Met ‘ngo-wet’ brengt Hongaarse premier critici verder in het nauw

Hongaarse ngo‘s moeten grote buitenlandse donateurs voortaan openbaar maken. Volgens de regering maken ze onderdeel uit van een buitenlandse strategie om de ‘Hongaarse volkswil’ te fnuiken.

Foto Zoltan Balogh/MTI via AP,

Demonstreren doet Emil Hollerbach niet alleen om overtuigingen te ventileren. Al heeft de 27-jarige inwoner van Boedapest wel een mening over de ngo-wet die het Hongaarse parlement dinsdag goedkeurde. Die zal organisaties met buitenlandse financieringsbronnen transparanter maken volgens de regering van Viktor Orbán. Hollerbach ziet, net zoals veel ngo’s, vooral een poging om de critici van de rechts-populistische premier te intimideren.

Maar Hollerbach had de afgelopen maanden ook een andere reden om de straat op te gaan: protesteren is een vorm van therapie. Wie elke dag afstemt op de publieke omroep of commerciële media in handen van regeringsgezinde zakenlui, ziet alleen hoe goed premier Orbán het doet en hoe driest zijn vijanden zijn. Andere geluiden worden steeds zwakker sinds zijn aantreden in 2010. „Wanneer je op demonstraties om je heen kijkt”, zegt Hollerbach, „voel je dat je toch niet alleen staat in je overtuigingen”.

Buitenlandse donateurs openbaar

Tegenstanders van de ngo-wet vrezen dat die wet kritische Hongaren zoals Hollerbach nog wat eenzamer zal maken. Voortaan zullen ngo’s die jaarlijks meer dan 7,2 miljoen forint (23.500 euro) aan buitenlandse fondsen ontvangen internationale donateurs en giften boven 1.600 euro bekend moeten maken. Belangrijker: op alle publicaties moeten ze zichzelf „organisatie gefinancierd met buitenlands geld” noemen.

Dat dreigt een verkillend effect te hebben op een sector die sterk afhankelijk is van buitenlands geld en spreekbuis is voor burgers die zelf liever aanvaringen met de autoriteiten mijden. „Mensen zeggen dat ze ons werk waarderen, maar niet met ons geassocieerd willen worden”, vertelt Marta Pardavi, directeur van het Hongaarse Helsinki-comité (HHC), een mensenrechtenorganisatie die geraakt wordt door de wet. „Partnerorganisaties in kleinere steden houden interne discussies of het wel slim is zich aan ons te verbinden.”

Toegang tot subsidies, vergunningen voor het winkeltje van je broer, de baan van je zus bij de overheid: iedereen kent de drukpunten waarmee politici loyaliteit kunnen afdwingen. Vaak is dat niet nodig: zelfcensuur is wijdverbreid. Hollerbach ziet in zijn arbeidersbuurt Csepel buren die zijn moeder waarschuwen geen gevoelige petities te ondertekenen.

Hongaarse volkswil fnuiken

De regering biedt een andere waarschuwing: ngo’s zouden deel uitmaken van een buitenlandse strategie om de Hongaarse volkswil te fnuiken. Vermeend meesterbrein: de Hongaars-Amerikaanse magnaat en progressieve filantroop George Soros. Soros is voorstander van het toelaten van meer vluchtelingen in Europa en co-financiert met zijn stichting Open Society Foundations (OSF) uiteenlopende ngo’s zoals het HHC van Pardavi. „Hij betaalt een netwerk van duizenden mensen”, verklaarde Orbán tijdens zijn wekelijkse radio-uurtje op de publieke omroep. „Zij zijn activisten, in werkelijkheid politieke werkkrachten, en ze werken in de richting van de doelen gesteld door George Soros.”

De Hongaarse president Viktor Orban. Foto Laszlo Balogh/Reuters

De jongerenafdeling van zijn Fidesz-partij plakte het hele land vol affiches waarop Soros – „financieel speculant” in de woorden van Orbán – afgebeeld is als poppenspeler. Aan de touwtjes bengelt een oppositieleider. Soros is van joodse afkomst: veel commentatoren herkenden in de beeldspraak een appèl op antisemitische onderbuikgevoelens.

Lees ook: Orbán valt progressieve waakhond aan, over Orbán die een campagne begon tegen miljardair George Soros

„Grapjes waarin vrienden me ‘Soros-handlanger’ noemen zijn inmiddels alledaags”, zegt Pardavi. „De intentie van de regering is volgens mij een situatie te creëren waarin je nauwelijks nog zichtbare tegenspraak ziet. Kennissen die voor ministeries werken, gaan stiller praten als ze me op de tram vertellen dat we moedig werk verrichten. Alsof we weer in 1982 leven.”

Erfenis van het communisme

In de haat tussen politieke kampen, en de vrees van burgers om bekneld te raken tussen die kampen, zien veel analisten een erfenis van het communisme. Dat predikte over het collectief, maar versplinterde de samenleving. Individuen stonden alleen in hun strijd met de overheid. Gedweeheid was vaak de beste overlevingsstrategie.

Een kwarteeuw democratisch kapitalisme zorgde voor nieuwe onzekerheden en maakte geen einde aan harde machtspolitiek, nepotisme en polariserende propaganda. Het middenveld ontbreekt nog steeds. En het onderwijssysteem moedigt ontzag voor autoriteit aan, niet het rond strooien van meningen.

Academici en universiteiten uit de hele wereld spraken de afgelopen maanden steun uit voor de Central European University (CEU). Die universiteit in Boedapest, opgericht door Soros, wordt in haar voortbestaan bedreigd door een andere controversiële wetsverandering. Maar aan verschillende Hongaarse universiteiten leverde het bestuur kritiek op docenten en studenten die de CEU steunden.

Onderzoeksjournalisten richten zich intussen op ngo’s die zich rijkelijk laven aan binnenlandse financieringsbronnen. Zij onthulden dat het Forum voor Burgereenheid (CÖF), een ngo die pro-regeringsdemonstraties organiseert van Boedapest tot Brussel, zowel fondsen ontvangt van Fidesz als van een staatsenergiebedrijf. Niets aan de hand, volgens het CÖF: zij zijn immers de „waakhond” die nodig is om „het thuisland te beschermen”.