Recensie

Een vrouw die hunkert. Naar seks. Naar leven

Het leven van Tzvia (Shani Klein) glijdt in stille monotonie voorbij.

De wereld van Tzvia is niet groter dan de begraafplaats op de Olijfberg in Jeruzalem. Honderdduizend graven en een piepklein uit de berg gehouwen huisje waar ze met haar man en vier kinderen woont. Haar dagen glijden in stille monotonie voorbij. Haar man ziet haar niet; en de man die haar wel ziet, de Palestijnse grafdelver Abed, is verboden.

Haar enige troost komt uit de gedichten van Zelda Schneerson Mishkovsky, die op de Olijfberg begraven ligt, tegelijkertijd mystieke en vrije teksten die van een grote devotie maar ook van een diepe passie voor leven getuigen.

Bij Zelda was dat een gegeven, bij Tzvia een tweestrijd. Ze is daar op dat kerkhof al zo goed als dood. Maar haar lichaam hunkert. Naar seks. Naar leven. Als een van de prostituees die ’s nachts de begraafplaats gebruikt als afwerkplek haar niet om haar naam zou hebben gevraagd, dan zou ze tragisch naamloos door de film heen hebben gedwaald.

Natuurlijk verwijst de film ook naar Chantal Akermans feministische klassieker Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975) over een huisvrouw annex namiddagprostituee wier hele leven gereduceerd is tot in handelingen gestolde tijd. Net als Jeanne zien we Tzvia koken, roken en zwijgzaam de routines van de vorige dag herhalen. En ook in Mountain eindigt dit geïmplodeerde leven in een onverwachte daad.

Met ijzingwekkende beheersing gaat debutante Yaelle Kayam om met de delicate plotelementen van haar film. Ze weet daarmee een dusdanig beklemmende sfeer op te bouwen, dat ze ons onthutst achterlaat wanneer het rattengif eindelijk wordt gebruikt dat in de eerste akte was aangeschaft. Met de vraag wie – of welk element van het leven daar uiteindelijk mee vermoord is.