Recensie

Documenta heeft moreel goede bedoelingen, maar de kunst is zwak

Documenta 14

Na het eerste deel in Athene is nu ook deel twee van de Documenta geopend in Kassel. De tentoonstelling is niet gedacht vanuit de kunst, maar vanuit een drang om de wereld te verbeteren.

Amar Kanwar, Such a Morning, 2017. Foto Freddie F.

De Documenta is het politieke en sociale geweten van de internationale hedendaagse kunstwereld. Dat is zij al sinds 1955, toen de Duitse kunstenaar en tentoonstellingsmaker Arnold Bode de eerste aflevering van de vijfjaarlijkse monstertentoonstelling maakte. Bodes concept van de Documenta was, na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, een manifestatie van een grote internationale dialoog en universele idealen, zoals die gestalte krijgen in de contemporaine kunst. En dat is zo gebleven. Aanvankelijk was ‘internationaal’ vooral ‘westers’. De omslag van westerse naar wereldwijde kunst, weg van het eurocentrisme, vond alweer twintig jaar geleden plaats, met de Documenta van Catherine David.

Adam Szymczyk (1970), de Poolse artistiek leider van de veertiende aflevering, heeft een ware tour de force verricht door de Documenta voor het eerst in haar geschiedenis op twee plaatsen te laten plaatsvinden, te beginnen in Athene (nog tot 16 juli) en daarna in Kassel. Het is zijn kritische antwoord op het machtige Duitsland dat Griekenland economisch in gijzeling houdt. Szymczyk wordt gedreven door het verlangen om middels de kunst in te grijpen in de echte wereld. In zijn woorden:

„Door inheemse praktijken en kennis van over de hele wereld via Athene naar Kassel te brengen willen we de chauvinistische, blanke en mannelijke, nationalistische, kolonialistische manier van zijn en denken, die nog steeds de wereldorde domineert, bevragen.”

Lees ook dit verslag over de Documenta in Athene: ‘De Documenta staat los van nationale grenzen’

Overigens haalde Szymczyk zich met Documenta’s verhuizing naar Athene de woede van Griekse kunstenaars op de hals. Zij voelden zich opnieuw gekoloniseerd en betutteld, en dat met geld van het gehate Duitsland (Documenta is ‘eigendom’ van Kassel, de deelstaat Hessen en de Duitse overheid). De Documenta is en blijft in hun ogen, alle goede bedoelingen ten spijt, een imperialistisch instrument.

Het tweede doel van Szymczyk was om de kunstmarkt, het grote geld en de macht van belangrijke galeries en verzamelaars buiten de deur te houden, als kritiek op het neoliberalisme. Hij is met zijn team van curatoren over de hele wereld op zoek gegaan naar onbekende kunstenaars. Ook dit is voor het grootste deel gelukt en mag eveneens een tour de force heten. Zo’n 160 exposanten zijn in Athene en Kassel in beide steden met werk vertegenwoordigd. Soms, in het geval van film en video, met precies hetzelfde werk, dit tot teleurstelling van bezoekers die eerst naar Athene waren afgereisd en zich vorige week meldden in Kassel.

Onderdak aan Griekse kunst

In het Fridericianum is de collectie te zien van het Griekse Nationaal Museum van Hedendaagse Kunst (EMST), dat op zijn beurt in Athene onderdak geeft aan de Documenta. EMST is in 2000 begonnen met het verzamelen van internationale kunst vanaf 1960. De collectie laat de invloed zien van arte povera en bevat veel werk van artistieke broeders van de beroemde Griekse kunstenaar Jannis Kounellis. Het is een coherente presentatie van kunst van overwegend onbekende Griekse kunstenaars. Veel aandacht is in deze collectie ook voor politiek geëngageerde kunst en kunst uit niet-westerse landen.

Geen slechte kunst dus in het Fridericianum, maar hemelbestormend of bijzonder verrassend is het niet. Normaal gesproken is het Fridericianum het hart van de Documenta, de plek waar de artistiek leider de geloofsbrieven afgeeft over de stand van zaken in de kunst. Dit zwaartepunt is nu verschoven naar de Neue Galerie, waar een inhoudelijke context wordt geschetst voor het ideologische programma van Szymczyk. Hier liggen bijvoorbeeld in een vitrine historische documenten die betrekking hebben op het Marshall Plan en op het internationale Agreement on German Extended Debts, in Londen op 27 februari 1953 ondertekend door een groot aantal landen, waaronder Griekenland.

Hier wordt ook voor het eerst werk van Arnold Bode getoond, expressionistische tekeningen uit de jaren vijftig. Prachtig zijn de korte zwart-witfilms die Maya Deren in dezelfde periode maakte van religieuze rituelen op Tahiti. Indrukwekkend zijn de abstraherende maar expressieve tekeningen van de Poolse kunstenaar Wladyslaw Strzemiński (1893-1952) van gedeporteerde mensen. De serie Mourning News van Andrzej Wróblewski gaat over migratie en overstromingen, ook over de Watersnoodramp in Nederland in 1953. Ook al zijn sommige werken zeker de moeite waard, alles bij elkaar is dit een enigszins bij elkaar geraapte en willekeurige selectie. De boodschap lijkt te zijn dat menselijk lijden in de gedaante van hongersnood, onderdrukking, migratie universeel zijn, alsook een spirituele inkeer als reactie daarop.

