Waar gaan al die Britse leraren op internationale scholen straks naartoe?

Internationale scholen

Internationale scholen zijn steeds belangrijker voor gemeenten om bedrijven aan te trekken. Maar voor leerlingen dreigt een wachtlijst.

The International School in Den Haag. Foto: David van Dam

Het kon het decor zijn van een Amerikaanse highschoolfilm. In het atrium van de International School of The Hague in Kijkduin zitten drie meisjes van een jaar of zestien aan een lange tafel, gebogen over hun boeken. Even verderop zit een jongen met een iPad te spelen. Door het raam is een sportveld te zien, waarop een groep jongens druk aan het sporten is. Aan een deur naast de kluisjes hangt een uitnodiging voor de tweewekelijkse Science Club op dinsdagmiddag. Dan klinkt de zoemer die de pauze inluidt. Van alle kanten stromen leerlingen – tussen de vier en achttien jaar – de lokalen uit, druk pratend in vlekkeloos Engels. Uit de kantine stijgt de geur op van de hot meal van vanmiddag: spaghetti bolognese.

Internationale scholen als die in Kijkduin worden steeds belangrijker voor gemeenten. Als een stad grote internationale bedrijven wil aantrekken, dan zijn internationale scholen immers nodig om de kinderen van medewerkers onder te brengen.

Intussen is er ook landelijk aandacht voor: demissionair minister Kamp (Economische Zaken, VVD) en demissionair staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) stelden begin dit jaar een Taskforce Internationaal Onderwijs samen. Deze week stuurt die Taskforce een lijst met 16 actiepunten naar de Tweede Kamer die wachtlijsten voor internationaal onderwijs moeten voorkomen.

Den Haag moet zich profileren

Want wachtlijsten dreigen. „Door de aantrekkende economie zien we dat meer bedrijven geïnteresseerd zijn in vestiging in Europa”, zegt Saskia Bruines, Haags wethouder van Kenniseconomie, Internationaal, Jeugd en Onderwijs (D66). Ook de Brexit zorgt voor „gerommel” in de zakenwereld. „We horen van veel bedrijven die in Londen zitten dat ze overwegen naar Nederland te komen.”

En dan is het aan de gemeente Den Haag zich zo goed mogelijk te profileren. Want grote bedrijven betekenen werkgelegenheid, een economische impuls en mogelijk prestige. In de lobby worden internationale scholen naar voren geschoven als pluspunt. De regio Den Haag heeft er elf – meer dan bijvoorbeeld de regio Rotterdam met drie scholen; en ook meer dan groot-Amsterdam, waar acht internationale scholen staan.

The International School in Den Haag, vorige week.

Foto David van Dam
Foto’s David van Dam

De internationale scholen lijken voor Den Haag het gewenste effect te hebben. „De vraag naar internationaal onderwijs is in Den Haag de afgelopen tien jaar enorm toegenomen”, zegt Maarten Knoester, bestuurder van Stichting het Rijnlands Lyceum waaronder de internationale- en Europese school in Den Haag vallen. Op de internationale school zaten in 2007 nog 850 leerlingen, zowel op basis- als voortgezet onderwijs. Nu zijn dat er bijna 2.000. En de Europese school die in 2012 openging heeft inmiddels ook al 900 leerlingen. En kinderen van Nederlandse ouders zitten daar eigenlijk niet bij, vertelt Knoester. „Tenzij die zelf van plan zijn binnen een paar jaar naar het buitenland te verhuizen, zodat de kinderen daar op de internationale school verder kunnen gaan.”

Scholen als de International School en Europese School worden door de gemeente voorzien van huisvesting en zijn daardoor goedkoper dan een particuliere school als de British School, maar met zo’n 8.000 euro schoolgeld nog steeds duurder dan gewone Nederlandse scholen. De gemeente investeerde afgelopen tien jaar 32,7 miljoen euro in internationale schoolgebouwen.

Twintig noodlokalen huren

De Internationale School heeft, in afwachting van uitbreiding later dit jaar, twintig noodlokalen moeten huren om alle leerlingen onder te brengen. Om dat soort situaties in de toekomst te voorkomen, wil Knoester – net als de Taskforce – beter regionaal overleg tussen gemeenten, scholen en het ministerie van Economische Zaken. „Ik zou het direct van Economische Zaken willen horen als een bedrijf van plan is naar Nederland te komen”, zegt hij, „dan kunnen we daar op anticiperen.”

Nu kunnen alleen docenten uit EU-landen bij ons werken, en het overgrote deel van onze docenten is Brits

Net als wethouder Bruines is ook Knoester bezig met de naderende Brexit. En niet alleen vanwege de bedrijven – en kinderen – die daarmee naar Nederland kunnen komen. „Op dit moment kunnen alleen docenten uit EU-landen aan de slag op onze internationale scholen”, vertelt Knoester, „en het overgrote deel van onze docenten is Brits.” Als de Brexit straks voltrokken is, vallen die docenten ineens buiten de boot. Wat Knoester betreft mag het beleid van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) daarom wat rekkelijker. „Ook Amerikaanse en Australische docenten zouden hier heel goed les kunnen geven.” Voor hen is het nu nog lastig een tewerkstellingsvergunning te krijgen, omdat DUO hun diploma’s vaak niet erkent.

De Taskforce ziet dit ook en adviseert een aanpassing van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, waardoor docenten van buiten de EU makkelijker in Nederland les kunnen geven. Daarnaast zou een set criteria, opgesteld door het ministerie van onderwijs, DUO volgens de Taskforce helpen makkelijker te bepalen welke docenten geschikt zijn.

Want naast lokalen zijn ook steeds meer docenten nodig. „We groeien maar door”, zegt Knoester, „en de vraag is natuurlijk: hoe lang nog?” Knoester wil het liefst zo min mogelijk met schoolgeld investeren in de groei van de school, „om straks niet met halflege lokalen te zitten en verlies te lijden”. De overheid trok dit jaar 10 miljoen euro extra uit voor internationaal onderwijs. Den Haag krijg circa 1 miljoen van dat geld. „Daar gaan we de oorlog niet mee winnen”, zegt Knoester.