Verdubbeling aanvragen DNA-testen donorkinderen

Volgens het instituut voor afstammingsvragen Fiom volgt de toename op berichtgeving over de overleden vruchtbaarheidsarts Karbaat.

Donorkinderen zoals Joey Hoofdman spande een kort geding aan om spullen van de overleden directeur van een voormalige spermakliniek te laten onderzoeken op DNA-sporen. Foto Remko de Waal/ANP

Het aantal donorkinderen dat DNA voor vergelijkingsonderzoek afstaat aan Fiom, het instituut dat afstammingsvragen behandelt, is de afgelopen maanden verdubbeld. Dat bevestigt een woordvoerder van Fiom naar aanleiding van berichtgeving van het AD.

De toename wordt volgens Fiom veroorzaakt door de recente media-aandacht voor de overleden directeur van een voormalige spermabank die zijn eigen zaad heeft gebruikt bij behandelingen.

Gemiddeld krijgt Fiom tien tot vijftien nieuwe aanmeldingen per maand voor de zogenoemde KID-DNA databank, maar in mei ontving het instituut veertig aanvragen. In de eerste twee weken van juni vroegen twintig donorkinderen om een DNA-test. Dat aantal is waarschijnlijk sinds vorige week alweer opgelopen, aldus een woordvoerder.

De databank telt 1.200 DNA-profielen, negenhonderd donorkinderen en driehonderd donoren. Het gaat om DNA dat verworven is uit wangslijm.

Jan Karbaat

De overleden vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat raakte de afgelopen maanden in opspraak nadat veertien donorkinderen een kort geding aanspanden om beschikking te krijgen over zijn DNA. Ze vermoeden dat Karbaat hun biologische vader is. De rechter gaf de donorkinderen begin deze maand toestemming om het DNA te laten onderzoeken.

Een kind van Karbaat wendde zich na het overlijden van de man in april tot Fiom. Uit de databank van het instituut bleek toen dat er een match was tussen het DNA van negentien donorkinderen en het kind van de arts.