Recensie

Een aanslag is nog steeds nieuws

Nieuwsmedia

Lezers willen minder nieuws over terroristische aanslagen, bleek uit een online peiling van NRC. Veel nieuwsmedia moeten daar (nog) niet aan denken.

Als op een maandagavond in mei een bom afgaat bij een concert in Manchester, komt de mediamachine snel op gang. Er zijn oproepen van wanhopige ouders die hun kinderen zoeken, beelden van concertgangers die in paniek wegrennen na de knal. Erna komen de ooggetuigenverslagen. Van ambulancebroeders, mensen die de aanslag overleefden, voorbijgangers. Donderdag plaatst de NOS een video van de dader die een jaar eerder op zijn slippers de groencontainer buitenzette.

Geven media genoeg, te veel of te weinig aandacht aan aanslagen?, vroeg NRC vorige week in een online peiling. Te veel, vond bijna 60 procent van de ruim duizend respondenten. Media „rapen te gemakkelijk alle bloedige informatie op”. Door de familie van een slachtoffer te interviewen of de nietsvermoedende buurman van de dader. De berichten zorgen voor angst, vergroten het idee dat de westerse wereld onveilig is, zegt een deel van de respondenten. „Aanslagen zijn een media-event geworden”, aldus Alfred Bos (61) uit Amsterdam. Zo geven media de terroristen wat ze willen: een podium.

Hoe gaan Nederlandse media daarmee om? Hoe informeer je het publiek over een aanslag als het verspreiden van dat nieuws terroristen in de kaart zou kunnen spelen?

De kritiek op berichtgeving over terrorisme zwelt aan na elke aanslag. „Er is in onze samenlevingen een informatie-infrastructuur ontstaan waarin journalisten en media aangemoedigd en financieel beloond worden het spelletje van de terroristen te spelen”, schreef Joris Luyendijk vorige maand in een opiniestuk in NRC. „Dat is de keiharde waarheid.” 


De grootste onzin, vindt Giselle van Cann, plaatsvervangend hoofdredacteur van NOS Nieuws. „Stel je voor dat het andersom was. Dat de NOS ergens níét over zou berichten. Bij aanslagen in Manchester of Londen zeggen we niet: laten we er maar minder over berichten omdat we terroristen anders een podium bieden. Dat is zo’n evident nieuws. De berichtgeving doen we zonder aarzeling.”

Andere hoofdredacteuren zeggen iets soortgelijks. „Mensen moeten weten wat er speelt in de wereld’, zegt Gert-Jaap Hoekman (NU.nl). En Philippe Remarque (de Volkskrant): „We gaan onszelf niet censureren. Dat is tegen de natuur van een nieuwsorganisatie.” Maar in de maatvoering kun je die dilemma’s wel een rol laten spelen. Bijvoorbeeld deskundigen aan het woord laten die een aanslag duiden, zegt Remarque. En NU.nl, zegt Hoekman, deelt geen onbewerkte onthoofdingsvideo’s meer, omdat de site geen IS-propaganda wil verspreiden. „De piloot die in brand werd gestoken, laten we nooit zo zien. Ook de kop ‘IS claimt aanslag’ maken we niet meer. Dat maakt het te groot.”

De NOS stopte ook met het berichten over de onthoofdingen. Het gebeurde zo vaak dat het geen nieuwswaarde meer had, zegt Van Cann. „Ik kan me goed voorstellen dat mensen zeggen dat zij liever minder nieuws over aanslagen zien. Veel mensen krijgen er niet direct mee te maken, maar het gaat wel over belangrijke dingen in de wereld.” En dan is ook een terrorist die een groenbak buitenzet volgens haar nieuws. „Daarmee geef je een beeld van de dader.”

Hoekman (NU.nl) heeft „niet de illusie” dat media het verschil maken in het succes van een terroristische aanslag. „Er zijn zo veel manieren om een boodschap te verspreiden. Facebook, YouTube. Aanslagplegers zijn ook geradicaliseerd via andere kanalen dan de mainstream media.”