging veel onopvallender door in Rusland totdat hij er ook daar genoeg van kreeg. Uit de documentaire blijkt dat hij zich niet meer kon motiveren nadat hij bij The Royal Ballet de top had bereikt. Het werk beroofde hem van alle energie, hij vond het saai en fysiek ontstellend zwaar. Hij raakte totaal uitgeput, zegt hij een paar keer in die film. Hij vroeg zich ook af voor wie hij het nog deed. Zijn ouders leefden ver van hem verwijderd en waren bovendien inmiddels gescheiden. Hij zou zich nieuwe doelen moeten stellen, maar welke? Hij had al zoveel bereikt.

Onthullend zijn de kijkjes in de kleedkamer na afloop van een optreden, als hij somber en doodop met een afgeragd lichaam zit bij te komen. Het is duidelijk: hij kan het niet meer opbrengen.

Terug naar Nadal. Die zat een jaar geleden op een persconferentie op Roland Garros ook gekweld voor zich uit te kijken, nadat hij zich met een polsblessure had moeten terugtrekken. Zijn lichaam leek in staking gegaan, het was al die roofbouw beu. Toch heeft Nadal de crisis kunnen bezweren. Al zijn successen ten spijt kreeg hij toch weer een nieuw doel voor ogen. Welk? Ik houd het nog even geheim.

Zo’n nieuw doel is van doorslaggevend belang bij iemand die al zoveel heeft bereikt. Ik moet nu even Patrick Mouratoglou citeren, de coach van de (zwangere) Serena Williams die vorige week in de Volkskrant zei: „Grote spelers als Federer, Nadal, Djokovic, Murray en Serena Williams zijn nooit tevreden. Ze willen altijd meer, daarom zijn ze kampioenen. Ze zoeken telkens nieuwe uitdagingen, kijken altijd vooruit.”

Nadal won al tienmaal Roland Garros, tweemaal Wimbledon, tweemaal de US Open en eenmaal de Australian Open: vijftien grandslamtitels in totaal. Aan het aantal van die behaalde titels wordt uiteindelijk afgemeten wie de beste tennisser is geweest. Federer gaat aan kop met achttien titels. Wat is dus Nadals nieuwste en vermoedelijk laatste doel? (Ik ben blij dat mijn doel – de aandacht van de lezer zo lang mogelijk gevangen houden – is bereikt.)

Nadal wil net zolang doorgaan tot hij Federer is gepasseerd. Als hij fit blijft, zal het hem lukken.