Recensie

Een herderin met krap decolleté

Reproductieprenten naar Caravaggistische schilderijen kwamen tegemoet aan de smaak voor schalkse en moraliserende voorstellingen in de zeventiende-eeuwse Nederlanden

Utrechtse schilders die omstreeks 1610 naar Rome reisden, raakten onder de indruk van het werk van de brutale schilder Caravaggio (1571-1610). Diens realistische stijl met felle licht-donker contrasten baarde begin zeventiende eeuw opzien in monumentale decoraties van kapellen in kerken en in grote olieverfschilderijen met religieuze thema’s.

Opvallend genoeg waren het maar ten dele dergelijke composities die als voorbeeld werden gekozen door schilders als Dirck van Baburen (ca. 1595-1624), Hendrick ter Brugghen (1588-1629) en Gerard van Honthorst (1592-1656).

Deze noordelijke kunstenaars lijken eerder interesse te hebben gehad voor de schilderijen die Caravaggio maakte aan het begin van zijn carrière, in de jaren 1590: genre-achtige taferelen met halffiguren in close-up van muzikanten, kermisklanten of kaartspelers.

Dat waren in elk geval thema’s die zij, na hun terugkeer in Utrecht, zelf gingen schilderen. Een kleine expositie in twee zalen van het Centraal Museum toont enkele van deze schilderijen, maar vooral een groep van zo’n dertig prenten die Utrechtse graveurs als Theodor Matham en Cornelis Bloemaert naar dergelijke composities maakten. Het feit dat deze bladen op hun beurt weer voorbeelden vormden voor kopieën die soms tot in Parijs werden gemaakt, wijst op hun grote populariteit.

De gravures van zo’n twee à drie decimeter hoog, tonen vaak thema’s die wel doen denken aan de volkse types van de jonge Caravaggio, soms met een kaars of lamp die garant staat voor opvallende lichteffecten. Voor het overige staan deze kopieën naar schilderijen die slechts losjes zijn geïnspireerd op het Italiaanse voorbeeld, een eind van Caravaggio af. Ook de weinig bedekte of zelfs door onderschriften expliciet gemaakte boodschap die de afbeeldingen moeten overbrengen, past eerder bij een noordelijke belangstelling. In de zeventiende-eeuwse Nederlanden kreeg men immers maar moeilijk genoeg van schalkse, dubbelzinnige of moraliserende interpretaties van uitbeeldingen van oudjes en onnozelaars, dronkaards of uitdagende types in schaarse kledij. Zo krijgt een tamelijk onschuldig overkomend herderinnetje met een nest duiven in de hand in een schilderij van Van Honthorst het karakter van een prostituee in een gravure waarin haar decolleté haar borsten nauwelijks binnenhoudt.

De typisch noordelijke verwerking van het voorbeeld van Caravaggio geeft een mooi beeld van de zeer uiteenlopende manieren waarop het ‘Caravaggisme’ zich in de loop van de zeventiende eeuw buiten Italië heeft gemanifesteerd. De expositie vormt daarmee een bescheiden maar toepasselijke opmaat voor een grote tentoonstelling over de Europese navolgers van Caravaggio, die in 2018 en 2019 te zien zal zijn in Utrecht en München.