Confronterend theater over racisme op Oerol

Oerol verslag #3

Drie voorstellingen op Oerol gaan over afkomst, identiteit en racisme. en zijn schitterend en intens. wordt matig gespeeld en heeft een gebrek aan ideeën.

A seat at the table, Likeminds / Saman Amini. Foto Rene den Engelsman

Wanneer is het voorbij, ‘de clash van de culturen, de botsing met de buren’, rapt Saman Amini, en gooit er een hiphop ‘hoo, hoo’ achteraan. Het is het begin van het ijzersterke A seat at the table van Likeminds op een zelfs voor Oerol bizarre plek: onder een strandtent, tussen betonnen pilaren, waar het publiek zit op half in het zand ingegraven tuinstoelen.

Over die ‘clash van culturen’ gaat het in de reeks anekdotes die vier acteurs vertellen: allemaal intimiderende en pijnlijke incidenten waarin ze persoonlijk te maken hadden met discriminatie. Saman Amini, van Iraanse afkomst en de zwarte mannen Yannick Jozefzoon en Werner Kolf ondervonden het aan den lijve. De blanke Vlaming Ward Kerremans zag hoe het klasgenoten en vrienden overkwam. Zoals bij een leraar Nederlands die een ‘moeilijke naam’, want ‘buitenlands’, jaren verkeerd uitsprak.

Zwarte man

A seat at the table, Likeminds / Saman Amini. Foto Rene den Engelsman

Tussen de anekdotes door wordt in fragmenten gespeeld hoe de succesvolle, zwarte advocaat Qwame ertoe kwam een witte man te slaan die hem alleen maar aankeek. Maar hem ‘verkeerd’ aankeek: “Hij keek neer”, zegt Qwame (gespeeld door Kolf), op hem en zijn witte vriendin. Zijn motief keert vaker terug: elke dag als zwarte man anders bekeken, anders behandeld te worden, en bijvoorbeeld zo maar als dief te worden aangehouden, verandert een mens. “Ik sloeg hem omdat hij wit was.”

A seat at the table is een intimiderend patchwork van zulke redeneringen en laat zien hoe om te gaan met de eigen frustratie, de beledigingen, de grapjes. Dat is voor elke man anders. Amini houdt van relativeren en problemen op afstand plaatsen, Jozefzoon laat het van zich afglijden en Kolf is trots en boos. Voor elke houding is veel te zeggen. Er is simpelweg geen uitweg voor hen. Het enige dat zou helpen is niet gediscrimineerd te worden.

Gezamenlijk werken ze een voorbeeld uit van ‘racial freeze’: hoe Jack Spijkerman Humberto Tan beledigde met: ‘Je bent niet alleen donker, je bent ook nog dom’. Het gaat vooral om hoe Tan, ‘het perfecte voorbeeld van integratie’, niet liet zien hoe gekwetst hij was, in drie fases: ‘Incasseren, entertainmentsmile, over tot de orde van de dag’, zegt Jozefzoon. En hij stelt de vraag: hadden witte presentatoren het ook over hun kant laten gaan?

Confrontatie

A seat at the table geeft de toeschouwer, die veelal wit is, een boel om nog lang over na te denken. De kracht van deze voorstelling zit niet alleen in de confronterende verhalen, maar ook in de beeldende details, de veelheid van overwegingen en emoties, de rauwe liedjes van Amini en het gloedvolle, uitstekende acteren. A seat at the table is de voorstelling die je moet zien op Oerol. En anders een andere keer, ergens anders op een festival of in een theater.

Hoe goed A seat at the table is, blijkt bij een bezoek aan De Blackout van ’77 door Orkater / De Nieuwkomers, midden in het bos. Ook deze voorstelling gaat over racisme, en wordt gespeeld door drie zwarte acteurs en één witte. Maar De Blackout van ’77 is louter opgetrokken uit goede bedoelingen, clichés en kretologie. Het is muziektheater, dus er wordt veelvuldig geplukt uit de funky muziek van de jaren zeventig en tachtig. Het is prettig meetikken met de percussionist en één vrouw kan ook soulvol zingen, maar dat kan het gebrek aan ideeën en het matige acteren niet camoufleren.

Ontworteling

Er is op Oerol wel nog een andere schitterende en intense voorstelling over afkomst en identiteit en dat is Ha Ha Happiness 2.0. van Nhung Dam. Simpel en kaal is haar speelplek, maar Dam weet er alle voordeel uit te halen. De actrice en schrijfster staat op het weiland bij de Wierschuur, de meeste oostelijk gelegen locatie van Oerol, pal naast de Waddenzee. Dat is een geschikte plek om te spreken over mensen die aanspoelen op vreemde kusten. Over ontworteling gaat haar Ha Ha Happiness 2.0., en dat thema hangt samen met het verraad van haar vader, die haar en haar moeder achterliet.

“Dit lijkt mijn verhaal”, zegt ze, “maar vergis je niet”. En trekt dan de parallel met de Griekse mythologische figuur Iphigeneia, die door haar vader Agamemnon werd verraden in ruil voor wind voor zijn oorlogsvloot. In deze monoloog legt Nhung Dam meerdere van zulke parallellen met personages uit Griekse tragedies om haar verhaal universeler te laten gelden.

Nhung Dam is in Nederland geboren, maar voelt zich toch naar de verkeerde plek geblazen door de wind. Haar Vietnamese ouders werden in hun vluchtelingenboot ook maar toevallig door een Nederlands vrachtschip opgepikt. Ze stelt zich de bijbehorende vragen: hou ik van dit land; wie zou ik anders zijn geworden? Dat zelfonderzoek doorsnijdt ze met vragen aan haar vader: voelt hij zich schuldig? Tegen het einde ontlaadt ze zich in een woede-uitbarsting en een wraakfantasie. “Je krijgt me niet kapot”, zegt ze tegen haar vader, en die zin komt hard aan.

Hoewel ze niet veel meer doet dan vertellen in een geel jakje op een leeg veld weet Nhung Dam, in de regie van Koos Terpstra, een uur lang de aandacht van haar op tuinstoelen gezeten publiek vast te houden. Met haar poëtische vertelwijze, de alerte verwijzingen naar de omgeving en met de emotionerende kracht van haar worsteling en haar twijfels.

Geluk kon ze niet spelen, kreeg ze te horen op de toneelschool, maar toch zegt ze nu gelukkig te zijn. Al was ze nog liever een vogel. En ze wijst naar een overvliegende zwaluw.