Turkije wilde niet déze film

De genocide op de Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog, is relatief onbekend. Een dure film met Christian Bale moet daar verandering in brengen. Tot woede van Turkije.

Christian Bale als een Amerikaanse journalist die getuige is van de Armeense genocide.

De Ierse regisseur Terry George (Hotel Rwanda) had kunnen weten dat zijn nieuwste film The Promise, een historisch drama over de massamoord op de Armeniërs in de nadagen van het Ottomaanse Rijk, voor ophef zou zorgen. Er zijn weinig gebeurtenissen die honderd jaar later nog zulke heftige emoties oproepen als de Armeense genocide waarbij honderdduizenden mensen omkwamen. Maar dat de controverse zo groot zou zijn, had hij niet verwacht.

Nog voordat het draaien was begonnen, nam de Turkse ambassade contact op met een van de acteurs in een poging hem ervan te overtuigen dat de genocide nooit heeft plaatsgehad. Nadat de film vorig jaar in première was gegaan op het filmfestival van Toronto, groeide de website Internet Movie Database uit tot een virtueel strijdtoneel tussen Turken en Armeniërs, die de film ofwel één ofwel tien sterren gaven. En vrijwel tegelijkertijd kwam er in Turkije nóg een film over het onderwerp uit, The Ottoman Lieutenant, die netjes de Turkse versie van de geschiedenis volgt.

Turkije ontkent niet dat er tijdens de Eerste Wereldoorlog honderdduizenden Armeniërs zijn omgekomen. Het bestrijdt alleen dat dit neerkwam op genocide. Volgens Turkije ging het niet om doelbewuste uitroeiing die was georganiseerd door de Ottomaanse autoriteiten, maar om spontane, lokale uitbarstingen van geweld. Het land was in oorlog, stelt Turkije, waarbij over en weer misdaden zijn gepleegd. Turken hebben net zo goed geleden als Armeniërs.

Lees ook de recensie: Liefde in tijden van genocide

Volgens de meeste historici was er wel degelijk sprake van genocide. Er is een grote hoeveelheid bewijsmateriaal – ooggetuigenverslagen, telegrammen, instructies en andere officiële Ottomaanse documenten – waaruit blijkt dat er een georganiseerde campagne was om de Armeniërs te vermoorden of te deporteren naar de woestijn. Armeense activisten ijveren al jaren voor erkenning van de genocide. Inmiddels hebben de Verenigde Naties, de Europese Unie, en 29 landen de slachting erkend als de eerste volkerenmoord van de twintigste eeuw.

Toch is de Armeense genocide relatief onbekend bij het grote publiek. Daar moet The Promise verandering in brengen. De film is het geesteskind van de in 2015 overleden filmmagnaat en casinobaas Kirk Kerkorian, de zoon van arme Armeniërs die het Ottomaanse Rijk ontvluchtten net voordat de genocide begon. Voor zijn dood stelde hij 100 miljoen dollar ter beschikking voor het maken van de film, die daarmee de duurste productie ooit is over de genocide.

Kerkorian had een historisch liefdesepos voor ogen, in de traditie van grote films zoals Doctor Zhivago en Casablanca. Een romantische driehoeksverhouding moet de film behapbaar maken voor een groot publiek. The Promise volgt de Armeense student medicijnen Mikael Boghosian (Oscar Isaac) en de Amerikaanse journalist Chris Myers (Christian Bale), die beide getuigen zijn van de genocide terwijl ze elkaar beconcurreren om de liefde van de Armeense gouvernante Ana (Charlotte Le Bon).

Ondanks het grote budget en de sterrencast was het moeilijk om een distributeur te vinden voor The Promise. Omdat de genocide door veel landen niet wordt erkend, en het succes van films afhankelijk is van inkomsten in het buitenland, durfden veel distributeurs in de Verenigde Staten zich niet aan de film te branden. „Het werd duidelijk dat de Turkse regering invloed zou krijgen op deze film”, zei Eric Esrailian tegen filmvakblad The Hollywood Reporter. Esrailian is een van de producenten van The Promise, die nauw heeft samengewerkt met Kerkorian en diens productiebedrijf Survival Pictures leidt.

„Een van de meest bedrieglijke realiteiten van ons bestaan in de Verenigde Staten is dat buitenlandse regeringen kunst kunnen controleren”, zei Esrailian. „Op het hoogste niveau bij verschillende studio’s werd ons te verstaan gegeven dat, hoe goed de film ook zou worden, hij door sommige bedrijven nooit zou worden uitgebracht. Ik vind dat echt beschamend, maar het is een realiteit waarmee we om moesten gaan.”

Turkije wist eerdere pogingen om de Armeense genocide te verfilmen te dwarsbomen. In de jaren dertig wilde een Hollywoodstudio de roman De veertig dagen van Musa Dagh van de joodse schrijver Franz Werfel verfilmen. Na zware druk van de Turkse regering werd het project afgeblazen. De film Ararat (2002) van de Canadees-Armeense regisseur Atom Egoyan haalde het witte doek wel. Maar distributeur Miramax en moederbedrijf Disney werden gebombardeerd met negatieve e-mails.

Lastercampagne

Ook The Promise werd het doelwit van een lastercampagne op internet. Na de première op het filmfestival van Toronto gaven tienduizenden mensen de film één ster op IMDb, terwijl maar een paar duizend mensen de film hadden kunnen zien. Het leek een georkestreerde poging om de film neer te sabelen, die een tegenreactie uitlokte van Armeniërs. Inmiddels staat de teller op 150.000 stemmen, waarvan 54 procent de film tien sterren geeft en 44 procent één ster.

Naast de online-strijd kwam Turkije met een eigen film over de genocide. The Ottoman Lieutenant is een Turks-Amerikaanse co-productie die met geld van Turkse investeerders tot stand kwam. De parallellen met The Promise zijn opmerkelijk. Ook The Ottoman Lieutenant draait om een driehoeksverhouding tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog met sterren als Ben Kingsley en Josh Hartnett in de hoofdrollen. De Amerikaanse verpleegster Lillie (Hera Hilmar) wordt verliefd op de Turkse militair Ismail (Michiel Huisman), die bedreigde Armeniërs redt van de dood.

Mensen die betrokken waren bij de film vertelden The New York Times dat de Turkse producenten druk uitoefenden op regisseur Joseph Ruben om verwijzingen naar geweld tegen Armeniërs te schrappen. „Terwijl we de film maakten, wist hij altijd dat ze het montageproces konden controleren, dus hij moest koorddansen”, zei producent Michael Steele. „Joe was zo boos over hun versie van de gebeurtenissen dat hij probeerde zijn naam van de film te halen, maar hij besefte dat hij contractueel verplicht was om te zwijgen.” Uiteindelijk besloot hij geen promotie te doen voor de film.

Terwijl westerse critici The Ottoman Lieutenant hebben afgekraakt als „revisionistisch”, is de film door regeringsgezinde media in Turkije juist positief onthaald. Filmcriticus Atilla Dorsay noemde de film „onpartijdig en eerlijk” en „dichtbij onze nationale visie”. Maar er waren ook Turkse recensenten die vonden dat de film veel te trouw de Turkse versie van de gebeurtenissen volgt. Dit maakt het verhaal „zwak en ongeloofwaardig”, schreef Ugur Vardan in de nog enigszins onafhankelijke krant Hürriyet.

In de seculiere krant Sözcü hekelde Burak Goral het schrappen van kusscènes in de Turkse versie van de film. „Alsof een Ottomaanse luitenant die een geliefde christelijke vrouw op de mond kust schadelijk is voor onze Turkse identiteit en ons geloof!”