Hoe nu verder? Drie formatiescenario’s

Formatie

Na 90 dagen lijkt de formatie terug bij af. Welke mogelijkheden heeft informateur Tjeenk Willink nu?

Na 90 dagen lijkt de formatie terug bij af. Foto Robert Vos/ANP
  1. Het wonder van de ChristenUnie

    Voor de ChristenUnie moet het een opvallende passage zijn geweest in de brief die informateur Herman Tjeenk Willink maandagavond aan de Tweede Kamer stuurde. Dat een meerderheidscoalitie van VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie nog niet is onderzocht door de informateur, staat er, komt omdat ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers dat niet zou willen. Letterlijk: „De voorzitter van de CU-fractie achtte deelname aan een combinatie VVD-CDA-D66-CU niet zinvol.”

    In die brief lijkt het alsof er niets is gebeurd tussen D66-leider Alexander Pechtold en Segers. Maar precies drie weken geleden ging het mis in een persoonlijk gesprek tussen die twee, onder leiding van ex-informateur Edith Schippers. Het was een verkennend gesprek, maar Pechtold legde meteen eisen op tafel die de ChristenUnie te ver gingen. Pechtold zou toezeggingen hebben geëist van Segers op medisch-ethische onderwerpen als hulp bij ‘voltooid leven’, maar bijvoorbeeld ook over Israël.

    In een eerder Tweede Kamerdebat over de moeizame formatie legden ook VVD-leider Rutte en CDA-voorman Buma de schuld van die mislukte gesprekken bij Pechtold, en niet bij Segers. Rutte had „een wenkbrauw” opgetrokken omdat de optie-ChristenUnie „zo snel van tafel is gehaald.” Buma was feller: „Het kan niet dat je andere partijen al vóór onderhandelingen over tafel trekt [...] Zo bouw je geen vertrouwen.”

    Hoewel Pechtold zich niet herkent in begrippen als ‘harde toezeggingen’ die hij geëist zou hebben, is de relatie tussen D66 en de ChristenUnie nu zo slecht dat nieuwe onderhandelingen onmogelijk lijken. Beide partijen herhalen bovendien steeds: inhoudelijk kunnen we er sowieso niet uitkomen, alleen al wegens medisch-ethische onderwerpen.
    Segers zei eerder dat er „een wonder” moet gebeuren wil er nog een coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie komen. Maar, zei hij erbij, als christen geloof je wel in wonderen.

  2. ‘Schandalige’ minderheidsregering

    Informateur Herman Tjeenk Willink herhaalde het maandagavond wel drie keer tijdens zijn persconferentie in het koetshuis van het Catshuis: Nederland heeft een meerderheidsregering nodig.

    Zonder een meerderheid (76 zetels), vindt de informateur, is het onmogelijk goed beleid te maken over grote vraagstukken zoals klimaat, sociale (werk)omstandigheden en de rol van Nederland op het internationale toneel. Tjeenk Willink zei het zelfs „een schande” te vinden dat politici van een minderheidsregering spreken, terwijl nog maar één optie voor een meerderheid is afgevallen.

    De informateur staat niet alleen. Bijna alle fractievoorzitters – ook van partijen die niet aan de onderhandelingstafel zaten – wijzen het idee van een minderheidsregering af.

  3. Een minderheidskabinet is kwetsbaar. Bij VVD, CDA en D66 – die zo’n kabinet zouden kunnen vormen met 71 zetels – vrezen ze dat zo’n regering snel zal vallen. Dat komt doordat voor iedere beslissing steun gezocht moet worden bij andere partijen. Voor ‘rechtse’ onderwerpen zoals migratie en asiel zou naar de rechtse partijen gekeken kunnen worden, voor ‘linkse’ onderwerpen als klimaat juist naar links. Dat lijkt werkbaar, maar is het in de politieke realiteit nauwelijks. De kans is nu eenmaal groot dat een rechtse partij roept: als jullie met ‘links’ een klimaatakkoord sluiten, werken wij niet mee op rechtse onderwerpen. Andersom geldt precies hetzelfde. Een motie van wantrouwen voor het kabinet hangt dan al snel in de lucht.

    Dit spel is nu al zichtbaar. In een interview met NRC zei SGP-leider Kees van der Staaij dat hij een eventuele minderheidsregering absoluut niet gaat steunen, op geen enkel onderwerp, als diezelfde coalitie met andere partijen probeert een ‘voltooid-leven-wet’ van de grond te krijgen. De SGP (3 zetels) was altijd een favoriete ‘constructieve partij’, maar zet nu bij voorbaat de hakken in het zand. Het zegt alles over de kansen voor een minderheidsregering.

  4. PvdA? Of Roemers zeven dwergen?

    Bekijk de uitslagen van de verkiezingen en zie: mogelijkheden genoeg voor een meerderheidscoalitie. Ga uit van VVD, CDA en D66 als ‘centraal blok’. Buiten de beproefde opties zijn er dan meerderheidsregeringen mogelijk met de PVV (20 zetels), de SP (14 zetels), de PvdA (9 zetels) en zelfs met de Partij voor de Dieren (5 zetels).

    Die laatste partij valt af, omdat de coalitie dan geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer. Bovendien eist de Partij voor de Dieren op het gebied van milieu en dierenrechten toezeggingen die andere partijen te ver gaan.

    De andere opties lopen tot dusver vast op blokkades die de partijen zelf opwerpen. Bijna niemand wil met de PVV regeren, omdat partijleider Geert Wilders zich te extreem zou uitlaten over Marokkaanse Nederlanders en vluchtelingen. Dat Wilders in maart 2014 in een café zijn publiek liet scanderen dat ze ‘minder Marokkanen’ willen – hij werd ervoor veroordeeld – is voor veel partijen nog altijd reden de PVV uit te sluiten.

    De SP voerde een verkiezingscampagne waarin de partij zich fel afzette tegen de VVD. Fractievoorzitter Emile Roemer sloot keer op keer uit dat hij met de VVD in een kabinet zou plaatsnemen. Daar kan hij met goed fatsoen niet meer op terugkomen.

    Naar de PvdA zal weer gekeken worden, nu de combinatie met GroenLinks is mislukt. Maar partijleider Lodewijk Asscher is sinds de verkiezingen steeds duidelijk: zijn partij wil in de oppositie bijkomen van het historische verlies (29 zetels) dat de sociaaldemocraten leden bij de verkiezingen. Bij andere partijen is daar begrip voor, hoewel een regering met PvdA niet helemaal wordt uitgesloten.

    Roemer kwam nog met een andere variant. Een centrumlinkse regering zonder de grootste partijen VVD en PVV, en met CDA-leider Buma als premier. Die optie wordt weggelachen in Den Haag. Buma zei erover: „Bij ons thuis heet deze coalitie inmiddels Buma en de zeven dwergen.”