Hoogtepunt in de Neue Galerie, en van de hele Documenta, is een nieuwe film van de Indiase kunstenaar Amar Kanwar (New Delhi, 1964). Ook op twee vorige Documenta’s trok Kanwar de aandacht, met films die een directe aanklacht zijn tegen de religieuze gewelddadigheden in India en geweld tegen vrouwen. In zijn nieuwste film Such a Morning (2017) is oorlogsgeweld alleen nog op de achtergrond aanwezig, niet expliciet maar eerder als een onvermijdelijke, algemeen menselijke conditie. In de film besluit een wiskundige plotseling en zonder enige uitleg, op het hoogtepunt van zijn carrière, zich uit het openbare leven terug te trekken. De professor betrekt een oude, roestige treinwagon, die ergens geïsoleerd in een heuvelachtig landschap staat. Naarmate hij verder in zichzelf teruggetrokken raakt, lijkt zijn blik zich te scherpen. Door de treinraampjes ziet hij alles, tot in het kleinste detail: een glanzende draad van een spinnenweb, ieder ritselend blad, iedere bloem. Hoe licht en schaduw elkaar afwisselen, hoe het zonlicht alles bezielt. Ook ziet hij het landschap aan zich voorbijtrekken, alsof hij in een rijdende trein zit, alsof de tijd zich versnelt. Aanvankelijk probeert hij nog grip te houden op de dingen door ze te meten en door ze te vangen in wiskundige formules, maar uiteindelijk kan niets meer gemeten worden. Dit is een film van overweldigende schoonheid en tragiek die de blik tachtig minuten lang gevangen houdt.

Ook noemenswaard zijn in de Neue Galerie de sculpturen van de jong overleden Poolse kunstenaar Alina Szapocznikow (1926-1973): grote amorfe, vlees-achtige ballen van polyester die fascinerend zijn in hun vreemdheid en walgelijkheid. En de aarzelende, tastende, worstelende potloodtekeningen van David Schutter (Pennsylvania, 1974), die met zijn potlood historische meesterwerken probeert te doorgronden, van kunstenaars als Hals, Watteau en Manet. Hij weet op kleine formaten een peilloze wereld op te roepen.

Morele bedoelingen

Maar deze artistieke hoogtepunten zijn schaarse incidenten. De vraag is dan ook: werkt het programma van Szymczyk? De morele bedoelingen mogen goed zijn, het getoonde werk is over het algemeen zeer zwak. De presentaties in de Documenta Halle en in het voormalige postkantoor (dat is omgedoopt tot de Neue Neue Galerie) missen iedere concentratie en focus en zijn beschamend van niveau. Met uitzondering van Kanwar – en ironisch genoeg, gezien de anti-kunstmarkthouding van Szymczyk kon Kanwar dit werk alleen realiseren omdat hij vertegenwoordigd wordt door de bekende Amerikaanse galerie van Marian Goodman - ontbreken de artistieke ijkpunten. Dergelijke ijkpunten zijn onontbeerlijk om de tentoonstelling als geheel richting en structuur te geven.

De kunst is op Documenta 14 ondergeschikt aan een politiek programma en mist daardoor het abstractie-niveau en de ambiguïteit die kunst tot kunst maakt. De tentoonstelling is niet gedacht vanuit de kunst, maar vanuit een drang om de wereld te verbeteren, en daarmee is de kunst, letterlijk, ontkracht. Een uitspraak aangetroffen op de muur in een rommelige installatie in de Gottschalk Halle kan symbool staan voor deze Documenta: ‘Omdat hij geen benul had van kunst, zag Bernardino in deze objecten alleen maar symbolen van onderworpenheid en despotisme’ - kunstwerken gereduceerd tot illustraties van een verrot politiek systeem.

De Belgische politicologe en goeroe van de hedendaagse kunst Chantal Mouffe (1943) betoogt, onder meer in Agonistics, Thinking the World Politically (2013), dat de kunst een van de weinige vrijplaatsen, misschien wel de énige vrijplaats, is die ons rest van waaruit het kapitalisme en neoliberalisme bekritiseerd en bestaande machtsorden uitgedaagd kunnen worden, van waaruit een nieuw en radicaal idee van democratie kan worden gedacht. Daarin heeft zij misschien wel gelijk. Maar zoiets is alleen mogelijk wanneer de kunst ook werkelijk die vrijplaats is en niet gedegradeerd wordt tot instrument in de handen van wereldverbeteraars, niet gereduceerd tot illustratie van een politiek programma. Dan is het namelijk heel snel voorbij met de kunst, zoals te zien is op deze Documenta.

De waarde, het belang van de kunst zit juist in het zich onttrekken aan programma’s, aan eisen van rendement en impact en effect en resultaat, de waarde van kunst zit in de vrijheid om leegte en dubbelzinnigheid te omarmen, zodat de blik op de wereld gescherpt kan worden – zoals gebeurt met de professor in Kanwars roestige treinwagon.