High tech klimaatoplossing kan burger ook afschrikken

Klimaatvriendelijk leven is niet langer iets voor idealisten maar in toenemende mate technologie. Betrokkenheid kan daardoor ook afnemen, vreest .

Illustratie Lex van Lieshout / ANP

President Trump heeft het klimaatverdrag van Parijs aan de wilgen gehangen. Onverwacht had dat het positieve effect dat vrijwel alle landen zich nu eensgezinder dan ooit achter dat verdrag lijken te scharen. Ook bedrijven die kans zien om nieuwe klimaatvriendelijke technologie te ontwikkelen, omarmen het klimaatverdrag.

Maar hoe zit het met de gemiddelde burger? Voelt die zich door de afwijzing van Trump nu ook geroepen om zich meer in te spannen voor het klimaat? Tot niet zo lang geleden was klimaatvriendelijk gedrag vooral iets waar jonge bevlogen idealisten zich druk om leken te maken, niet iets waar de massa voor warm liep. Dat is langzaam aan het veranderen. Je steentje bijdragen aan een beter milieu is zo niet hip dan toch meer mainstream geworden.

Toch is niet iedereen die ‘het klimaat’ van belang vindt in staat en bereid om zijn klimaatvriendelijk gedrag in praktijk te brengen. Reden voor de Organisation for Economic Cooperation and Development (OECD) om het rapport Tackling Environmental Problems with the Help of Behavioral Insights uit te brengen over de tientallen initiatieven die er wereldwijd zijn om het mensen gemakkelijker te maken om zich klimaatvriendelijk te gedragen – minder energie te gebruiken, energievriendelijk vervoer te kiezen, minder water te gebruiken, minder afval te produceren, en duurzame consumptie te bevorderen.

Slapeloze nachten

Hartstikke mooi en hoognodig bovendien. Want er is iets vreemd aan de hand met klimaatvriendelijk gedrag. Net als bij veel andere nastrevenswaardige idealen – gezonder leven of goed met je geld omgaan – slagen mensen er vaak niet in om hun goede voornemens op dat gebied in daden om te zetten. Dat is gek als je bedenkt dat mensen naar verluidt een instant goed gevoel krijgen van iets bijdragen aan het klimaat: het redden van de planeet doe je niet voor jezelf maar voor de volgende generatie en je eigen (toekomstige) kinderen en kleinkinderen. Wat houdt mensen dan tegen om de thermostaat een beetje lager te zetten, wat minder lang te douchen of wat vaker de trein te nemen?

Een experiment in Utrecht waar geprobeerd wordt om de eerste energieleverende flat van Nederland te maken laat zien waar de schoen wringt. De uitdaging zit hem niet alleen in het ontwikkelen van nieuwe technologie waarmee je een flat kan uitrusten om energie op te wekken maar ook (en misschien wel vooral) om de bewoners mee te krijgen in die onderneming. In het Utrechtse experiment gaan de bewoners weinig merken van de zonnepanelen en windmolens die op het dak van hun flat geplaatst zullen worden, zijn de aanpassingen binnenshuis minimaal en gaat bovendien hun energierekening omlaag, en toch is er nu al onrust te bespeuren over de geplande ingrepen. Het lijkt misschien moeilijk voor te stellen, maar toch was het simpele feit dat de bewoners niet goed begrepen wat er met hun flat ging gebeuren voldoende reden om zich zorgen te maken en vraagtekens te zetten bij de nieuwe maatregelen.

Misschien schuilt daarin het probleem. Iets doen voor het klimaat is niet langer iets voor mensen met geitensokken die nostalgisch terugverlangen naar een wereld zonder energievretende technologie maar in toenemende mate high tech. Dat geeft sommige mensen het gevoel dat er beslissingen worden genomen die hun pet te boven gaan en maakt hen onzeker en wantrouwig. De belangrijkste aanbeveling uit het OECD-rapport? Wees transparant en laat mensen meedenken over klimaatvriendelijke ingrepen.