Recensie

Waters is boos, troostend en beschuldigend

Op zich een uitdagende keuze, om Radiohead- en Beck-producer Nigel Godrich supervisie te geven over het vijfde soloalbum van Roger Waters. De studiotovenaar slaagt er niet in weg te sturen van de herkenbare sound van Pink Floyd, de band waarbij Waters (73) tot zijn vertrek in 1985 de voornaamste componist was. Van de tikkende klok aan het begin tot de breedvoerige songstructuren wijst alles terug naar Floyds hoogtijdagen. In het verlengde van Waters’ vele malen herziene magnum opus The Wall klinkt hij boos, bezorgd, troostend en beschuldigend over het lot van de mensheid. Zijn stem is soms geforceerd en gastmuzikanten Roger Manning en Jonathan Wilson moeten zich inhouden om niet in een ouderwets symfonische modus te schieten. Een verdienstelijke Pink Floyd-kloon met een geëngageerd randje is het lang niet slechte resultaat.