Recensie

Kunst over seks en zorg in Amsterdamse Bos

De manifestatie Cure Park in het Amsterdamse Bos buigt zich over thema’s als zorg, ziekte, gezondheid en de rol van kunst daarin. Veel is praktisch. Een enkel werk gaat dieper.

We borduurden reuzengrote tafellakens, kookten een potje voor daklozen, beschilderden serviezen met bejaarden. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd het even hip: community art of relational aesthetics. Maatschappelijk bewogen kunstenaars gingen aan de slag met kwetsbare groepen of onderzochten verhoudingen tussen mensen. Goede bedoelingen floreerden, echt interessante kunst ontstond er maar zelden.

Daarom heerst er een vreemd déjà vu-gevoel op het pas geopende Cure Park, een manifestatie in het Amsterdamse Bos die zich buigt over thema’s als ziekte, gezondheid en de rol van kunst daarin, en is bedacht Martijn Engelbregt en Theo Tegelaars.

Waarom juist in het Amsterdamse Bos en niet bijvoorbeeld in het Ministerie van VWS? Omdat, volgens Theo Tegelaars, het Bos in de twintigste eeuw werd aangelegd als ‘groene long’ voor de uitdijende stad. Dit romantische concept van een parkachtig boslandschap waar stedelijke bleekneusjes konden bijkomen, sluit aan bij Cure Park.

Deels klopt dat, maar dan moet je als bezoeker wel hard vergeten dat het Amsterdamse Bos werd bedacht als werkverschaffingsproject, waar werkelozen en in de oorlog (joodse) dwangarbeiders loodzwaar werk moesten verrichten. Als je die geschiedenis meetelt, wordt de spade die kunstenaar Ruchama Noorda nu nietsvermoedend in de klei-bodem van het bos steekt, extra zwaar.

Negen kunstenaars en collectieven hebben zich ingebed in bos en weide, bij trimtoestellen en waterpartijen. William Speakman plantte lavendelplantjes en organiseert workshops etherische oliën maken. Jasper Griepink nodigt onder het motto ‘Voel je vrij om te vrijen’ bezoekers uit in zijn yurt om seksuele energie te delen. Iets verderop kunnen zwangere vrouwen in alweer een yurt hun kind baren. Er is een keet waar daklozen een douche kunnen nemen en schone kleren kunnen aantrekken. Een plek waar we, gezeten op een cirkel van boomstronken, conflicten leren beslechten.

Deze initiatieven reiken niet verder dan de praktische vertaling van wat zorg voor de ander kan betekenen. Gelukkig zijn er ook werken in het Bos die verder gaan dan dat. Job Koelewijn heeft gevulde boekenkasten bovenop ringtoestellen geplaatst. Onder de voeten van de ringzwaaiers zit audio verstopt waar anderhalve minuut lang aforismen te horen zijn. Training van het lichaam gaat gelijk op met training van de geest – en het levert ook nog een bijzonder esthetisch werk op.

Hetzelfde geldt voor Mark Bain en Rory Pilgrim. De laatste toont in een poëtische video-installatie hoe eenvoudig en bijzonder zorg voor de ander kan zijn. Mark Bain neemt in The Sky-Earth Observatory de geluiden van het bos (overvliegende vliegtuigen, wind, vogels) op en brengt die in een minimalistische sculptuur tot leven. Eenvoudig, effectief, mooi, en met gevoel voor mens, dier en bos.