Recensie

Van gekkigheid wist alt-J niet meer wat te maken

De Britse band alt-J (bewust met kleine letter) had met twee eerdere albums een reputatie opgebouwd als slimme en inventieve muzikanten. Maar hun derde album Relaxer klinkt alsof het trio van gekkigheid niet wist wat ze moest maken. De nummers beginnen niet overtuigend, komen niet op gang en eindigen halfslachtig. Er is een merkwaardig contrast tussen de teksten van zanger Joe Newman die over niets liever schrijft dan over seks, en die teksten vervolgens niet alleen onaantrekkelijk gemeen uitspreekt, maar ze ook nog eens laat toonzetten op lusteloze instrumentaties. Stroperig klinken de elektronisch gegenereerde blazers in ‘In Cold Blood’, melig de koebel in het quasi-pikante ‘Hit Me Like That Snare’, onorigineel de diep dreunende bassynthesizer in ‘Deadcrush’. Het gesoigneerde orkest in de ballade ‘Pleader’ is teveel eer voor zo’n gemelijke melodie. Als genadeklap speelden ze een cover van ‘House Of The Rising Sun’ over, jawel, een bordeel, dat hier wordt uitgevoerd als gestameld lijflied van padvinders.