Commentaar

Formatie gestrand op populistisch geflirt en getuigenispolitiek

Na weken gesnuffel is ten tweeden male duidelijk geworden dat een meerderheidskabinet van VVD, CDA, D66 en GroenLinks niet haalbaar is. Volgens het verslag van informateur Herman Tjeenk Willink is de kabinetsformatie opnieuw vastgelopen op het thema van de migratie. Met name op het voorstel om in feite het huidige internationale immigratiebeleid voort te zetten.

Zoals bleek uit het debat in de Tweede Kamer, dinsdag, hanteert GroenLinks een „principiële ondergrens” voor migratiebeleid, die erop neerkomt dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd uit Europa. GroenLinks geldt als de meest ‘globalistische’ partij in het politieke spectrum, maar deze keuze voor getuigenispolitiek uit ideologische smetvrees is gewoonweg parochiaal.

De andere deelnemers aan de onderhandelingstafel zijn „verbijsterd en teleurgesteld”. Dat nu is ook weer wat te vrijblijvend. Want waar komt die focus op migratiebeleid vandaan? Waarom gaat het niet om nijpende binnenlandse kwesties als veiligheid, zorg en onderwijs? Kennelijk hechten de andere fractievoorzitters toch in meer of mindere mate geloof aan PVV-leider Geert Wilders met zijn stelling dat „de kiezer […] niets liever [wil] dan een streng immigratiebeleid”. Daarbij is het wel zeer de vraag of dat in zijn algemeenheid waar is, en bovendien gaat het hierbij – net als met het klimaatbeleid – bij uitstek om een terrein waar de Nederlandse politiek hooguit via Europese kanalen als één van de nu nog 28 lidstaten invloed kan proberen uit te oefenen. Den Haag kan niet de brug ophalen van Fort Nederland, zoals Wilders weer suggereerde. Toch flirten met name VVD en CDA om electorale redenen – gemeenteraadsverkiezingen – met dat soort ferme taal. Omgekeerd maakt dat een eventuele samenwerking met die partijen voor GroenLinks een vorm van electorale zelfmoord.

D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold sprak pragmatische woorden over het feit dat GroenLinks geen „waterdichte garanties” kan krijgen dat migratiebeleid dat er juridisch goed uitziet, ook in de praktijk rechtvaardig zal zijn. Hij verweet zichzelf en de anderen terecht onmacht en gebrek aan politieke wil om de formatie te doen slagen. En daarmee zat hij nog aan de vergoelijkende kant: die kiezer, waar alle partijen volgens premier Mark Rutte (VVD) zo bang voor zijn, verwijt de deelnemers aan de kabinetsformatie wellicht vooral ook gebrek aan politieke moed. Natuurlijk, het formeren van een meerderheidskabinet is gecompliceerder dan gebruikelijk doordat daarvoor vier partijen nodig zijn. Maar de variabelen zijn te overzien en hetzelfde geldt voor een aantal contentieuze thema’s.

Wellicht verkeren informateur Tjeenk Willink en de fractievoorzitters in de veronderstelling dat Echternach het doel is van de formatie. Drie stappen vooruit, twee terug, het schiet echt niet op. Drie maanden zijn verstreken sinds de Tweede Kamerverkiezingen. Europa verandert om Nederland heen in hoog tempo van karakter met verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en straks Duitsland. En in Den Haag speelt GroenLinks-leider Jesse Klaver ondertussen ‘Should I stay or should I go’ met zijn collega’s, die mijmerend rondjes lopen in de tuin van het Catshuis. Vasthouden aan het excuus dat we hier nu eenmaal te maken hebben met een waardevol stukje Nederlands parlementair cultuurgoed kan niet meer. Rutte had gelijk: nu moet nationaal belang boven partijbelang gelden. Dat geldt trouwens ook voor zijn eigen VVD.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.