Een steuntje in de rug van de ‘hardwerkende caissière’

De Rotterdamse werkbonus

Met een extraatje van 50 euro voor werkenden wil Rotterdam mensen uit de bijstand krijgen. Is extra geld reden om werk te zoeken?

ANP/JEROEN JUMELET

De gemeente Rotterdam wil alle werkende inwoners met een laag inkomen een bonus van 50 euro netto geven. Het gaat om een eenmalige meevaller in 2018, maar als het aan initiatiefnemer Leefbaar Rotterdam ligt keert de bonus maandelijks terug. Naast Leefbaar – verreweg de grootste partij in de Rotterdamse coalitie – steunen ook CDA en D66 het plan.

Om in aanmerking te komen voor de bonus mag iemand niet meer dan 130 procent van het minimumloon verdienen. Voor volwassenen van 23 jaar of ouder komt dat neer op een bruto maandloon van 2.017 euro. Rotterdam kent ongeveer 40.000 werkende inwoners die maandelijks minder verdienen dan dat bedrag.

1 Waarom krijgen alleen werkenden een extraatje?

Werk moet lonen, vindt Leefbaar Rotterdam. Maar volgens fractievoorzitter Ronald Buijt is dat nu allerminst het geval. Het verschil tussen werk en uitkering is te laag, ook omdat mensen in de bijstand allerlei toeslagen krijgen”, legt hij uit. „Die voordeeltjes zijn er veel minder of niet voor mensen die werken en net iets meer geld hebben.” Met de bonus wil Leefbaar werken aantrekkelijker maken en het gat met de bijstand vergroten. Als steuntje in de rug van „de hardwerkende caissière”.

2 Gaat dit helpen?

Daarover verschillen de meningen sterk. De lokale VVD zette het plan woensdag weg als verkiezingsstunt, in aanloop naar de raadsverkiezingen van volgend jaar. De PvdA in Rotterdam noemde de bonus stigmatiserend naar mensen die wel willen werken, maar geen baan kunnen vinden.

Leefbaar-fractieleider Ronald Buijt noemt dat cynisch. Hij wijst erop dat zijn partij al sinds de raadsverkiezingen van 2014 bezig is werk aantrekkelijker te maken. Zo kregen mensen in de bijstand in het verleden nog volledige kwijtschelding van de gemeentelijke lasten, nu nog de helft. Ook had Leefbaar in 2014 plannen voor het afschaffen van de langdurigheidstoeslag, een extraatje voor mensen die langdurig in de bijstand zaten. Uiteindelijk schafte het kabinet die een jaar later af voor heel Nederland.

Volgens armoedespecialist Marjet van Houten van kennisinstituut Movisie is de kans klein dat Rotterdammers die langdurig in de bijstand zitten door dit plan opeens wel aan het werk gaan. Geld is voor mensen namelijk zelden een stimulans om werk te zoeken, zegt ze. Maar in symbolische zin werkt ze maatregel volgens haar wel degelijk. „Als de bedoeling is om te laten zien dat je als gemeente waardering hebt voor mensen die werken, dan heeft dit zeker effect.”

3 Doen andere gemeenten dit ook?

Bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn geen gevallen bekend, en dat geldt ook voor het ministerie van Sociale Zaken en Divosa, de vereniging van managers van sociale diensten. Weliswaar proberen ook andere gemeenten werken aantrekkelijker te maken, maar dan juist door bijstandsgerechtigden te ondersteunen bij de zoektocht naar nieuw werk. Voorbeelden daarvan zijn een vergoeding voor nieuwe kleding of de reiskosten.

Daarnaast is er een aantal gemeenten dat sinds kort experimenteert met minder strenge regels voor bijstandsgerechtigden. De ene testgroep heeft bijvoorbeeld niet langer een sollicitatieplicht, terwijl de andere groep juist meer mag bijverdienen. Onder meer Groningen, Utrecht en Tilburg hopen zo te ontdekken hoe ze mensen het best kunnen motiveren om aan het werk te gaan.

Lees ook het achtergrondverhaal over deze experimenten, die regelmatig ten onrechte experimenten met het basisinkomen worden genoemd:
Niet iedereen wil gratis geld voor iedereen

4 Is het toegestaan?

In principe is het gemeenten niet toegestaan om zich te bemoeien met de verdeling van inkomens, dat is een taak van de overheid. Maar volgens een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken is van inkomenspolitiek meestal alleen sprake als het om structurele maatregelen gaat. „Voor zover ik weet gaat het nu om een eenmalig cadeau”, aldus de zegsman. „Pas zodra ze het structureel gaan maken moeten we kijken of het geen inkomenspolitiek is.”