Recensie

Biopic 2Pac laat verhaal over vallende ster liggen

Tupac Amaru Shakur (1971-1996) (Demetrius Shipp Jr.) had een ideaal leven voor een biopic.

Een ideaal leven voor een biopic. Tupac Amaru Shakur (1971-1996), of 2Pac, was een extreem getalenteerde schrijver, acteur en entertainer die al tot een soort hiphopmessias was uitgegroeid voor hij stierf na een onopgehelderde drive-by shooting in Las Vegas. De rapper, kind uit een Black Panther-milieu, werd slechts vijfentwintig.

Een profeet zonder boodschap, want de fiere, charismatische 2Pac, was na een eerste fase van introspectieve, sociaal bewogen hiphop verworden tot uithangbord van een lege gangstastijl die geweld, machismo en bling bling verheerlijkte. Zijn dood, en even later die van zijn oude vriend Biggie Smalls (alias The Notorious B.I.G.), met wie 2Pac een even legendarische als zinloze fitta opklopte, heeft iets fatalistisch. De opvliegende chaoot 2Pac was steeds weer middelpunt van vecht- en schietpartijen.

The fault, dear Brutus, is not in our stars, but in ourselves’, is het motto van All Eyez on Me – 2Pac was ook een Shakespeare-fanaat. Of was racisme en gestook van de FBI debet aan 2Pacs tragische levensloop? Helaas: deze biopic kiest noch oordeelt, suggereert alles en dus niets. Een veelbelovend begin – zwarte intellectueel interviewt de gedetineerde 2Pac over zijn jeugd en de ethiek van gangsta-rap – wordt halverwege gedumpt, waarna de film verzandt in een geestdodende kroniek van studio, dikke billen, schietpartij, concert, ruzie, meer dikke billen. Televisieregisseur Benny Boom vindt bij elke episode een bijpassend reclamecliché; wordt 2Pac te onsympathiek, dan snijdt hij er snel een kleffe ode aan vrouw of moeder tussen.

Jammer, want diep in deze fantasieloze biopic ligt een strak verhaal over een vallende ster en zijn tijd begraven. Over een man die ‘de straat’ iets wilde vertellen, maar werd opgeslokt door zijn nihilisme.